Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

Onderwijs

Bèta? Dan ben je vast een man

In landen waar vrouwen ondervertegenwoordigd zijn in de bètawetenschappen, associëren mensen die wetenschappen meer met mannen dan met vrouwen. Ook als mannen en vrouwen in zo’n land verder als gelijkwaardig worden beschouwd, denken de meesten bij een bètawetenschapper aan een man. Een „bijzonder dramatisch” voorbeeld van zo’n land is Nederland. Dat schrijven Amerikaanse psychologen op basis van hun onderzoek onder ruim 350.000 proefpersonen uit 66 landen, in Journal of Educational Psychology. Nederland scoort hoog op seksegelijkheid: meisjes zijn als baby even gewenst als jongens en hebben daarna evenveel recht op goed onderwijs. Maar in de bètavakken kent Nederland veel meer mannelijke studenten en docenten dan vrouwelijke. Daardoor, beargumenteren de onderzoekers, houden Nederlanders vast aan hun stereotiepe idee dat dé bètawetenschapper een man is. En dat kan het moeilijk maken voor meisjes om die richting op te gaan. De proefpersonen (onder wie circa 3.000 Nederlanders) vulden tussen 2000 en 2008 vragenlijsten in op een website en deden daar ook een testje om te meten in hoeverre ze bèta- en alfawetenschap onbewust met mannen en vrouwen associëren. De verschillen tussen landen hingen samen met het aandeel vrouwen in de bètahoek.