Hoe de nieuwe vijand Koerden verbroedert

Turkse Koerden kijken vanaf een Turkse heuveltop naar gevechten tussen IS en Syrische Koerden bij het Syrische Kobani. Links:Broodverkoper voorziet de toeschouwers van eten.
Turkse Koerden kijken vanaf een Turkse heuveltop naar gevechten tussen IS en Syrische Koerden bij het Syrische Kobani. Links:Broodverkoper voorziet de toeschouwers van eten. Foto’s AP

De bouw van de Erbil Stock Exchange is bijna voltooid. De blauw-gele vlag wappert aan een vlaggenmast op de modderige parkeerplaats in de hoofdstad van de autonome Koerdische regio in Irak. De steigers staan nog tegen de gevel, maar de naam glimt al in grote zilveren letters op de wand achter de balie.

Manager Lukman Surji leunt achterover in zijn zwart leren bureaustoel op de vierde verdieping en vertelt over het aangekochte handelssysteem van de Amerikaanse Nasdaq. Hij spreekt Engels met een Amerikaans accent. Een eigen aandelenbeurs zal helpen bij het aantrekken van investeringen, legt hij uit. „En het zou een geweldig symbool zijn voor de natie. Het zet ons op de wereldkaart.” Er zijn nog geen bedrijven gevonden die zich op de beurs van Erbil willen noteren, wel drie geïnteresseerden. „We zijn van ver gekomen. Koerden stonden bekend als bergvolk. We moeten onze vijanden laten zien dat we onze eigen zaken kunnen regelen.”

Het is de dag dat Islamitische Staat (IS) op vijftien verschillende plekken de grenzen van de Iraaks Koerdische regio aanvalt. Maar met het woord ‘vijand’ doelt Surji niet in de eerste plaats op IS. Met vijanden bedoelen Koerden meestal de regeringen van de landen om hen heen.

Ministerie van Religieuze Zaken

Koerden zijn het grootste volk zonder land ter wereld. Toen bij het uiteenvallen van het Ottomaanse rijk bijna een eeuw geleden nieuwe grenzen werden getrokken, raakten de Koerden verdeeld over Iran, Irak, Syrië en Turkije. In alle vier de staten werden ze vervolgens onderdrukt en tegen elkaar uitgespeeld, omdat ze anders waren en werden gezien als een minderheid die de eenheid bedreigde.

Het gevolg is dat het volk versplinterd is. Het voornaamste wat de Koerden in alle vier landen gemeen hebben is dat ze dromen van zelfbestuur of zelfs een eigen land. De Koerden in Irak komen daar het dichtste bij. Dankzij de Amerikaanse interventie in Irak hebben ze een autonome regio kunnen claimen en behouden. „Wij hebben nu een staat binnen een land”, zegt manager Surji. De Koerden zijn Amerika’s belangrijkste bondgenoot in Irak en voor de Koerden geldt Amerika als voorbeeld. De Iraaks-Koerdische strijdkrachten, de peshmerga, werken nauw samen met het Amerikaanse leger. De belangrijkste multinational in Koerdistan is ExxonMobil uit Texas.

In het beursgebouw van Erbil heeft een consultant van het Amerikaanse adviesbureau Louis Berger een eigen kamer. Hij moet een aandelenbeurs uit de grond stampen in een maatschappij waar stammen nog een belangrijke rol spelen. Het aantal pinautomaten in Erbil is op een hand te tellen. Banken worden niet vertrouwd. Geld gaat hier in grond, goud voor bruidschatten of de bouw van panden. Het ministerie van Religieuze Zaken en Giften is groter dan dat van Financiën.

Wat de Amerikanen van de Iraakse Koerden willen horen, is dat ze genoeg hebben aan deze mate van autonomie en zullen helpen van Irak een functionerend land te maken. Surji mompelt een paar zinnen in die trant. „We kunnen met Bagdad samenwerken”, zegt hij netjes. Maar als hij zijn hart laat spreken zegt hij: „We hopen een land te worden. Hopelijk maak ik dat nog mee.” De Koerden in Irak hebben het liefst zo min mogelijk met de Arabieren in de rest van het land te maken.

