Opinie

Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Kranten

We worden soms bedrogen – maar de krant is geen politie

De ombudsman

Nizar Mourabit bestaat dus niet. Achter deze opinieschrijver gaat Nelle Boer schuil, weten we sinds deze week, een kunstenaar die de clichés rond ‘media-Marokkanen’ aan de kaak wilde stellen. Mourabit publiceerde eerst op websites, toen in Trouw, Het Parool en de Volkskrant. NRC Handelsblad wees een stuk van hem af (de redactie schreef hem overigens aan als „geachte mevrouw Morabit”). Dat gebeurde puur op inhoudelijke gronden; het stuk ging over „te veel onderwerpen tegelijk”.

Het is opnieuw een voorbeeld, na de Cool Cat-affaire en ‘Gay Village’ in Tilburg, van iemand die er geen been in ziet media met een valse identiteit te bedriegen, of voor te liegen, om een punt te maken.

Komt dat op opiniepagina’s vaker voor?

Ja, helaas wel. De redactie Opinie weigerde net deze week een artikel over de Wet normering topinkomens, nadat bleek dat de schrijver het onder een valse naam had ingestuurd. Dat werd op het nippertje ontdekt, een illustratie was al gemaakt.

En bij toeval. Het pasfotootje dat ‘Jan-Jaap Jagersma’ ter plaatsing bij zijn stuk mailde, bleek niet bruikbaar. Op Google vond de redactie een betere versie van de foto, maar die hoorde bij een Amerikaan genaamd Mitch Jones. Het adres van Jagersma bleek een hogeschool. Verder was op Google ook niets te vinden over deze Jan-Jaap.

De afzender gaf toe: dit was niet zijn echte naam. Hij legde zijn „dilemma” zo uit: hij wilde niet met zijn echte naam onder een stuk over zo’n gevoelige materie als topinkomens (graaien!), omdat hij „dicht bij het vuur zit”. En „dit was het proberen waard”, vond hij. Anoniem wilde hij er desgewenst wel verder over praten.

Nee, dat hoeft niet. En het was ook het proberen niet waard, dit is natuurlijk gewoon bedrog. Wie iets kwijt wil op de opiniepagina, moet er voor durven staan, met naam en toenaam.

En nu we het er toch over hebben, wie is eigenlijk Gjalt van Ommen?

Onder die naam verscheen deze zomer een opzienbarende brief over pedofilie in NRC Handelsblad.

Van Ommen dacht met „heel veel plezier” terug aan een seksuele relatie die hij als 13-jarige had gehad met een volwassen man. Wat gebeurde, was „helemaal niet erg”. Hij wilde het zelf (Kind kan ook genieten van relatie met een volwassene, 14 juni). De brief viel op, er volgden kritische reacties.

Een vergelijkbare brief van hem verscheen twee jaar eerder in de Volkskrant. Daarin schreef dezelfde Gjalt dat hij, dit keer als 15-jarige, een relatie had gehad met een 35-jarige man, ‘P’. Zonder schade of spijt, want: „Ik ben nog steeds dankbaar dat hij mij op de meest liefdevolle wijze heeft ingewijd.” (Ik wist wat ik deed, 18 juli 2011)

Na publicatie van de brief in NRC Handelsblad rees twijfel aan de identiteit van de schrijver. Een lezer meldde dat hij in ‘Gjalt’ iemand anders meende te herkennen, een zedendelinquent. Over Gjalt van Ommen was op internet weinig tot niets te vinden, behalve die twee ingezonden brieven.

Van Ommen, door de redactie benaderd via Gmail en 06-nummer, weigerde beleefd een kopie van een identiteitsbewijs op te sturen. Niet zo gek, ik zou dat ook niet doen. Maar op een mail van mij reageerde hij niet meer, zijn 06-nummer neemt hij niet op.

Dan kun je altijd nog veldwerk doen.

Op het adres dat Van Ommen onder zijn brief vermeldde, blijkt, toen ik er vorige week poolshoogte ging nemen, geen ‘Gjalt van Ommen’ te wonen, maar een oudere dame, G. van Willigenburg.

Zij is de moeder van oud-hoogleraar Theo van Willigenburg, een filosoof die in 2005 en 2009 is veroordeeld wegens seks met minderjarigen. Van Ommen is haar meisjesnaam.

Zou haar zoon de briefschrijver zijn?

