Rotte appels

Ook het terrorisme kent zijn journalistieke clichés – Canada, lees ik, is na de aanslagen deze week „ruw uit de luwte ontwaakt” en „wreed wakker geschud”. Het land heeft, schrik niet, zijn „onschuld verloren”. de Volkskrant: „Vanachter dranghekken kijken de Canadezen toe, zich afvragend wat op deze dag van geweld nog meer verloren is gegaan van wat hen dierbaar is.’’

Pfft. Zou het? Als het aan dit soort journalistiek ligt, worden we iedere dag ruw wakker geschud. Waarna we ontsteld ontdekken dat we onze onschuld verloren hebben.

Lof in de media was er voor premier Stephen Harper, die verklaarde dat „Canada zich niet laat intimideren”. Wat had hij anders kunnen zeggen? We staken per vandaag onze acties tegen IS en voeren per decreet de sharia in?

In Nederland is nog niets gebeurd, maar overal kun je lezen dat er iets te gebeuren staat. In de bezweringen klinkt een verlekkerd soort paniek door. We moeten vooral kalm blijven, met paniek „schiet niemand iets op”, maar intussen is men zo geobsedeerd geraakt door het gevaar van „de toorn van ontspoorde moslims” (de Volkskrant) dat het vrijwel nergens anders meer over gaat.

Als ik een ontspoorde moslim was, en toornig bovendien, zou ik me inmiddels bijna verplicht voelen iets te ondernemen. Het moet een fijn gevoel zijn je zo gevreesd te weten.

Er is inmiddels al ontzettend veel geschreven over de mindset van de westerse jihadist. Sommigen van hen zijn inmiddels minor celebrities. Er wordt met hen geskypet en getwitterd en gefacebookt. Er worden profielen over hen geschreven, ze worden met opvallende beleefdheid „exclusief” geïnterviewd op televisie in binnen- en buitenland (de meesten meer dan eens). Experts mogen leeglopen over hun psychologische, religieuze, sociale beweegredenen. Moeten we hun paspoort afpakken of ze juist lekker laten gaan op hun missie van dood en verderf?

Dagelijks worden ze geteld en gemonitord. Wat denken ze, wat doen ze, wat eten ze, met wie neuken ze?

‘De meeste Amsterdamse jihadisten komen uit stadsdeel Noord”, meldt de Telegraaf, volgens bronnen die „nauw betrokken zijn bij de radicalisering van moslimjongeren”. Ex-radicalen die vroeger nog terreurverdachten waren, worden ingezet om de jongeren te deradicaliseren. Maar ze blijven levensgevaarlijk, wat dacht je dan: „Het kan nog steeds. Er broeit onderhuids wel degelijk iets.” Burgemeester Van der Laan riep deze week op tot alertheid voor signalen van radicalisering. Ook hij nam alvast een voorschot op een komende aanslag. „We kunnen niet alles voorkomen.”

Het doet me denken aan de omgang van Discovery Channel met haaien. De dieren worden door de zender steevast als levensgevaarlijk voorgesteld, maar tegelijk eindeloos vaak voor de camera gesleept. Haaien gelden als onvoorspelbaar en dodelijk, maar inmiddels heeft ieder beest allang een zender op zijn vin. Ze worden gepord en uitgedaagd, want het wordt pas leuk als ze hun tanden in een kooi zetten. Vrijwel iedere maand is het Shark Week.

Wat zou Discovery Channel zonder haaien zijn?

Het verschil met de jihadisten is dat de laatsten ook wat graag voor de camera verschijnen. Zoals Hassan Bahara in zijn artikelen voor De Groene laat zien, zijn ze vooral ontzagwekkend mediageil.

Alle aandacht richt zich nu op de aanslag die je weet dat zal komen. Maar de echte aanslag heeft al plaatsgevonden: het effect van de westerse jihadisten op de nog altijd door een diepe wederzijdse achterdocht getekende verhouding tussen het Westen en de islam. Het religieuze gangsterdom van de jihadi’s is er onverbloemd op uit die verhouding verder te vergiftigen. Met zijn gewelddadige heroïsme en simplistische belofte van een leven in waarheid, speelt het in op gevoelens van onbehagen en vervreemding die overal al volop aanwezig zijn.

Het is op dat vlak dat moslims en niet-moslims zich niet zouden moeten laten intimideren. Daar zijn stevige gebaren van saamhorigheid voor nodig. Ik zie ze niet.

Je kunt de jihadisten alleen geriefelijk afdoen als „rotte appels” wanneer je zeker weet dat de rest van de samenleving goed in z’n vel steekt. Iedereen weet dat dat niet zo is. Dat de burgemeester van Amsterdam de burger nu oproept op zijn hoede te zijn voor tekenen van radicalisering, is te begrijpen. Maar als ik hem was, zou ik me vooral met de rest van de bevolking bezighouden.