Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

Economie

Zeg eens eerlijk, ben jij een bron, of ben je eenput?

De ‘app-taxi’s’ van Uber hebben felle kritiek gekregen omdat ze de markt verstoren met valse concurrentie. Jeroen van Beele ziet het als voorbode van een nieuwe economische orde.

In de Weggeefwinkel Haar- lem is onlangs ingebroken. ‘Is hier sprake van diefstal?’, vraag ik me dan af. En als er al sprake is van diefstal, wie besteelt dan wie? Evenzogoed kun je zeggen dat de Weggeefwinkel marktaandeel steelt van reguliere middenstanders.

Deze confrontatie tussen gevers en graaiers maakt de overgang van oude naar nieuwe economie tastbaar. We zien sites opkomen als airbnb.com, couchsurfing.com en uber.com, waaruit die nieuwe economie ontspruit. Kijk ook even naar sensorica.co.

Wat is hier aan de hand? Ons gedrag is hét probleem en ons economische systeem past bij dat gedrag.

Het probleem is dat wij geen rekening houden met elkaar, de wereld en de toekomst. Ons ruilsysteem is onderdeel van dat onverantwoordelijke gedrag. Het alternatief is: bij alles wat we doen wél rekening houden met wederzijdse belangen. Daarbij past een deelsysteem, de ‘share economy’.

Economische stromen

Ik zie de economie als een netwerk van mensen en stromen van goederen en diensten tussen die mensen. Twee dingen vallen me dan op.

Elke dag weer werken er miljoenen en miljoenen mensen. Dit houdt de economische stromen gaande. Ten tweede: er zijn mensen bij wie méér vandaan stroomt dan naar hen toe stroomt, en omgekeerd zijn er mensen naar wie meer toestroomt dan er van hen vandaan stroomt. De eerste soort noem ik ‘de bronnen’ en de tweede noem ik ‘de putten’.

Nu vraag ik jou: ben jij een bron, of ben jij een put?

Bronnen en putten hebben ieder hun eigen antwoorden op de twee vragen die de stromen in het netwerk richting geven:

- Wie doet wat?

- Wie neemt wat?

Bronnen willen delen. Zij zeggen:

- Ik doe wat ik kan.

- Ik neem alleen dat wat ik écht nodig heb.

Dit is zoals mensen aan de keukentafel hun taken en rollen onderling afstemmen.

Putten willen ruilen. Zij zeggen:

- Ik doe zo weinig mogelijk.

- Ik neem zo veel mogelijk.

Dit is wat we hard onderhandelen noemen.

Eigenlijk liggen hieraan twee verschillende visies op het begrip ‘vrijheid’ ten grondslag. Voor een bron is vrijheid zoiets als voorrang geven: het is een plicht, geen recht. Vrijheid is de plicht rekening te houden met elkaar.

Voor een put is vrijheid: binnenhalen, graaien binnen de toegestane ruimte. Dit bepaalt de dynamiek in het putten-netwerk.

Bronnen vormen een vrij stromend netwerk, in die zin dat zij vrij zijn in het bepalen van de richting die zij geven aan hun stromen. Voor bronnen betekent vrijheid dat ze voor elkaar zorgen. De zorg van de één schept voor de ander de voorwaarden om vrij te zijn, en om ook te kunnen stromen.

De dynamiek van putten is een totaal andere: hoe meer er naar een put toestroomt, hoe machtiger die put wordt. De optelsom van putten is daarom een instabiel netwerk van elkaar beconcurrerende, leegzuigende putten. Een strijd met winnaars en verliezers. Met één winnaar om precies te zijn, want het is een ‘winner takes all game’.

Monopoly

Dit is precies wat de bedenkers van het spel Monopoly voor ogen hadden toen ze het ontwierpen. Deze Verelendungs-theorie is onlangs weer eens statistisch onderbouwd door de Franse econoom Thomas Piketty.

Onze huidige economie is ingericht alsof iedereen een put is. Tegenover elke stroom moet een tegenstroom staan. Maar als er geen tegenstroom bedacht kan worden, stopt de stroom en raakt het netwerk verstopt. In de economie heet dit: transactiekosten. Concreet betekent dit, bijvoorbeeld, dat onze samenleving niet één netwerk voor mobiele telefonie heeft, maar wel drie. En dus betalen we met zijn allen drie keer te veel voor ons mobieltje.

Waarom doen we alsof iedereen een put is? Schaarste zou een goede reden zijn. Als er schaarste zou bestaan, zouden we vanzelf allemaal putten zijn. Maar Gandhi heeft gezegd: ‘Deze wereld heeft genoeg voor ieders noden maar niet voor ieders begeerten.’ Deze stelling is wetenschappelijk bewezen. De universiteit in Wageningen heeft becijferd dat onze planeet voldoende capaciteit heeft om voedsel te produceren voor 177 miljard mensen – voorwaar een overvloed. Anders geformuleerd: we kúnnen bronnen zijn.

Dus schaarste is een mindset en daarmee een self-fulfilling prophecy. Als we denken dat er schaarste is, gaan we ons als putten gedragen, en putgedrag veroorzaakt juist schaarste.

Maar willen we dan geen putten zijn? Jezus heeft gezegd: ‘Het is zaliger te geven dan te nemen.’ Ook deze stelling is wetenschappelijk keer op keer onderbouwd. Anders geformuleerd: wij zijn geboren bronnen.

Een interessant gegeven is dat de huidige economische stromen worden bepaald met behulp van een waarderingssyteem. Dit systeem heeft als uitgangspunt dat bij iedere transactie de inkomende en uitgaande stromen van even grote waarde moeten zijn; dan is het netwerk financieel gezien in evenwicht.

Als we naar de wereld kijken, zien we dat die financieel misschien in evenwicht mag lijken, maar met 25.000 hongerdoden per dag zien we tegelijkertijd dat het netwerk niet doelmatig stroomt. Er moet dus iets mis zijn met ons begrip van waarde.

Er is nog iets raars aan schaarste: het heeft groei nodig om voort te bestaan. Maar het huidige transactiemodel genereert zoveel transactiekosten dat we keihard tegen de ‘grenzen van de groei’ zijn aangelopen, zoals de Club van Rome een generatie geleden voorspelde.

Het schaarstemodel was levensvatbaar zolang er overvloed was. Maar nu het schaarste gecreëerd heeft, zal de wal het schip keren.

Er ontstaat nu een kritische massa van mensen die zich ervan bewust is dat zij een bron kunnen, willen en durven zijn. Het enige wat die ‘coalition of the willing’ nodig heeft om een netwerk van overvloed te bouwen, is een nieuwe Google. Het kenmerk van Google is: digitale informatie stroomt nu vrijelijk, zonder schaarste, zonder grenzen. Dat kan straks ook in de materiële economie, als een mega-‘zoekmachine’ die alle airbnb.coms, couchsurfing.coms en uber.coms enzovoort, enzovoort met elkaar verbindt. Dan ontstaat een economie met louter bronnen, zonder putten.