Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Economie

Blaadjesstaarders

Schrijfster Pia de Jong verhuisde met haar gezin van Amsterdam naar Princeton, in de Verenigde Staten. Ze schrijft over wat haar opvalt.

Illustratie Eliane Gerrits
Illustratie Eliane Gerrits

‘Ik had het kunnen weten”, zegt de taxichauffeur als we eindelijk het ongeluk passeren, de reden van onze vertraging. „Altijd hetzelfde rond deze tijd van het jaar. Leafers.”

Terwijl een auto wordt weggesleept – gelukkig alleen maar blikschade – staat midden op de weg een groepje mensen, camera’s in de hand, in aanbidding naar een boom vol onwerkelijk rode bladeren te kijken. Het is weer tijd voor de blaadjestoeristen.

Binnenkort breekt de lange, koude, kale winter aan. Maar voor het zover is, heeft de natuur nog een verrassing voor ons in petto. Voor de bladeren massaal van de bomen vallen, ten prooi aan de gemotoriseerde blaadjesblazers, gloeien ze nog eenmaal op. Onder je ogen verkleuren ze van groen naar knalrood, geel, oranje of magenta. Plotseling lijkt het of gekleurde volglampen de individuele bomen in het bos uitlichten.

Elke dag volg ik in The New York Times, onder de weerberichten, de speciale gebladerterubriek Foliage. Een kaart van de oostkust geeft precies aan waar vandaag de kleurenpiek te vinden is, waar die alweer voorbij is en waar de bomen nog helemaal groen zijn. Het begint in het noorden van Maine en trekt dan langzaam naar het zuiden. Op dit moment loopt de band met „piekkleuren” precies door het midden van New Jersey. Het is hoogseizoen bij ons.

Niet alle bomen verkleuren op dezelfde manier. Sommige blijven koppig groen. Andere kiezen voor goudgeel of oranje. De crimson maple, de karmozijnrode esdoorn, is het allermooist, met blaadjes zo felrood dat het lijkt alsof de boom in brand staat. En dan is er de berk, de eik en de lariks. Allemaal anders.

Leafers, enigszins neerbuigend leaf peepers genoemd door de plaatselijke bewoners, zijn toeristen die geen genoeg kunnen krijgen van het kijken naar de kleurige blaadjes. Om de zomer geven ze niet, de blaadjesstaarders. Aan het strand liggen kan ze gestolen worden, nu nemen ze hun vakantie op. Ze hebben kaarten waarop je de beste route kunt vinden, de mooist gelegen plekken om te overnachten, terwijl ze van Vermont naar Pennsylvania afzakken.

Ik kan me helemaal voorstellen hoe ze zo’n tochtige herberg inlopen over krakende traptreden. De mossige geur van de herfstbladeren mengt zich met damp van de paddenstoelensoep op het fornuis.

Via websites en handige apps houden de leafers elkaar op de hoogte van de locaties waar je de beste foto’s kunt maken. Elk gebied heeft zijn eigen spotter voor het laatste nieuws. Ze bidden dat het niet regent, zodat de blaadjes de kans krijgen nog roder, geler en paarser te kleuren.

Cynische tongen beweren dat deze blaadjesstaarders nazaten zijn van arme emigranten die aan de grijze troosteloosheid van hun kolengestookte 19de-eeuwse benauwdheid wilden ontsnappen. Het is waar dat een tocht langs de herfstbossen een stuk goedkoper is dan een vakantie naar Hawaï, maar het is volgens mij toch echt de liefde voor de natuur die de ware blaadjesbewonderaars voortdrijft. Ze hopen dat november, met zijn gevreesde eerste vorst, nog lang op zich laat wachten. Want dan is het gedaan met deze schoonheid. Dan rest ons slechts een bruine, zurige drab van gevallen bladeren, waarover je lelijk kunt uitglijden. En een vergeten geel blaadje in het grauwe winterbos.

Maar de ware leafer ontsnapt aan de somberheid van de kleurloze winter. Die zit bij de haard te mijmeren, met zijn fotoboeken op schoot. In full color.