De vervallen pier in Scheveningen is eindelijk verkocht

Foto ANP

De Scheveningse Pier is gered. Curator Marc Udink heeft het vervallen icoon van de badplaats voor drie miljoen euro verkocht aan een joint venture van Kondor Wessels Vastgoed en investeringsmaatschappij Danzep, die het gezamenlijk gaan exploiteren. “Zij gaan het oude sleetse gebouw nieuw leven inblazen”, zegt Udink.

De Scheveningse Pier ging begin 2013 failliet en in oktober 2013 dicht, omdat niet meer kon worden voldaan aan de veiligheidsvoorschriften. De nieuwe eigenaren gaan dat snel oplossen, zegt Udink.

“Dat kost 120.000 euro. Als curator had ik dat niet, maar op de totale investering is dat peanuts.”

De twee nieuwe eigenaren zullen direct aan reparatie van de Pier beginnen.

Udink verwacht dat “we met zijn allen in de lente weer op de Pier kunnen lopen.”

“Op de middellange termijn maken de kopers er weer een vrolijke pier van, zoals hij ongeveer was. Op de lange termijn zullen ze nieuwe plannen ontwikkelen.”

Volgens Udink praten de nieuwe eigenaren al ongeveer een half jaar met de gemeente. De nieuwe wethouder Boudewijn Revis, net aangetreden na de gemeenteraadsverkiezingen, zei volgens hem in het eerste gesprek: ‘Breek maar af’. Udink: “Dat heeft de verkoop niet echt bevorderd, dat is toch een beginnersfout en toont bestuurlijke onkunde.”

Ook nu laat de wethouder niets van zich horen, zegt Udink.

“Maar de nieuwe eigenaren hopen nu heel erg op de medewerking van de gemeente. In Rotterdam gaan ze met zijn allen rond de Euromast staan als er problemen zijn, waarom doen ze dat in Den Haag niet met de Pier?”

Kondor Wessels Vastgoed is de projectontwikkelingsmaatschappij van bouwbedrijf Volker Wessels. Danzep is een investeringsmaatschappij van de ondernemer Hans-Poul Veldhuijzen van Zanten, die in Nederland en België een aantal EasyHotels heeft opgezet. Udink verwacht alle schuldeisers te kunnen terugbetalen uit de opbrengst, ook de voormalige eigenaren de familie Van der Valk. “Maar zij zijn sportief, ze zijn als laatsten in de rij gaan staan.”

    • Daan van Lent