Gelijkheid tussen man en vrouw

Veel Koerden in Turkije klinken heel anders. In tegenstelling tot Irak en Syrië is Turkije een functionerend land waar de welvaart toeneemt. „Ik woon hier, werk hier, betaal belasting. Ik ben een betrokken burger”, zegt bijvoorbeeld advocaat Songül Yaman (29) in Istanbul over zichzelf. Ze is actief binnen de Koerdische beweging, maar ziet een leven binnen Turkije voor zich. Haar Turks is accentloos.

De onderdrukking van de Koerdische minderheid in Turkije, met vijftien tot twintig miljoen mensen de grootste groep Koerden, betekende lange tijd dat Koerdisch praten in het openbaar al tot gevangenisstraf kon leiden. Onderwijs is in het Turks. Veel Koerden spreken daardoor beter Turks dan hun moedertaal Koerdisch.

De afgelopen tien jaar is de onderdrukking verminderd. Inmiddels kan de Koerdische beweging ongestoord in het hart van Istanbul een verkiezingsbijeenkomst houden, Koerdisch spreken en met afbeeldingen zwaaien van Abdullah Öcalan, de leider van de verboden gewapende Koerdische arbeiderspartij PKK die in 1978 in Turkije werd opgericht. Destijds was de PKK marxistisch-leninistisch en streefde zij naar een eigen staat. Vanaf 1984 vochten milities van de PKK met het Turkse leger. De strijd heeft de afgelopen dertig jaar ongeveer veertigduizend levens gekost.

Inmiddels heeft de PKK onder leiding van Öcalan zowel het marxisme als het streven naar een Koerdische natie losgelaten. Het ideaal is nu zelfbestuur in zo sterk gedecentraliseerde regio’s dat nationale grenzen er niet meer toe doen. Nog altijd sterk beïnvloed door het socialisme gaat de PKK uit van gelijkheid tussen man en vrouw. Religie mag bovendien geen rol spelen in het bestuur.

Sinds ruim anderhalf jaar is er een wapenstilstand tussen de PKK en het Turkse leger en praat de gevangen PKK-leider Öcalan via tussenpersonen met de Turkse regering over een oplossing voor wat de ‘Koerdische Kwestie’ wordt genoemd. Een groot deel van de Turkse Koerden hoopt dat dit vredesproces een definitief einde maakt aan de geweldsspiraal. Dat geloof wordt echter zwaar op de proef gesteld door de oorlog in buurland Syrië en door de weigering van Turkije om de Koerden daar te bewapenen.

Sterven voor je idealen

Voor de Koerden in Syrië was het begin van de burgeroorlog in 2011 een kans. Ze zetten zelfbestuur op in drie enclaves en wisten met dictator Bashar al-Assad te regelen dat hij die niet zou aanvallen.

De Koerdische kantons in Syrië (Koerden spreken van West-Koerdistan of Rojava) worden gerund door één partij (de PYD) met bijbehorende milities (de YPG en YPJ). Ook voor de PYD geldt Öcalan als held en ideologisch leider. Nadat de PKK in Turkije de wapens had neergelegd werd een deel van de milities ingezet om de PYD te helpen hun vijanden buiten de enclaves te houden. Dat waren in het verleden vooral groepen die onder de paraplu van het Vrije Syrische Leger vielen, het verzet tegen Assad. Nu is de voornaamste vijand de Islamitische Staat.

Turkse Koerden die over de grenzen kijken, zien daar twee radicaal verschillende praktijkvoorbeelden van autonomie. Er is de internationaal erkende autonome Koerdische regio in Irak. Kapitalistisch, uiterst conservatief islamitisch en bestuurd door de partij van de steenrijke familie Barzani, waarmee de Turkse president Erdogan goed zaken kan doen. En er zijn de Koerdische enclaves in het door oorlog verscheurde Syrië, waar in isolement en armoede wordt geprobeerd de socialistische idealen van de PKK in de praktijk te brengen. Dat gebeurt onder meer met een systeem van kantons, en door vrouwen een grote rol in het bestuur te geven en te laten meevechten.

De slechte verhouding tussen deze twee Koerdische regio’s, die vlakbij elkaar liggen,illustreert de grote verdeeldheid onder de Koerden. Pas tien dagen geleden heeft het Koerdische parlement in Erbil (Irak) de Koerdische regio’s in Syrië officieel erkend. Tot die tijd won de hekel aan de PKK het van de solidariteit met de daar achtergebleven Koerden.

