Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Economie

Voetbalclubs, doe eens iets aan die mensenhandel

Afrikaanse ouders steken zich in de schulden voor bemiddeling van hun zoon via louche makelaars, aldus Hester den Boer en Marcel Metze.

Jean-Claud Mbvoumin, de oprichter van Association Foot Solidaire, een organisatie die zich inzet voor gestrande voetballers, schat dat er jaarlijks 15.000 jonge Afrikaanse voetballers onder valse voorwendselen uit hun land worden weggehaald en in Europa of Azië in de illegaliteit terecht komen. Als de verkoop door malafide voetbalmakelaars niet lukt, belandt de voetballer op straat. Een onderzoek van De Onderzoeksredactie, dat woensdag in De Groene Amsterdammer verschijnt, beschrijft deze internationale spelershandel, waar ook Nederlandse voetbalclubs bij betrokken zijn.

Interviews met gedupeerde voetballers, spelersmakelaars, ‘middle men’, vertegenwoordigers van de spelersvakbonden en de FIFA, zowel in West-Afrika als in Nederland, laten zien hoe deze handel functioneert. De FIFA onderkent het probleem, maar slaagt er niet in effectief op te treden. Overheden nemen een afwachtende houding in. Clubs en makelaars verzinnen steeds weer constructies om de regels te omzeilen, zodat zij buiten het zicht van de controlerende organen en van de overheden spelers naar Europa kunnen halen.

In landen als Ghana, Kameroen, Ivoorkust en Nigeria kent iedereen wel een neefje, broertje of buurjongen, die het slachtoffer is geworden van een voetbalmakelaar of van iemand die zich zo voordoet. Zij maken misbruik van toekomstdromen en beloven contracten bij een buitenlandse profclub. De jongens zijn arm en ongeschoold en hebben geen idee waar ze aan beginnen. Sommigen zijn minderjarig. De makelaar vraagt vaak een financiële compensatie, die kan oplopen tot 5000 euro. De familie offert het familiekapitaal op, sluit een lening af of verkoopt een stuk grond. Eenmaal in Europa (of Azië) blijkt de makelaar nep of kan hij zijn belofte niet waarmaken. Vaak kan de speler slechts een try-out doen en wordt hij, als de test niet succesvol is, aan zijn lot overgelaten. In andere gevallen weet de club van niets en gaat de nepmakelaar er met bemiddelingsgeld vandoor. De familie in Afrika rekent op een grootse voetbalcarrière. Pakt dit anders uit, dan kan de voetballer uit schaamte of geldgebrek niet meer terug en belandt hier in de illegaliteit.

Voetbalclubs bekijken te weinig of degene met wie zij zaken doen bonafide is. Voor hen is het interessant om aangeboden spelers op proef te nemen. Wie weet, zit er een talent tussen die met grote winst kan worden doorverkocht. Zo helpen ze mee om een schemerwereld in stand te houden waarin voetbalmakelaars buiten de officiële kanalen om langs clubs gaan om hun talentjes aan te bieden. Als de verkoop in het ene land niet lukt, proberen ze het ergens anders. Vooral België, Frankrijk, de Scandinavische en de Oost-Europese landen zijn populaire bestemmingen. Maar ook in Nederland bieden makelaars op deze wijze hun handelswaar aan en gaan clubs hier op in, zo laat het onderzoek van De Onderzoeksredactie zien. Clubs ontkennen die betrokkenheid of schuiven de verantwoordelijk af op de makelaars.

Om deze misstanden tegen te gaan heeft de FIFA in 2009 het Transfer Matching System (TMS) ingevoerd, een volledig gecomputeriseerd systeem om internationale transfers te monitoren. Dit om te voorkomen dat spelers ‘onder de tafel’ worden verkocht. Dit systeem is echter verre van effectief. Veel voetballers worden in Afrika gescout op lokale ‘voetbalacademies’ – vaak niet meer dan een veldje langs de kant van de weg. Hier worden de voetballers verkocht aan Afrikaanse en Europese makelaars die ze meenemen naar Europa. Het TMS heeft alleen toezicht op geregistreerde academies. Maar volgens schattingen is tachtig procent van de ‘academies’ illegaal en verlaten jaarlijks duizenden Afrikaanse voetballers ongezien het continent op weg naar een onzekere toekomst.

Op nationaal niveau kunnen voetbalbonden in Europa ook zelf drempels opwerpen tegen deze handel. In Nederland, bijvoorbeeld, moeten clubs een speler van buiten de EU een minimumsalaris van ruim vier ton per jaar bieden. Dit maakt het onaantrekkelijk om zomaar een buitenlandse voetballer te contracteren en weer te dumpen. Maar tijdelijke testperioden blijven mogelijk en voetbalclubs zijn inventief genoeg om beperkende regels te omzeilen. FC Utrecht bedacht in 2011 voor een buitenlandse speler een schijnconstructie waarbij het leek alsof de club aan de salariseis voldeed. In werkelijkheid betaalde zij slechts een deel. De speler wist van niets. De kans is groot dat dit soort praktijken meer voorkomt, zeggen insiders. Het voorbeeld Utrecht is maar één van de aanwijzingen dat voetbalclubs in Nederland en elders in Europa zich niet door beperkende regels laten ontmoedigen. De kans op het vinden van een talent en op een lucratieve doorverkoop is kennelijk tè aantrekkelijk. Dat jaarlijks duizenden jonge Afrikanen de dupe worden van deze handel, wordt kennelijk gezien als 'collateral damage'.