Opinie

Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Politiek

Het voelt soms of we in de jaren 30 leven

‘Een maatschappij waarin geld verdienen het enige streven is, ontwikkelt zich tot een hel. Dat is de hel die we nu waarnemen”, zegt theaterregisseur Johan Simons. Het is een ferme uitspraak, die past op deze discussiemiddag in de kleine zaal van het Amsterdamse Concertgebouw, georganiseerd door het Tilburgse Instituut Nexus. Die is een protest – wat heet, een noodkreet – tegen de teloorgang van culturele waarden in het huidig tijdsgewricht, en tegen de hegemonie van een marktdenken dat alles wat niet onmiddellijk rendabel is, als overbodig en storend terzijde schuift.

Aanleiding is het jongste nummer van het tijdschrift Nexus dat, onder het motto ‘School der beschaving’, tientallen denkers uit binnen- en buitenland gevraagd heeft welke waarden, boeken, kunst of gedachtengoed op scholen in ieder geval moeten worden onderwezen. Opvallend is de overeenkomst in twee bijdragen uit het Nederlands taalgebied. Arnon Grunberg bepleit het aankweken van een „ironische houding”: niet elke dialoog hoeft te worden voortgezet, en van iedereen kun je iets leren. Stefan Hertmans toont aan de hand van Sofokles’ tragedie Antigone het belang van „dubbelzinnigheid” aan: anders dan de postmoderne mens wordt ingeprent, is tussen veel zaken geen delicaat evenwicht mogelijk. Bij beide auteurs is cultuur het aangeleerd vermogen de schijn-evidenties van het praktisch economisch denken te vervangen door een georganiseerde scepsis en gevoel voor de onoplosbaarheid van veel dingen.

De kleine zaal is bomvol, al valt te vrezen dat een deel van het publiek niet zozeer voor cultuurfilosofie is gekomen maar voor de wereldberoemde muzikant Jordi Savall, die in het panel zit en op cello enkele adembenemende intermezzi ten beste geeft. Omdat bovendien de meest welbespraakte discussiedeelnemer de jonge dirigent Yoel Gamzou is en we per slot van rekening in het Concertgebouw zitten, trekt het zo weids bedoelde debat al spoedig in de richting van de muziek: de onvervangbare waarde van muziek als een al het ondermaanse overstijgende kunst, het belang van goed muziekonderwijs op scholen, enzovoorts.

De frontale aanval op de geest des tijds schiet er op die manier een beetje bij in. Dat maakt de middag niet minder curieus. Ik weet dat historische vergelijkingen altijd mank gaan, maar toch heb ik de laatste tijd in toenemende mate het gevoel in de jaren dertig van de vorige eeuw te leven: de niet-aflatende economische crisis waarop niet echt een antwoord lijkt bestaan; de opkomst van een zwaar bewapende macht in Europa (Rusland) die het expliciet voorzien heeft op liberaal-democratische waarden; een afnemende geloofwaardigheid van de instituties in democratische landen en de daarmee verbonden opkomst van politieke bewegingen van twijfelachtig allooi.

Wat in het plaatje nog ontbrak, was de opkomst van fundamenteel cultuurpessimisme, zoals dat in de jaren dertig zo populair was – Opstand der horden van Ortega y Gasset, Ondergang van het avondland van Oswald Spengler, of In de schaduwen van morgen van Johan Huizinga. Het symposion van Nexus doet vermoeden dat in deze lacune gaat worden voorzien.