Melek Ebdi, een Syriër die twee jaar geleden naar Irak is gevlucht, vertelt er in Erbil zuchtend en rokend over, terwijl hij op Google Earth zijn huis in Kobani laat zien. „Weet je, het voornaamste probleem zijn wij Koerden zelf. Als wij niet verenigd zijn, wie gaat ons dan helpen?” Voortdurend worden de Koerden heen en weer getrokken tussen pragmatisme en idealisme. Tussen geld verdienen en zaken doen met het bewind, zoals in Iraaks Koerdistan, en de pure ideologie en de heroïek van sterven voor je idealen als in Syrisch Koerdistan.

Gewapende vrouwen

Het politieke experiment in Syrië spreekt tot de verbeelding van Turkse Koerden die de PKK steunen. Tijdens een protest in de Turkse hoofdstad Istanbul tegen de weigering van Turkije om de Koerden in Syrië militair te helpen, zegt bijvoorbeeld advocaat Mustafa Rüzgan (30): „Het is een voorbeeld voor het hele Midden-Oosten. Omdat het geen koninkrijk is, zoals de Golfstaten. En de basis is niet religie, waardoor zoveel misgaat in de regio. Mannen en vrouwen zijn er gelijk.”

Dit is een van de redenen dat Koerden wereldwijd de dreigende val van de Syrische stad Kobani aangrijpen voor emotionele oproepen en demonstraties. Kobani is voor hen meer dan een regio met Koerden die wordt bedreigd door moslimfundamentalisten. Het staat voor autonomie en de verwezenlijking van idealen.

Suleiman Muhammad (31) komt uit Qamishli in het Syrische Rojava. Hij werkt in Erbil in een hotel. Het slechtst betaalde werk in Iraaks Koerdistan wordt gedaan door Syrische Koerden als hij, en mensen uit Bangladesh. De Iraakse Koerden vindt hij maar ouderwets. Op straat zijn amper vrouwen te zien. Die worden door hun mannen binnen gehouden.

Beelden van gewapende vrouwen die in Kobani tegen IS vechten gaan intussen de wereld over en vervullen de Syrische Koerden met trots. Op zijn telefoon laat Muhammad fier een foto zien van een vader die de kalasjnikov van zijn dochter gebruikt, nadat zij zwaargewond is geraakt. Een van de twee bestuurders van zijn district in Syrië is vrouw, vertelt hij, de ander is een Arabier. „Voor ons is er geen onderscheid tussen man en vrouw. Iedereen heeft het recht zichzelf te verdedigen.”

Maar de drie Koerdische kantons in Syrië zijn verre van een paradijs. Het zijn geïsoleerde regio’s in een door oorlog verscheurd land, waar de PYD met ijzeren vuist regeert en zware belastingen heft. Koerden die de PYD niet steunen zijn in veel gevallen gevlucht. Dat wordt de PYD door de meeste Koerden echter vergeven. Het is oorlog, zeggen ze. Veiligheid is de eerste levensbehoefte en daar zorgen de PYD en haar milities voor. „Ik weet dat ze niet perfect zijn”, zegt ook Muhammad. „Maar zonder [de militie] YPG lag Rojava plat als Homs. Nu is mijn familie veilig. En door hier te werken kan ik ze geld sturen.”

Wat dikkere buiken

Toen in augustus duizenden yezidi’s vast zaten op het belegerde Sinjargebergte in Iraaks Koerdistan, en IS oprukte naar de hoofdstad Erbil, kwamen strijders van de Turkse PKK en de Syrische YPG naar Irak. Het was een zeldzaam staaltje onderlinge solidariteit. De Iraaks-Koerdische strijders konden niet anders dan hun hulp aanvaarden en knarsetandend aanzien hoe die PKK-ers een heldenrol vervulden.

Door hun voortdurende training, het zware leven in de bergen en de strijd in Syrië zijn de PKK en YPG de meest geharde en meest effectieve strijders tegen IS. Het is in PKK-kringen gebruikelijk een beetje smalend te doen over de Iraakse peshmerga, hun naar verhouding comfortabele levens en wat dikkere buiken.

Nu de YPG op zijn beurt het onderspit dreigt te delven in Kobani, gebeurt het omgekeerde. Ze krijgen hulp van de beter bewapende en internationaal erkende Iraakse Koerden, die via Turkije zware wapens en in Irak opgeleide Syrische peshmerga sturen. De militaire samenwerking tussen de tegenpolen is een pril begin, afgedwongen door een gezamenlijke vijand. Naar Koerdische begrippen is het een revolutie.