Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

Zorg

124 momenten van verlies

Fotograaf Kim Tieleman is 32 en heeft borstkanker. Om vat te krijgen op haar ziekte, legde zij minutieus haar haaruitval vast.

Niet ieders haar valt uit. Maar dat van haar dus wel. Binnen twee weken na de eerste chemokuur begon het. Onder de douche merkte ze dat er „meer dan anders” losliet. Als ze ’s morgens wakker werd, lagen er steeds meer haren op het hoofdkussen. Plukken bleven in haar borstel achter.

Fotograaf Kim Tieleman was 31 toen ze onder de douche een knobbeltje voelde in haar borst. Ze ging naar de dokter, die zag dat het een ontstoken kliertje was. Een jaar later was er op dezelfde plek opnieuw een knobbeltje. Nu reageerde de arts anders. Na een punctie kreeg ze het slechte nieuws te horen.

Een snelgroeiende tumor in haar linkerborst. Uitzaaiingen van 2 millimeter in één van de poortwachterklieren. De kanker was behandelbaar, zei de arts. Maar de chemotherapie zou haar waarschijnlijk onvruchtbaar maken. Ze moest overwegen eicellen in te laten vriezen als ze kinderen wilde.

Dat schokte haar, maar ze dacht ook meteen: „Mijn haar.” Niet dat het nou zulk bijzonder haar was. Het zat bijvoorbeeld niet zo mooi als het haar in de pruik die ze nu draagt, lang en sluik. Maar toch. Je haar. En dat iedereen dan ziet dat je ziek bent.

De continue dreiging dat haar haar zou uitvallen, vond ze het naarst. „Je weet niet óf het gebeurt en ook niet hoe dat gaat. En hoe je eruit zult zien.” Ze werd voorzichtig, durfde niet meer stevig te borstelen. Probeerde niet of het nog vastzat door er even aan te trekken.

Om de angst te bezweren wilde ze het proces vastleggen. Het was geen therapie zegt ze, maar het leidde wel af. Op het moment dat ze de haren zag in de douche, moest ze ze opbergen, pen en papier pakken en het tijdstip en de vindplaats opschrijven, soms tientallen keren per dag.

De haren legde ze voor de foto neer op een blanco ondergrond, sierlijk, soms in een krul. Soms zoals ze uit haar borstel kwamen, in één grote klit.

Ze had ook haar kaler wordende hoofd kunnen fotograferen, maar dan zou het te veel over haarzelf gaan. „Ik wilde de context weglaten omdat het dan meer betekenis kan hebben voor anderen. Een hoofd geeft informatie, het zou afleiden.”

De serie die ze 124 momenten van verlies noemde, is in lijn met haar eerdere werk. Ze fotografeerde de spullen die gedurende tweeënhalf jaar door familie en vrienden op het graf van haar vader werden gelegd. Half vergane boeketjes, de takjes dun en breekbaar geworden. Opgebrande kaarsen, die er van bovenaf uitzien als een buiten de oevers getreden meer. Een leeggelopen blauwe ballon waarop staat: ‘Hoera, een zoon’.

Het is voor haar een reflex: de dingen die haar fascineren zoals de dood dat doet, probeert ze te vangen in foto’s. Gedurende de tweeënhalf jaar nam het aantal voorwerpen dat op het graf werd gelegd, af. En de boodschappen werden minder concreet. Dat is logisch, vindt ze: het toont de transitie van iemand die heel nabij was tot iemand die verder weg komt te staan.

Elf dagen nadat bij haarzelf de eerste haren loslieten, ging ze naar de pruikenwinkel om zich te laten kaalscheren. Snel, vonden de mensen in haar omgeving. Ze kon de haaruitval nog verdoezelen met een shawltje. „Maar ik was het zat om iedere ochtend te denken: kan het nog? Red ik het nog met mijn haar tot het etentje dit weekend?” Dan maar liever kaal.

Al eerder had ze een pruik laten maken. Die blijft in de haarsalon tot hij nodig is – hij moet op maat gemaakt worden op een kaal hoofd. De kapster maakte staartjes en knipte die af. Daarna schoor ze het korte haar dat over was, weg. Eerst schrok Kim. Maar toen ze wat langer keek, viel het mee. „Na een tijdje zie je toch jezelf weer.”