IS zaait twijfel met filmpjes van ‘oorlogscorrespondent’ John Cantlie

John Cantlie in de video van IS die in Kobani zou zijn opgenomen.
John Cantlie in de video van IS die in Kobani zou zijn opgenomen. Foto AFP

De Islamitische Staat (IS) heeft een geoliede propagandamachine, die het westerse publiek telkens weet te choqueren met gruwelijke en tegelijk gelikte video’s. De filmpjes met de ontvoerde Britse fotograaf John Cantlie in de hoofdrol hebben een ander doel: twijfel zaaien.

IS bracht gisteren een opmerkelijke nieuwe video naar buiten met Cantlie, die dit keer als een oorlogscorrespondent verslag lijkt te doen vanuit de belegerde Syrische stad Kobani. Hij weerspreekt dat de jihadisten in het defensief zijn gedrongen en voorspelt dat Kobani binnen afzienbare tijd geheel in handen valt van IS.

Ontvoerde Cantlie zou in Kobani zijn

In de video staat Cantlie naar eigen zeggen op het dak van een gebouw in Kobani. Hij gebaart over zijn schouder naar wat Turks grondgebied zou zijn en zegt:

“In tegenstelling tot wat de westerse media je willen doen geloven, wordt hier nu niet fel gevochten. De strijd om Kobani nadert zijn einde. De mujahedeen (islamitische strijders, red) zijn de laatste restjes verzet aan het opruimen, straat voor straat, gebouw voor gebouw.”

https://www.youtube.com/watch?v=CQSwGBkGb6o

Het is onduidelijk of de video daadwerkelijk is opgenomen in Kobani. De vijf eerdere video’s met Cantlie waren opgenomen in een talkshow-achtige setting. Waarom zouden de jihadisten nu zoveel risico nemen om een waardevolle gijzelaar in Kobani te krijgen?

Geen westerse journalist waagt zich in Kobani

“Er zijn geen westerse journalisten in de stad”, zegt Cantlie in de video. Hij heeft gelijk. Newsweek publiceerde vorige week het coververhaal Inside Kobane: The Diary of a Siege. Het verhaal was geschreven door Heysam Mislim, een lokale journalist die in Kobani is gebleven. Maar behalve lokale journalisten waagt vrijwel niemand zich in de stad – veel te gevaarlijk.

De enige betrouwbare bron is het Syrische Observatorium van de Mensenrechten, dat vertrouwt op een netwerk van lokale informanten. Het Observatorium meldde vorige week dat er bij de luchtaanvallen tot nu toe 553 extremisten zijn gedood.

Vanaf de Turkse heuvels kan de pers het verloop van de strijd niet precies volgen. De afgelopen weken leek de val van de stad een aantal keren aanstaande. Dan weer leek het beleg van IS te zijn gebroken.

Propagandastrijd van beide partijen

Vandaar dat er ook een felle propagandastrijd is uitgebroken. “De media krijgen hun informatie van Koerdische commandanten en woordvoerders van het Witte Huis, die beide geen enkele intentie hebben om de waarheid te spreken”, zegt Cantlie in de video’s.

Ook daar heeft hij een punt. In de media worden zo nu en dan Koerdische commandanten geciteerd die telefonisch commentaar geven op het verloop van de strijd. Net als de extremisten hebben ook zij er belang bij de situatie in hun eigen voordeel uit te leggen.

‘Stadsoorlog specialiteit van mujahedeen’

In een poging zo waarachtig mogelijk over te komen geeft Cantlie toe dat luchtaanvallen hebben voorkomen dat IS tanks kon inzetten. Daarom zouden de jihadisten zijn overgegaan op gevechten van huis-tot-huis met lichtere wapens. Maar volgens Cantlie is de opmars van IS ondanks de luchtaanvallen niet te stoppen.

“Stadsoorlogen zijn taai en smerig, maar vormen een specialiteit van de mujahedeen.”

In een reportage van de Arabische zender Al-Aan TV vanuit Kobani meldden Koerdische strijders echter dat IS is verdreven uit het centrum van de stad. Wie de waarheid spreekt zal moeten blijken.