‘Grote schikking justitie hoort in de rechtszaal’

Wil het Openbaar Ministerie met verdachten schikkingen treffen „voor substantiële bedragen”, dan zouden die altijd eerst aan een rechter moeten worden voorgelegd.

Dit heeft de president van de Hoge Raad, Geert Corstens, gisteren gezegd in het televisieprogramma Buitenhof.

Als verdachten een boete krijgen van „enige tienduizenden euro’s”, dan moet dit volgens de hoogste rechter eerst door een rechter „preventief worden gecontroleerd. Als burger wil ik weten waarom dergelijke boetes worden opgelegd.”

Corstens liet zich in Buitenhof uit over de schikking in de zogeheten Libor-affaire, waarbij de Rabobank een boete van 70 miljoen euro betaalde om een rechtszaak te voorkomen. Werknemers van de bank hadden de rentetarieven voor leningen gemanipuleerd. Volgens Corstens is het jammer dat dergelijke grote zaken niet in de openbaarheid, bij de rechter, aan de orde komen. „Dit moet in de rechtszaal aan de orde gesteld worden. Daar moet een rechter zich over uitlaten.”

De magistraat zei dat ook rechtszaken tegen publieke functionarissen nooit met een schikking mogen worden afgedaan. Het is volgens hem „voor de sociale hygiëne” heel belangrijk dat dergelijke zaken in een openbare rechtszaal worden behandeld.

Corstens neemt aanstaande donderdag in een buitengewone zitting van de Hoge Raad afscheid als president. Zijn opvolger is raadsheer Maarten Feteris.