Dit is een artikel uit het NRC-archief

Slavenarbeid hoort erbij als gijzelaar van Boko Haram

Human Rights Watch publiceerde gisteren een schrikbarend rijtje misstanden over slachtoffers van de terreurorganisatie.

Isaac Rebecca, één van de meisjes die Boko Haram ontvluchtte, krijgt troost tijdens een protestmars twee weken geleden. foto reuters
Isaac Rebecca, één van de meisjes die Boko Haram ontvluchtte, krijgt troost tijdens een protestmars twee weken geleden. foto reuters

Meisjes en vrouwen die in het noordoosten van Nigeria zijn ontvoerd door de islamitische terreurgroep Boko Haram, staan bloot aan grote ontberingen. Ze verrichten slavenarbeid, worden het slagveld opgestuurd om munitie te dragen, worden uitgehuwelijkt en bekeren zich gedwongen zich tot de islam.

Dat blijkt uit een gisteren gepubliceerd rapport van Human Rights Watch (HRW) over het lot van de gekidnapte vrouwen en kinderen. Het geweld in het noordoosten van Nigeria heeft de afgelopen vijf jaar, sinds Boko Haram zijn terreurcampagne begon, aan meer dan 7.000 burgers het leven gekost. Daarnaast zijn er ten minste vijfhonderd vrouwen en meisjes ontvoerd.

Aanvankelijk ging het om individuele gevallen, sinds vorig jaar mei om collectieve ontvoeringen. Afgelopen april werden in Chibok 276 schoolmeisjes meegenomen, van wie er nog steeds 219 zijn vermist. Ze worden vermoedelijk vastgehouden in het omvangrijke junglegebied dat doorloopt in Tsjaad en Niger.

Voor het onderzoek interviewde HRW dertig vrouwen en meisjes die tussen april vorig jaar en april dit jaar werden gekidnapt, maar inmiddels weer vrij zijn. Ook werden gesprekken gevoerd met zestien getuigen van ontvoeringen. Uit hun verhalen blijkt dat de meegevoerde vrouwen en meisjes worden misbruikt en mishandeld.

Dwangarbeid

Veertien schoolmeisjes die wisten te ontsnappen na hun opzienbarende ontvoering uit een school in Chibok, vertelden dat ze huishoudelijke taken zoals koken en schoonmaken moesten verrichten. Anderen moesten mee naar de frontlinie wanneer strijders van Boko Haram gingen vechten, bijvoorbeeld om extra patronen te dragen. Een meisje moest een groepje tieners, onder wie leden van een burgermilitie, in een hinderlaag lokken door hen om hulp te vragen. Toen de jongens haar volgden, werden ze door Boko Haram overmeesterd. „Terug in het kamp bonden ze hun handen en voeten vast en sneden bij vier van hen de keel door onder het roepen van ‘Allahu Akbar’. Toen kreeg ik een mes in mijn handen gedrukt om de laatste man te doden. Ik trilde van afschuw en kon het niet. De vrouw van de kampcommandant nam het mes en doodde hem.”

Christenen zijn vaak doelwit van Boko Haram. Een 23-jarige vrouw beschrijft hoe zij en haar moeder in november 2013 werden meegenomen naar een huis in de heuvels bij haar dorp, waar al twee meisjes en jongens werden vastgehouden. „De leider zei: ‘Vandaag gaan we jullie bekeren tot de islam, dan kun je iemand van ons uitkiezen om mee te trouwen en geven we jullie een onderkomen’. Mijn moeder en ik waren al getrouwd. We weigerden, maar toen ze dreigden ons te doden, zei mijn moeder dat we maar moesten instemmen.”

In een in mei gepubliceerde videoboodschap zei Boko Haramleider Abubakar Shekau dat hij de in Chibok ontvoerde schoolmeisjes als bruiden zou schenken aan zijn strijders, omdat zij hun slaven waren. Een eind vorig jaar ontvoerd meisje van 17 klaagde tegen de commandant die haar in handen had, dat ze te jong was om te trouwen. Hij wees naar zijn 5-jarig dochtertje en antwoordde: „Zij is vorig jaar uitgehuwelijkt, en ze wacht slechts tot haar puberteit om het huwelijk te consumeren. Hoe kan het dan dat jij op jouw leeftijd te jong bent?”

Verkrachting

Een gedwongen huwelijk wordt vaak gevolgd door verkrachting. Een vrouw die vorig jaar vastzat in een kamp van Boko Haram in de buurt van Gwoza: „Ik wendde voor dat ik ziek was, want ik wilde niet instemmen met het voorstel van de commandant om te trouwen met een andere strijder. Toen de strijder die de bruidsschat had betaald zich aan mij opdrong, blokkeerde de vrouw van de commandant de kelder en keek toe hoe de man mij verkrachtte.”

Die laatste getuigenis illustreert dat er zich onder de manschappen van Boko Haram ook vrouwen en meisjes bevinden. Hoeveel dat er zijn, is volgens HRW onbekend. Volgens een andere organisatie, Watchlist on Children and Armed Conflict, vechten aan beide zijden van het conflict in Nigeria ook kindsoldaten mee. Veel slachtoffers kampen met een posttraumatische stoornis of andere psychische problemen. Maar goede opvang is er niet voor hen, net zomin als regering en leger voldoende bescherming bieden aan de lokale bevolking om terreuraanvallen te voorkomen, stelt HRW.