De wijsheid van de burgers

Is er een rol voor u, geïnteresseerde krantenlezer, in de wetenschap? Er zijn vele goede redenen om de maatschappij meer te betrekken bij onderzoek. Wetenschap is grotendeels een publieke zaak en dus verdient het publiek geïnformeerd te worden over de resultaten. Breed gedeelde kennis is ook de voedingsbodem voor technologie, innovatie en economische groei. En de welingelichte burger kan een verantwoord standpunt innemen in controversiële kwesties als klimaatverandering, kernenergie en genetisch gemodificeerd voedsel. Er is zelfs een nog hoger doel: de maatschappij is gebaat bij een wetenschappelijke cultuur van kritisch bevragen, gezonde scepsis en verwondering over de rijkdom van de natuur en de menselijke geest.

Maar dit is allemaal wel erg eenrichtingsverkeer. Zijn er ook mogelijkheden voor de burger om iets terug te zeggen? Wat is de rol voor de amateur in een steeds verder geprofessionaliseerde wetenschap? Moet de politiek volksoplopen organiseren om over de toewijzing van onderzoeksubsidies te beslissen? Een meer constructieve ontwikkeling is de opkomst van de citizen scientist, de burgerwetenschapper. De actieve burgerparticipatie is in een stroomversnelling gekomen door de vloedgolf aan onderzoeksgegevens, en de ongekende mogelijkheden van het internet om via sociale media en aansprekende visualisatiemiddelen het publiek te binden.

Het boek Reinventing Discovery: The New Era of Networked Science van Michael Nielsen geeft een goed overzicht van de vele nieuwe mogelijkheden voor onderzoek in een wereld verbonden door persoonlijke en digitale netwerken. De belangrijkste drijfveer is de explosieve groei in de hoeveelheid data die modern onderzoek produceert. Lang niet alles kan door computercodes worden geanalyseerd. Dit is in bijzonder het geval voor vakgebieden die afhankelijk zijn van langdurige, nauwkeurige en liefdevolle observaties – de speurtocht naar de spreekwoordelijke speld in de hooiberg.

Het is dan ook geen toeval dat de sterrenkunde hierin vooroploopt. Er is een lange traditie van cruciale bijdragen door amateurastronomen, van William Herschels ontdekking van de planeet Uranus in 1781 tot de komeet Shoemaker-Levy 9 die zich met groot geweld in Jupiter stortte in 1994. Een recent voorbeeld van sterrenkundig burgeronderzoek is het project Galaxy Zoo, een website met miljoenen afbeeldingen van sterrenstelsels in alle soorten, maten en kleuren. Het is onmogelijk voor een onderzoeker (of een computer) om deze allemaal te determineren. Oprichter Kevin Schawinsky, nu hoogleraar aan de ETH in Zürich, had met moeite de eerste 50.000 stelsels geanalyseerd toen hij zich realiseerde dat hij hulp kon gebruiken. Sinds 2007 hebben honderdduizenden vrijwilligers meegedaan, met fascinerende resultaten. Een van de (spreekwoordelijke) sterren van Galaxy Zoo is de Nederlandse docente Hanny van Arkel, ontdekker van de echo van een quasar (‘Hanny’s voorwerp’) en de ‘groene erwten-stelsels’.

Veel van het burgeronderzoek is georganiseerd rond het webportaal Zooniverse, gezeteld in Oxford. Meer dan 1 miljoen vrijwilligers hebben zich daar aangemeld. Hier vindt u prachtige datasets om thuis door te spitten: de gesprekken van zwaardwalvissen in de oceaan, dagboeken van Britse soldaten uit de Eerste Wereldoorlog, de bewegingen van pinguïns in Antarctica, Egyptische papyri, kankercellen, zonnevlekken en orkanen. Er is zelfs een mogelijkheid om exoplaneten te vinden én te vernoemen.

De resultaten zijn vooral indrukwekkend in hun aantallen. Zo heeft het project Seafloor Explorer op dit moment collectief 2.307.332 afbeeldingen van de zeebodem bekeken en daarop 3.509.552 zeesterren, 1.834.923 schelpen en 158.879 vissen aangewezen. Toen de satellietbeelden van Mars beschikbaar kwamen, werden binnen twee dagen twee miljoen foto’s geanalyseerd.

Ook in de journalistiek werkt de wijsheid van de massa. Neem het Britse declaratieschandaal. Na jarenlang touwtrekken, lekken en speuren, werden in 2009 alle declaraties van Britse parlementsleden vrijgegeven. Maar hoe de frauduleuze speld in deze hooiberg van bonnetjes te vinden? De Engelse krant The Guardian besloot the wisdom of the crowd toe te passen, plaatste alles online en riep zo de hulp in van meer dan 20.000 vrijwillige hulpjournalisten. Binnen enkele dagen hadden de lezers 200.000 documenten bekeken en vele schrijnende gevallen ontdekt, die vervolgens hun weg naar de voorpagina van de krant vonden.

Waarom werkte dit geval van burgeronderzoek zo goed? Iedereen heeft vóór of, nog beter, tegen een specifiek lokaal parlementslid gestemd en heeft dus een bijzondere reden om juist deze bonnetjes onder de loep te nemen. De grote hooiberg was plotseling een overzichtelijk veld van aangeharkte volkstuintjes geworden.

In de wetenschap geldt hetzelfde. Vooral vakgebieden met een grote diversiteit lenen zich voor burgeronderzoek, of het nu de kometen aan de hemel zijn, de sponzen op de zeebodem of de ervaringen in een oorlogsdagboek. Juist de uitzondering op de regel is hier interessant en kan het begin van een nieuw verhaal zijn. En geen betere spiegel om deze rijkdom te reflecteren dan de speurende ogen van het grote publiek.

Dat ene gekke krabbetje dat daar onder die schelp wegkruipt of dat sterrenstelsel met die vreemde bult – die is van u!