Haagse Harry en Marnix Rueb: taalvirtuozen met Haags accent

Het was het plat Haags, zoals zijn schepper Marnix Rueb dat optekende, dat Haagse Harry tot landelijke stripheld maakte.

Tekeningen van Haagse Harry uit zijn eerste albumKap Nâh uit 1994.
Tekeningen van Haagse Harry uit zijn eerste albumKap Nâh uit 1994. Foto Uitgeverij Doen

Hij mag dan om de haverklap tiefuslèjah!, ettâhbak! of agtelijke megaul! roepen: eigenlijk is stripfiguur Haagse Harry, de plat Haags kankerende werkloze, een dichter. Marnix Rueb, zijn schepper, die gisteren op 59-jarige leeftijd overleed, tekende Haagse Harry in 1991 voor het eerst als ‘poëtisch proleet’, in een illustratie bij een stuk over Haagse literatuur in de Haagse uitgaanskrant Doen. Rueb was de vaste tekenaar. Hij kwam als juristenzoon uit de sjieke Haagse wijk Benoordenhout, maar woonde nu in de Schilderswijk, en had een scherp oor voor plat Haags. Het leek hem leuk dat fonetisch bij en stuk over hoogstaande literatuur in te zetten. Vandaar dat Haagse Harry bij zijn eerste verschijning voorleest uit zijn poëzie: ut erautiese gedich ‘Kankâhoeâh’ – het erotische gedicht Kankerhoer. Voor wie moeite met dat fonetisch plat Haags heeft: Rueb gaf in het eerste (van negen) Haagse Harry stripboek Kap Nâh, uit 1994, al een belangrijke aanwijzing op bladzijde 1: Auk u ken binne ein uâh Haags lere! Les ein: Hagtop leize! Op de volgende bladzijde zien we een plattegrond van Nederland, met de tekst (vertaald): „De jaren negentig… Heel Nederland ligt apatisch te zuchten onder het juk van Endemol [...] Heel Nederland? Ik dacht het niet. Een dorpje bleef moedig weerstand bieden aan de eindeloze grauwheid van het leven.” En we zien onder een vergrootglas Den Haag, met Haagse Harry. Een geestige verwijzing naar de beginpagina’s van de strips over Asterix de Galliër. En net zoals Asterix als stripfiguur de Franse identiteit belichaamt, zo is Haagse Harry de afgelopen twintig jaar uitgegroeid tot een symbool van de Haagse identiteit. Vandaar dat de Haagse burgemeester Jozias van Aartsen gisteren voor Omroep West ook zei over Ruebs overlijden: „Niet alleen Haagse Harry verloor zijn vader: heel Den Haag blijft verweesd achter.” Reub, zei Van Aartsen, hield als geen ander „met zijn relativerende humor de stad een spiegel voor”.

Rueb is landelijk populair geworden vanwege zijn taalvirtuositeit: zijn gave het Haags humoristisch fonetisch weer te geven. Om nog een gedicht van Haagse Harry te citeren: „Enkelt here/ urinere/ komp allein voâh bè de rèke/ gewaune Hageneize zèke!”

Hij maakte met de Haagse cabaretier Sjaak Bral en zijn broer R.J. Rueb ook een boekje over het Haags, Ut groen-geile boekie (in 2008 heruitgegeven). Het blad Onze Taal noemde Haags in een interview met Rueb in 2002 „het besmettelijkste accent van Nederland”. Het is zeker dat Kees van Kooten en Wim de Bie met hun Haagse typetjes op tv een basis daarvoor hebben gelegd, maar Rueb heeft daar een element aan toegevoegd: het fonetisch plat Haags van Harry, dat je hardop lezen moet om te begrijpen: hij heeft van Haags een leuke puzzel, een interactieve taal gemaakt. En nog deze zomer verscheen van hem Nijntje an zei innut Haags, een vertaling van Dick Bruna’s Nijntje aan zee.