Het dorp Reduzum is dol op zijn molen

Windenergie omstreden? In Reduzum niet. De eigen molen levert duurzame energie en gaat bevolkingskrimp tegen.

De twintig jaar oude windmolen van Reduzum, neergezet op voormalige kerkgrond. Het dorp wil een grotere bouwen.
De twintig jaar oude windmolen van Reduzum, neergezet op voormalige kerkgrond. Het dorp wil een grotere bouwen. Foto Kees van de Veen

Op deze stormachtige dag zwiept de dorpsmolen van het Friese Reduzum zijn wieken rond. Twintig jaar precies staat hij er, in het weiland een kilometer van het dorp. Van de energievoorziening van Reduzum (1.100 inwoners) neemt hij 40 procent voor zijn rekening.

De in eigen beheer opgerichte doarpsmûne bracht saamhorigheid en maakte de dorpelingen milieubewuster, vertelt voorzitter Henk Vellinga van Stichting Doarpsmûne.

Op veel plaatsen mogen windturbines omstreden zijn; in het oude Friese arbeidersdorp is iedereen er blij mee, verzekert hij. Vooral omdat de netto-opbrengst terugvloeit naar het dorp.

Ook Reduzum kreeg begin jaren negentig te maken met leegloop. Jonge gezinnen verhuisden, winkels sloten hun deuren. Dorpelingen staken de koppen bij elkaar. Hoe kon de leefbaarheid op peil blijven? Daar borrelde het idee van een eigen dorpsmolen op. De turbine kostte in 1994 ruim een half miljoen gulden. Door uitgifte van zo’n 250 rentecertificaten (van 100 tot 10.000 gulden) brachten de dorpelingen zelf twee ton bijeen. De plaatselijke bank gaf een ‘groene’ lening en met wat overheidssubsidie kon de bouw in eigen beheer beginnen.

De molen verdiende zichzelf in acht jaar terug. In de twaalf erna leverde hij zelfs netto 61.000 euro op. Dat geld ging naar zonnepanelen voor de nieuwe basisschool, en het werd gebruikt werd voor medefinanciering van verbouwingen van dorpshuizen, de isolatie van de sportkantine, de aanschaf van een schoolbus en prullenbakken bij de speeltuin. Als eerste in Nederland kreeg een nieuwe woonwijk in Reduzum in 2006 ledverlichting op straat, ook uit de ‘molenpot’.

In 2004 konden zestig huishoudens met flinke ‘molensubsidie’ zonnepanelen aanschaffen. Een van hen was Henk Korf, oud-directeur van de plaatselijke basisschool. „Mijn vrouw en ik kochten indertijd een molencertificaat uit idealisme”, vertelt hij. „Ik ben tegen kernenergie en dan is windenergie een goed alternatief.”

Winsemius adviseert

In Friesland woedt nu een felle discussie over de bouw van nieuwe windmolens. Bezitters van molens of molenplannen, omwonenden – vertegenwoordigd door Hou Fryslân Mooi – en de Friese Milieu Federatie zochten een compromis in het Platform Duurzaam Fryslân. Ze inventariseerden plannen en stelden criteria op. Een adviescommissie onder leiding van oud-milieuminister Pieter Winsemius toetste 34 plannen op draagvlak bij omwonenden, landschappelijke inpassing en effecten op natuurgebieden en weidevogels. Deze maand presenteerde hij de uitkomsten in Leeuwarden. Zeven plannen voldeden aan alle criteria, waaronder dat voor een nieuwe molen in Reduzum.

Uit een enquête van de commissie bleek liefst 62 procent van de inwoners de bouw van een nieuwe, grotere molen te steunen: veruit het hoogste percentage van alle windplannen in Friesland. De dorpsmolen is op zijn eind, stelt Vellinga. Het onderhoud kost inmiddels 10.000 euro per jaar.

Toch is onduidelijk of de nieuwe molen er komt. „We zijn afhankelijk van de provinciale politiek”, verklaart Vellinga. „De Fryske Nasjonale Partij in Gedeputeerde Staten is tegen vervanging van solitaire molens.”

De beoogde turbine voor Reduzum heeft een capaciteit van 0,9 megawatt, ruim tweemaal zoveel als nu, en kost 9,5 ton. Vanuit het dorp is daarvan al een ton toegezegd. De nieuwe molen wordt 45 tot 55 meter hoog (de oude is 36 meter) en zal rustiger draaien. Er moet een sensor op komen die meet wanneer de slagschaduw van de wieken hinderlijk is, en de molen dan automatisch stillegt. De energieproductie zal het dorp per saldo 30.000 tot 50.000 euro per jaar opleveren, schat Vellinga. Samen met de duizend zonnepanelen op de woningen, kan de nieuwe molen Reduzum en buurdorpen Friens en Idaerd geheel van energie voorzien.

Redding voor krimpdorp

En zo’n molen kan een krimpdorp redding brengen, onderstreept Vellinga. Met de Koninklijke Nederlandsche Heidemaatschappij schrijft de molengroep nu een draaiboek voor dorpen die ook een molen willen. Dat zijn er in Friesland al gauw tien, zegt hij.

Want met een dorpsmolen wek je niet alleen duurzame energie op, zegt Vellinga, hij versterkt ook de gemeenschapszin; mensen gaan minder snel weg. „De acceptatiegraad van een eigen molen, op zichtafstand, is hoog. Bewoners zien hem draaien en denken: dat is ónze molen. Dat werkt beter dan een serie turbines voor je raam van een projectontwikkelaar die de winst in eigen zak steekt.”

    • Karin de Mik