Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Taal

Behoud het Spokaans

ILLUSTRATIE OLIVIA ETTEMA

Met een groepje would-be Spokanisten stonden we te wachten bij een Leids collegezaaltje. Rolandt Tweehuyzen zou er een lezing geven over het Spokaans, de taal die hij ongeveer 55 jaar geleden bedacht en die gespoken wordt in Spokanië, een land dat hij in een moeite door verzon. Maar nu kwam iemand ons vertellen dat Tweehuysen zich had ziekgemeld.

Dat was een teleurstelling. Ik was Tweehuysen een jaar of tien geleden uit het oog verloren, maar ik vind het Spokaans een van de fascinerendste kunstwerken die in Nederland gemaakt zijn: een compleet land van zeven miljoen mensen met hun eigen taal, inclusief allerlei dialecten en standsverschillen en een in het Nederlands geschreven grammatica van 1500 bladzijden lang, die volledig op internet staat. Dat is nog eens wat anders dan een Marokkaan verzinnen die wat stukken publiceert op Joop.nl!

Nu we toch bij elkaar waren, wisselden we maar Tweehuysen-anekdotes uit. Hoe hij uit dienst bleef toen hij bij de keuring zijn Nederlands-Spokaanse woordenboek toonde en uit zijn hoofd bleek te weten hoe een lucifer heette: flecsÿrot. Hoe hij voor de grap was uitgenodigd op het ministerie van Verkeer en Waterstaat om een luchtvaartverdrag te tekenen met de toenmalige minister Neelie Kroes. Hoe hij de grammatica van zijn taal zo ‘interessant’ maakte dat hij hem zelf niet vloeiend spreekt – hij schrijft zijn teksten eerst in het Nederlands en vertaalt ze dan in het Spokaans.

Rolandt Tweehuysen schreef zijn eerste ‘boek’ over Spokanië – een volgeschreven schoolschrift – toen hij twaalf was. Dat is niet vreemd: meer kinderen bedenken dan hun eigen land en taal. Wel bijzonder is dat hij het Spokaans van een zo compleet en realistisch mogelijke cultuur voorzag én dat hij, als afgestudeerd specialist in Scandinavische talen, ongeveer vijfenvijftig jaar lang zijn taal bleef uitbreiden en vervolmaken.

Zo'n twintig jaar geleden kwam Tweehuysen een paar keer in de belangstelling. Hij publiceerde twee vrolijke reisgidsen naar zijn land, verscheen op televisie, werkte samen met een zangeres die Spokaanse liederen uitvoerde en gaf regelmatig lezingen. Aan het begin van deze eeuw opende hij zijn uitgebreide website waarop niet alleen de taal gedocumenteerd wordt, maar je ook bijvoorbeeld het Spokaanse spoorboekje vindt (spocania.com).

De afgelopen jaren werd het stiller; Tweehuysen werd vermoedelijk opgeslokt door zijn werk als vertaler en tekstschrijver. Hoe lang houdt hij het nog vol om in zijn eentje zo'n taal in de lucht te houden, plus de hele gemeenschap die de taal spreekt?

De laatste decennia zijn bedachte talen wereldwijd sterk in de belangstelling gekomen, vaak in samenhang met sciencefiction, zoals de talen van Tolkien, van Star Trek en van Game of Thrones. Er bestaan websites en clubs van mensen die zo’n taal samen bestuderen.

Het Spokaans wordt niet gesproken in een film, maar in een bijna-echt land. Toch verdient de taal meer steun uit Nederland dan één man kan geven. Dus richtten wij, vijf vorige week woensdag in Leiden, het Ânt-Spokânda-Dodos op, de vereniging tegen het uitsterven van het Spokaans. Het ASD zal een mail naar Tweehuysen sturen om hem beterschap te wensen. Hopelijk heeft zijn appartement in Spokanië wifi.