Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Politiek

De toeristen van de democratie

Aan het einde van deze week staat er in Den Haag mythische zeeslang op het menu: zo’n beest dat meestentijds zo goed verborgen leeft dat het een fabeltje lijkt, tot het opeens weer de kop boven water steekt. Dan is het altijd schrikken. Weet u al om welke politieke zeeslang het gaat?

De parlementaire enquête. Het is het belangrijkste onderzoekswapen van de Tweede Kamer, maar aan de kracht ervan wordt regelmatig getwijfeld. Sommige Kamerleden gaan maandenlang op in hun onderzoek, maar het publiek merkt er maar in twee fases iets van: tijdens de openbare verhoren en bij de presentatie van het eindrapport. En dan volgen conclusies die niet altijd verrassen.

Zo zal het ook donderdag gaan, als voorzitter Roland van Vliet (ex-PVV) de uitkomsten presenteert van bijna twee jaar enquête naar de woningcorporaties. U zult op tv flashes zien uit de verhoren van deze zomer: corporatiedirecteur Möllekamp wiens Maserati zo mooi in het budget van Rochdale paste. Eric Staal, de Vestia-directeur die 3,5 miljoen euro voor zijn pensioengat kreeg terwijl Vestia door andere corporaties gered moest worden. Het toezicht bij de corporaties was gebrekkig, en in Den Haag doken alsmaar nieuwe bewindslieden op die er niets aan deden.

De zes leden van deze parlementaire enquêtecommissie hadden het niet makkelijk. Ze kregen kritiek op hun populistische manier van verhoren: weinig vragen naar feiten, veel effectbejag, tuk op openbare boetedoening en schandpaaltheater. Ze hadden te maken met getuigen die in hun antwoorden rekening hielden met het strafproces dat hun ook nog wacht. En intussen liep de ongeduldige minister Blok (Wonen, VVD) vast vooruit met nieuwe regels voor corporaties en het toezicht daarop.

Wat blijft er dan over voor donderdag? Voorzitter Van Vliet, die al zijn overige parlementaire werk on hold heeft gezet, moet haast wel uitkomen bij kritiek op de politiek zelf. De woningcorporaties waren begin jaren negentig nog niet verzelfstandigd of kabinet en Kamer verloren niet alleen hun grip – dat was ook de bedoeling – maar ook het vermogen te begrijpen of het beleid goed uitpakte en bij te sturen. Net als de regering kende de Tweede Kamer meer personeelsverloop dan de directiekamers van de corporaties.

Dat is geen toeval. Elk parlementair onderzoek bewijst tegenwoordig de crisis van de politiek zelf: dat politici, passanten met toenemende haast, zich ontpopt hebben tot toeristen van de democratie, even belangstellend als onmachtig, en minder geïnformeerd, minder ervaren en doelbewust dan de mensen en organisaties aan wie zij hun macht hebben uitbesteed. Onlangs sabelde de commissie-Elias het ICT-beleid van de overheid neer. Ze schreef óók dat het „tot nu toe niemand is gelukt om de Kamer het gevoel van urgentie bij te brengen” dat nodig is. Volgens Roel Kuiper, ChristenUnie-senator en in de Eerste Kamer leider van een onderzoek naar dertig jaar privatiseringsbeleid, ontbreekt het politici aan ‘zelfbewustzijn’ – het besef dat zij de hoeders zijn van het algemeen belang. Hij schreef een boek om de ‘terugkeer’ ervan te bepleiten.

De parlementaire enquête is te midden van dit democratisch ongemak een ironisch wapen geworden. De Kamer stelt onderzoeken in omdat ze wil weten hoe het nu écht zit (volgende gegadigde: de ramp met vlucht MH17). Als ze er eenmaal induiken, ontdekken Kamerleden pas echt hoe weinig ze weten. Ze klagen over de informatie van ministeries – volgens ‘Elias’ kan de Kamer zelfs „niet voldoen aan haar grondwettelijk vastgelegde parlementaire onderzoeksrecht”. Tegelijk doen Kamerleden in zo’n commissie wat hun dagelijks werk zou moeten zijn: zich bezinnen op de ratio en effecten van tientallen jaren beleid. Het geheugen opfrissen. In de spiegel kijken. De zeeslang zijn.