Dat zou betekenen dat hij het via die omweg voor zichzelf probeert op te nemen, tot en met het zich inleven in een 13-jarige die het niet erg vond.

Toen ik hem er vorige week naar vroeg, ontkende Van Willigenburg stellig dat hij de auteur is van de Gjalt-brieven. De naam zegt hem niets. Een week later herinnert hij zich, in een nieuw telefoongesprek, wel een Van Ommen te hebben gekend in de gevangenis in Lelystad, waar volgens hem ook het adres van zijn moeder bekend was.

Ter achtergrond: theoloog en filosoof Van Willigenburg werkte tot 2005 als hoogleraar ethiek en faculteitsdecaan aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam. Hij werd (eervol) ontslagen in verband met zijn eerste zedenzaak. Momenteel heeft Van Willigenburg een eigen bedrijf voor cursussen filosofie en muziek, de Kant Academy in Utrecht.

In zijn eerste strafzaak heeft Van Willigenburg bekend, de tweede berust volgens hem op valse aangiftes, waar de rechter in meeging. Dat zet hij uitvoerig uiteen in een boek dat onlangs van zijn hand verscheen, Gevallen Vogel (Damon).

In NRC Handelsblad schreef hij in 2012, zonder zijn eigen zaak te noemen, een opiniestuk waarin hij pedofilie veroordeelde als inbreuk op de morele orde, maar zich ook keerde tegen de „verbeten zoektocht naar schade” bij slachtoffers, en het ,,trauma’s zoeken waar ze niet zijn” (Focus bij misbruikzaak niet alleen op psychische schade, 30 maart 2012).

Toen achteraf bleek dat Van Willigenburg zelf was veroordeeld wegens misbruik (en het stuk vanuit de gevangenis had gestuurd), plaatste de krant een aanvulling. Zulke feitelijke informatie over de betrokkenheid van een auteur doet niet af aan een betoog, maar had er wel bij moeten staan.

Er is ook nog een ‘Paul van Ommen’, ook filosoof.

Deze naamgenoot van Gjalt is verbonden aan de Kant Academy, het bedrijf van Van Willigenburg. Hij publiceerde óók twee brieven, in de Volkskrant (Verdachte wordt hier als dader behandeld, 14 februari 2013) en NRC Handelsblad (Moet een eerlijke rechter altijd worden gewraakt? 13 april 2011). Over de oneerlijke rechtsgang in Nederland.

Beide brieven staan op de site van de Academy. Het postadres dat Paul van Ommen de redactie in 2011 gaf, is dat van die instelling. Het is ook het woonadres van Theo van Willigenburg en diens partner, predikant en bijbelvertaler Pieter Oussoren.

Ook over deze Van Ommen, een musicoloog volgens Van Willigenburg, is nauwelijks meer te vinden. Van Willigenburg wil geen telefoonnummer van hem geven, maar belooft hem te zullen vragen of hij bereid is contact op te nemen.

Het ligt nogal voor de hand te veronderstellen dat Theo van Willigenburg de auteur is van ingezonden brieven onder een andere naam, ook al is niet helemaal uitgesloten dat hij de dupe is van een, dan wel heel curieus, spelletje. Wel vreemd ook dat zoiets dan gebeurt met brieven die zijn betoog over schade en misbruik nu juist ondersteunen.

Hoe dan ook, Gjalt van Ommen is niet wie hij zegt dat hij is. Dat zal in het archief van de krant onder zijn brief worden vermeld. Die zal ook niet worden opgenomen in een brievenboek van de krant, waar hij aanvankelijk voor was geselecteerd.

Hoe kan de krant zoiets voorkomen?

Dat zal niet altijd lukken, vrees ik. Een opinieredactie werkt op basis van vertrouwen en kan er niet standaard vanuit gaan dat mensen misschien liegen over wie ze zijn. De krant is ook geen politie: als regel voortaan om een kopie van een identiteitsbewijs vragen, zou veel te ver gaan.

Wat de redactie wél kan doen, en ook al doet: niet alleen afgaan op een e-mailadres, maar zoveel mogelijk contactgegevens vragen (telefoonnummers, adres, werkplek, referenties) en die ook gebruiken.

En bij twijfel: alles verifiëren voor publicatie. Als het moet met veldwerk.

Reacties: ombudsman@nrc.nl