Promoveren naast je werk. Dan heb je maar tijdelijk geen leven

Concept of busy multitasking businessman at work Foto iStock

Een nog beter cv, jezelf ontplooien: er zijn meerdere verklaringen voor de opkomst van ‘buitenpromoveren’. Dat betekent wel: altijd werken.

Iedere dag heeft ze vol gepland. Vanaf het moment dat de wekker begint te jengelen om kwart voor zeven, heeft orthopedagoog Liesbeth Tilanus (30) een strak dagschema. Dat moet ook wel, ze doet haar promotieonderzoek náást haar reguliere baan.

Tilanus is een zogeheten buitenpromovendus: iemand die in de tijd van de baas of in eigen tijd probeert te promoveren. Dus niet – zoals gebruikelijk – in dienst van een universiteit of met behulp van een beurs. Het is promoveren voor doe-het-zelvers. De constructie wint de laatste jaren aan populariteit.

Precieze cijfers ontbreken, maar de auteurs van het vorig jaar verschenen Handboek Buitenpromoveren kunnen wel een schatting geven hoeveel buitenpromovendi er zijn. Jaarlijks gaat het om zeker 15.000 buitenpromovendi die in verschillende fases bezig zijn met onderzoek. Zij schrijven het proefschrift rechtstreeks bij een promotor van een universiteit, zelfstandig op een zolderkamertje of onder begeleiding.

In 2012 promoveerden in totaal 4.163 mensen, blijkt uit cijfers van de Vereniging van Universiteiten. Zo’n 1.500 van hen zijn buitenpromovendi die ook daadwerkelijk de eindstreep halen

De buitenpromovendus is nog een vrij onbekend fenomeen. Maar de aandacht groeit zachtjesaan, zegt Kerstin van Tiggelen, die samen met Floor Basten het Handboek Buitenpromoveren schreef. Vrijwel alle universiteiten hebben nu een programma voor buitenpromovendi, een paar jaar terug hadden slechts een paar universiteiten iets geregeld.

1. Zelfontplooiing wordt steeds belangrijker

Er zijn genoeg verklaringen voor de opkomst van buitenpromoveren. “Het is iets van deze tijd, veel mensen doen aan zelfontplooiing”, zegt Van Tiggelen. Jongeren zijn steeds hoger opgeleid. Om op te vallen moet je iets extra’s doen, dan helpt het als er op je cv staat dat je gepromoveerd bent. Het is een drukke periode van vier tot zes jaar, maar die jaren betalen zich terug: je ligt beter op de arbeidsmarkt.

2. De universiteiten zijn er steeds happiger op

Wat ook helpt bij de toegenomen interesse is dat universiteiten naar nieuwe inkomsten zoeken. Een doctorsbul kan de universiteit ruim 90.000 euro aan promotiepremie opleveren, per promovendus. Terwijl de kosten voor het begeleiden van de buitenpromovendus doorgaans niet zo hoog zijn: alleen de uren van de hoogleraar die helpt bij het proefschrift.

3. Een PhD is voor het bedrijfsleven steeds interessanter

Ook is er meer interesse vanuit het bedrijfsleven. Bedrijven willen onderwerpen grondig laten uitzoeken – waar ze de buitenpromovendus mooi voor kunnen inzetten.

Zo ging het ook bij Liesbeth Tilanus. Als dyslexiebehandelaar wilde ze weten wat de effectiviteit van de behandelingen was en in hoeverre de natuurlijke ontwikkeling van het kind meespeelde. Dit was nog niet onderzocht. Haar baas bij Marant reageerde enthousiast toen ze voorstelde hier promotieonderzoek naar te doen. In 2011 begon ze. Van de uitkomst hangt veel af. Mogelijk betalen de verzekeraars veel te veel voor dyslexiebehandelingen.

Voor haar werkgever is het onderzoek zeer bruikbaar en daarom krijgt ze alle steun. 50 procent van de week werkt ze nog als behandelaar en diagnost, de andere helft kan ze aan haar promotie besteden. Alles in de tijd van de baas, tegen volledig salaris. Een promotor en een co-promotor van de Radboud Universiteit Nijmegen begeleiden haar. Over twee jaar hoopt ze haar proefschrift af te hebben.