Opinie

Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Religie

De zus van Seth

Een afscheidsdienst die uitmondde in het verhaal van een symbiotisch te noemen relatie tussen broer en zus. Zo zou je de dienst voor Seth Gaaikema kunnen karakteriseren, die gistermiddag in de Amsterdamse Westerkerk werd gehouden. De band tussen hen was onverbrekelijk geweest, vertelde Jolan Banai-Gaaikema, tien jaar jonger dan de op 75-jarige leeftijd overleden Seth.

Zij hielden elkaar op de hoogte van hun wel en wee, zij voelden intuïtief aan wanneer de ander met problemen kampte en hadden een identiek gevoel voor humor.

Voor mij kwam er ook een zekere uiterlijke gelijkenis bij, zowel in de gezichtsuitdrukking als in woord en gebaar. Alsof Seth voor deze gelegenheid gereïncarneerd was in een jongere, vrouwelijke uitgave van zichzelf. Jolan, net als haar ouders predikant, voerde de regie van deze dienst. Zij ging voor in gebed en gezang en haalde, afgewisseld door andere sprekers en (lied)teksten van haar broer, steeds weer herinneringen op aan Seth. De dienst duurde daardoor lang, voor sommigen misschien te lang (ruim twee uur), maar gaf juist dankzij de inbreng van Jolan een interessant beeld van de man die haar broer was geweest.

Ze vertelde hoe belangrijk het geloof voor hem was gebleven. Zij had hem op latere leeftijd mogen dopen en trouwen. Toen ze nog predikant was in plaatsen als de Haarlemmermeer en Drachten, kwam hij vanuit Brabant naar haar kerkdiensten gereden. Ze moest van hem dan altijd Het groene gras zingen, lied 463 uit het Oude Liedboek der Kerken. Het tweede couplet daarvan luidt: O vrede van Tiberias,/ heuvels in het rond,/ waar Jezus in het zachte gras/ de mensen liefhad en genas./ En in hun midden stond. „En bij Seth rolden, elke keer weer, bij die regels de tranen over zijn wangen”, vertelde Jolan.

Op papier lijkt het een wat sentimenteel verhaaltje, maar zo klonk het uit de mond van Jolan niet. „Seth geloofde op zijn manier”, vertelde ze. Hij was geen man voor kerkelijke instituten, hij wilde met zijn geloof vooral tussen de mensen staan. Hij droeg met name Jezus op handen, daarom kon hij dichten: Jezus was een lieve man/ een lieve man./ Hij keek je soms zo helder an/ dat alles van je af viel, je angst, je zorg, je pijn/ en dat je dacht:/ Dit moet Gods Zoon wel zijn.

Geen teksten voor kritische, seculiere oren die in de Westerkerk ruimschoots aanwezig waren, getuige de aarzelende manier waarop er vaak werd meegezongen. Ook het religieuze pathos in de bijdragen van vriend Huub Oosterhuis zal bij sommige ongelovigen bevreemding hebben gewekt – maar ook dat zal bij Seth Gaaikema hebben gehoord. Of projecteert iedere spreker bij begrafenissen vooral zijn eigen preoccupaties op de overledene? Dat zul je als buitenstaander nooit zeker weten.

Hoe het ook zij, het was een indrukwekkend afscheid, mede dankzij de vrienden die een meer wereldse kant van Gaaikema lieten zien. Jacques d’Ancona, die het Groningse verleden vertolkte, oude vriend Teunis Tel en Wim Hazeu die vijf gedichten, door Seth zelf geschreven en voor zijn begrafenis uitgezocht, voordroeg. En natuurlijk Seths echtgenoot Peter Biemans die als enige het recht had op het laatste woord.

Daarna kon Seth in zijn blauwe kist de kerk worden uitgedragen terwijl een tekst klonk die hij zelf had geschreven: Eens komt het einde./ Daar is niets verontrustends aan./ Eens komt het einde./ Is het gedaan.