Balkenendenorm

Wat verdienen topmannen in de cultuursector? De meesten niet zo veel

FILE - In this Oct. 12, 2009 file photo, a visitor stands in front of a painting "200 One Dollar Bills," by Andy Warhol on display at the auction house in London. Warhol painting called "200 One Dollar Bills" has sold at auction for $43.8 million, ($29.3 million euro) more than three times its highest presale estimate of $12 million. (AP Photo/Sang Tan, File)
FILE - In this Oct. 12, 2009 file photo, a visitor stands in front of a painting "200 One Dollar Bills," by Andy Warhol on display at the auction house in London. Warhol painting called "200 One Dollar Bills" has sold at auction for $43.8 million, ($29.3 million euro) more than three times its highest presale estimate of $12 million. (AP Photo/Sang Tan, File)

Jan Raes staat binnenkort niet meer alleen. Jarenlang was de directeur van het Concertgebouworkest de enige cultuurmanager op de lijst van ‘grootverdieners’ in de publieke en semipublieke sector die meer dan de Balkenendenorm verdienen.

Jan Raes van het Concertgebouworkest verdiende vorig jaar 287.737 euro. Foto: ANP

Raes krijgt gezelschap. Niet omdat andere directeuren van musea, orkesten of toneelgezelschappen meer zijn gaan verdienen. Wel omdat per 1 januari 2015 de norm wordt verlaagd: van ‘de Balkenendenorm’ (230.747 euro) naar het salaris van een minister (178.000 euro), tenminste als binnenkort ook de Eerste Kamer instemt met de nieuwe Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT).

Veel culturele instellingen rapporteren voor de allereerste keer over de salarissen die ze aan hun directies betalen, omdat een eerder aangenomen onderdeel van de nieuwe wet dat voorschrijft. Voorheen hoefde dat niet, tenzij het salaris boven de Balkenendenorm zat. Meest opvallend is dat de meeste cultuurmanagers niet eens in de buurt komen van de nieuwe norm, blijkt uit een inventarisatie van de jaarverslagen door NRC Q.

Niet veel cultuurmanagers halen de nieuwe grens

Behalve Raes verdienen een paar cultuurmanagers meer dan een minister. Collega-orkestdirecteur Hans Waege van het Rotterdams Philharmonisch bijvoorbeeld met 197.210 euro. Van de museumdirecteuren steekt Edwin van Huis van Naturalis er met 182.119 bovenuit.

Ivo van Hove (Toneelgroep Amsterdam) bleef vorig jaar met een salaris van 177.467 euro onder de ministernorm. Foto: ANP

En dat geldt ook voor directieleden van het Rijksmuseum. Dat rapporteert alleen de gezamenlijke beloning van de directie. Wim Pijbes, Taco Dibbets en Erik van Ginkel verdienen gemiddeld 198.455 euro, ruim boven de nieuwe norm. Ivo van Hove van Toneelgroep Amsterdam komt met 177.467 euro heel dicht bij de nieuwe grens.

Klein groepje, eigenlijk

Het blijft zo een klein groepje. Het ministerie van Binnenlandse Zaken verwacht dat er naast de 300 functionarissen die nu boven de Balkenendenorm verdienen, nog eens 700 boven de nieuwe WNT-norm blijken te zitten. Daarvan komen er dus slechts enkelen uit de cultuursector.

Klagen, dat hebben de cultuurmanagers dan ook niet gedaan over de nieuwe norm. Ze zijn daarmee een uitzondering onder de (semi)publieke topfunctionarissen. In de consultatieronde over de nieuwe WNT stuurde de ene na de andere brancheorganisatie een brief: de zorg, het onderwijs, de woningcorporaties, de luchtverkeersleiders. Zij vrezen de concurrentie op de arbeidsmarkt niet meer aan te kunnen.

Raes levert salaris in

De culturele instellingen accepteren de nieuwe norm. Ze geven desgevraagd aan de beloningen boven de norm af te bouwen. De WNT stelt een bevriezingsperiode van drie jaar in en daarna moet de beloning in vier jaar afgebouwd worden tot het ministerssalaris. In 2022 dus.

Het gemiddelde salaris van Wim Pijbes en zijn collega-directieleden van het Rijksmuseum bedroeg 198.455 euro. Foto: ANP

Jan Raes is al begonnen, hij heeft ongeveer een maandsalaris ingeleverd. “Hij heeft dat zelf aangeboden als genereus gebaar naar het orkest in deze financieel moeilijke tijden”, zegt Fons van Westerloo namens de raad van toezicht. Het Concertgebouworkest waarschuwt in zijn jaarverslag dat door jaarlijkse tekorten de reserves sterk aangetast worden.

Het overzicht is overigens nog niet helemaal compleet. Nog niet alle instellingen publiceren de beloningen in hun openbare jaarverslag. En de wet geldt alleen voor bestuurders. Dat betekent dat bijvoorbeeld de honoraria voor chef-dirigenten van de orkesten niet vermeld hoeven worden, ook al lopen die soms in de tonnen.