EU-lidstaten eens over nieuwe klimaatafspraken

Francois Hollande, de Franse president, spreekt met EU-president Herman van Rompuy (links).
Francois Hollande, de Franse president, spreekt met EU-president Herman van Rompuy (links). Foto AP/ Geert Wijngaert

De lidstaten van de Europese Unie zijn het vannacht eens geworden over een aantal klimaat- en energiemaatregelen voor de periode tussen 2020 en 2030. Het zijn “ambitieuze”, maar ook “haalbare” afspraken volgens aftredend voorzitter van de Europese Raad Herman van Rompuy.

Twitter avatar euHvR Herman Van Rompuy Tonight’s #EU2030 deal sets Europe on an ambitious yet cost-effective #climate and #energy path. My remarks: http://t.co/IJ0gDv9RlQ. #EUCO

Het is het einde van de onvoorwaardelijke klimaatdoelen die Europa zichzelf tot dusverre oplegde, ongeacht wat anderen deden, schrijft onze correspondent Stéphane Alonso vandaag in NRC Handelsblad:

“Na een eind volgend jaar geplande internationale klimaatconferentie in Parijs zal het vannacht gesloten akkoord opnieuw bekeken worden, zo is afgesproken. Als landen als de VS en China in Parijs niet ook over de brug komen, kan besloten worden om het EU-klimaatbeleid bij te stellen. Die voorwaardelijkheid is nieuw.”

CO2-uitstoot minder, meer duurzame energie

Besloten is dat in 2030 de CO2-uitstoot met ten minste 40 procent moet zijn teruggebracht vergeleken met 1990. Daarnaast moet over zestien jaar van al het energieverbruik zeker 27 procent afkomstig zijn uit hernieuwbare energie, een bindende Europese doelstelling. Greenpeace verwacht dat hierdoor de groei van duurzame energie na 2020, wanneer het huidige klimaatpakket afloopt, flink zal afnemen, van gemiddeld 6,4 procent per jaar (2010-2020) naar 1,4 procent per jaar in het daaropvolgende decennium, schrijft Alonso.

Tot slot moet de energiezuinigheid tegen 2030 minstens 27 procent zijn. Dit is niet bindend, maar ‘indicatief’. Alonso over het doel van de klimaatafspraken:

“De combinatie van CO2-reductie, méér duurzame energie en energiebesparing moet ertoe leiden dat de EU in 2050 80 à 95 procent minder broeikasgassen uitstoot. Maar het moet Europa ook minder afhankelijk maken van de import van fossiele brandstoffen, zoals Russisch gas. Critici zeggen echter dat de EU met dit klimaatpakket de nieuwe geopolitieke realiteit die is ontstaan door de Oekraïne-crisis en de conflicten in het Midden-Oosten nog onvoldoende onder ogen ziet.”

Premier Rutte noemde de afspraken na afloop net als Van Rompuy “ambitieus”. Hij had liever nog een hoger percentage voor energie-efficiëntie gezien - daarin werd hij gesteund door de Duitse bondskanselier Merkel -, maar de afgesproken 27 procent kan eventueel later nog verhoogd worden tot 30 procent. Qua energie uit hernieuwbare bronnen moet Nederland nog veel terreinwinst boeken, maar Rutte benadrukte de doelstellingen voor de komende jaren: 14 procent in 2020, 16 procent in 2023. “Daarna dendert de tank wel door en halen we wel 27 procent in 2030″, zei Rutte volgens Novum.

Volgens milieuorganisaties trekt Europa “aan de handrem”, schrijft Alonso. Europese Groenen spreken zelfs van “het einde van het Europese klimaatbeleid”.

Verdeeldheid

De afgesproken percentages gelden voor de Europese Unie als geheel, maar niet voor afzonderlijke lidstaten. Hoeveel elk land kan bijdragen aan het gemeenschappelijke doel zal afhangen van de individuele mogelijkheden en welvaart. En als je kijkt naar de verdeeldheid en onenigheid voorafgaand aan de top, dan is de vraag of dit allemaal naar wens gerealiseerd zal worden.

Want verschillende lidstaten probeerden onder afspraken uit te komen, schreef onze correspondent in Brussel, Stéphane Alonso, gisteren in nrc.next (€). Het grootste struikelblok: Oost-Europa. De doelstelling van 40 procent CO2-reductie zien de landen daar als bedreiging voor de inhaalslag waarmee ze daar bezig zijn. West-Europa verwacht juist heel veel van de CO2-reductie in Oost-Europa.

De Poolse premier Ewa Kopacz zei dat het EU-beleid niet mag leiden tot hogere energierekeningen en wil zelf bepalen hoe Polens ‘energiemix’ eruitziet. Als tegemoetkoming krijgt Oost-Europa nu onder meer extra gratis ‘emissierechten’ - de EU kent een systeem voor emissiehandel, waarmee bedrijven hun CO2-uitstoot kunnen afkopen.

Maar niet alleen de Polen lagen dwars, schreef Alonso gisteren:

“De Britten willen alleen afspraken maken over CO2-uitstoot. Hoe landen dat doel halen, moeten ze zelf invullen. Dat kan wat hen betreft ook met kernenergie. En ook de Zuid-Europeanen zoeken nu de confrontatie. Spanje en Portugal zijn beducht voor het bindende, Europese doel voor duurzame energie dat op tafel ligt (27 procent méér in 2030). Die landen zitten nu al met een overschot aan zonne-energie, dat ze moeten weggooien omdat er geen goede stroomverbindingen zijn met Frankrijk. Zij eisen daarom nu harde afspraken over méér ‘interconnectie’.

Frankrijk wil zijn kerncentrales beschermen en is juist huiverig voor goedkopere duurzame energie uit buurlanden. Nederland wil hier ook geen afspraken over vastleggen: dat heeft de deur al opengezet voor duurzame energie uit Duitsland. Den Haag vindt dat Spanje en Frankrijk hun probleem maar bilateraal moeten oplossen.”