Dit is een artikel uit het NRC-archief De artikelen in het archief zijn met behulp van geautomatiseerde technieken voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Politiek

Kliek van Ben Ali is terug in Tunesië

Tunesië geldt als enige succes van de Arabische Lente. Vier jaar later is er veel onvrede. Oud-ministers uit Ben Ali’s tijd hopen hiervan te profiteren.

Zondag kiest Tunesië een nieuw parlement. 59 procent van het land wil een ‘sterke man’.
Zondag kiest Tunesië een nieuw parlement. 59 procent van het land wil een ‘sterke man’. Foto AP

Bij de campagne voor de Tunesische parlementsverkiezingen van zondag is iets opmerkelijks aan de hand. Overal zijn symbolen te zien uit de tijd van Ben Ali, de eerste president die werd afgezet tijdens de Arabische Lente. Zo gebruikt de partij Al-Moubadar een campagnelied van de oud-president. De partij wordt geleid door Kamel Morjane, die minister van Buitenlandse Zaken en Defensie was onder Ben Ali. Alsof de jasmijnrevolutie van 2011 nooit heeft plaatsgevonden.

De verkiezingen markeren een terugkeer van de oude garde die diende onder Ben Ali. Het is tekenend voor Tunesië, dat geldt als enige succesverhaal van de Arabische Lente. Terwijl in de rest van de regio macht nog steeds uit de loop van een geweer komt, hebben Tunesiërs zich verzoend met hun verleden. Politieke rivalen zijn bereid compromissen te sluiten en de nieuwe grondwet is bejubeld als de meest democratische en seculiere ooit in de Arabische wereld.

Het contrast met de andere landen van de Arabische Lente is groot. Egypte keerde terug naar een autoritair bewind van militairen. Libië is een lappendeken van tot de tanden bewapende milities. Syrië ligt na drie jaar burgeroorlog grotendeels in puin. En Jemen ontbeert nu een sluwe president om alle slangen (stammen, terreurgroepen en afscheidingsbewegingen) te bezweren.

Dan Tunesië. Na de revolutie van 2011 won de fundamentalistische Ennahda-partij de eerste vrije verkiezingen. Maar in tegenstelling tot de Moslimbroederschap in Egypte, die een autoritair bewind voerde en in conflict kwam met het leger, vormde Ennahda een coalitie met seculiere partijen.

Toch verliep de overgang naar democratie ook in Tunesië bepaald niet vreedzaam. Vorig jaar stond het land aan de rand van de afgrond: twee linkse politici waren vermoord en veel seculieren legden de schuld bij Ennahda, dat radicaal-islamitische groepen te veel ruimte zou geven. Na maanden van protest, op de spits gedreven door de coup in Egypte, maakte Ennahda begin dit jaar plaats voor een zakenkabinet.

Met deze verkiezingen voltooit het land waar de Arabische Lente begon zijn transitie naar democratie. Tunesiërs kiezen zondag een nieuw parlement, dat een premier zal aanwijzen. Volgende maand volgen presidentsverkiezingen, met mogelijk een tweede rond op 28 december.

Maar de chaotische ontwikkelingen van de afgelopen vier jaar heeft bij Tunesiërs tot veel teleurstelling en frustratie geleid over de politiek. Want terwijl het land verscheurd werd door een ideologisch conflict tussen seculieren en fundamentalisten, kampten gewone mensen met werkloosheid, stijgende kosten voor levensonderhoud en een gebrek aan perspectief.

De invoering van democratie had nog een keerzijde: het bood ruimte voor de opkomst van moslimfundamentalisten, die onder Ben Ali onderdrukt werden. Islamitische extremisten vechten nu op verschillende plekken met het Tunesische leger. En Tunesië is met 2.400 strijders hofleverancier van Syriëgangers.

Problemen genoeg dus. Vandaar dat het enthousiasme over de verkiezingen ver te zoeken is. Uit een peiling van het Pew Research Center blijkt dat 59 procent van de Tunesiërs een ‘sterke man’ verkiest. Dit was twee jaar eerder 37 procent. Nostalgie en verlangen naar een sterke leider komen vaker voor in landen die een overgang maken van dictatuur naar democratie. Zie het voormalige Oostblok.

De ministers en andere functionarissen uit de tijd van Ben Ali waren bij de vorige verkiezingen nog uitgesloten van deelname. Maar onder de nieuwe grondwet mogen ze weer meedoen. Zelfs de Ennahda-partij, waarvan veel leden onder Ben Ali in de gevangenis zaten, stemde voor hun terugkeer in de politiek.

Van de 1.300 partijen, allianties en kandidaten die meedoen zijn er 8 opgericht door functionarissen uit de tijd van Ben Ali, die bekendstaan als de ‘restanten’. Ze presenteren zich als leiders die de expertise hebben om de economische problemen op te lossen en die internationale hulp zullen inroepen om de extremisten te verslaan. Het is onduidelijk hoe ze het zullen doen.

Een groot aantal ‘restanten’ heeft zich aangesloten bij Nidaa Tounes, een seculiere partij die naar verwachting eenderde van de stemmen zal halen, net als Ennahda. Ze hebben al gezegd dat ze dan samen een coalitie zullen vormen. Vanzelfsprekend.