Stop met externe adviseurs voor ICT

ICT en de overheid: Kamerleden moeten maar geen Mark Zuckerbergje spelen, vindt Danny Mekic’.

illustratie Alen Lauzán falcon

‘Ik heb wel even moeten googelen wat ICT precies betekent”. Dat zei Tweede Kamer-voorzitter Anouchka van Miltenburg in een opwelling van eerlijkheid toen ze vorige week woensdag het onderzoeksrapport over ICT-rampen bij de overheid in ontvangst nam uit handen van commissievoorzitter Ton Elias. Het was niet de handigste opmerking: het land der ICT’ers en twitteraars barstte in lachen uit en het kwam haar op honende reactie te staan.

Het hoongelach ten spijt: met Van Miltenburg zijn er duizenden Nederlanders, honderden politici en gebouwen vol ambtenaren die niet weten waar ICT voor staat, laat staan dat ze in gezamenlijkheid complexe miljoenenprojecten kunnen aansturen. En hoewel ICT een van de belangrijkste en duurste bouwstenen is geworden van de overheid, weet sinds 1995 niemand precies hoeveel geld de staat er jaarlijks aan uitgeeft. Dat is vele malen gênanter dan een volksvertegenwoordiger die toegeeft een belangrijke definitie op te zoeken, en op dat punt haar werk juist goed doet.

Het gevolg van structurele onkunde bij en desinteresse voor computersystemen is een haast oneindige reeks ICT-catastrofes bij de overheid: de nationale rampen- en crisissite crisis.nl die het in 1999 al begaf bij de lancering en opnieuw gebouwd moest worden; de onnodige ontwikkeling van een black box voor in onze auto’s — nog voordat de politiek definitief tegen de kilometerheffing stemde; C2000, het communicatiesysteem van de politie dat op vitale momenten niet functioneerde; het Elektronisch Patiëntendossier; de OV-chipkaart: gekraakt en duur; werk.nl, de banensite van het UWV die niet werkte; het toeslagenproject van de Belastingdienst. En dat is nog maar het topje van de ijsberg: van welke ICT-rampen binnen de overheid horen we niks, van welke projecten denken we dat ze succesvol zijn verlopen, maar kennen we de horrorverhalen achter de schermen niet?

De commissie-Elias schat de ICT-schade op 1 miljard tot 5 miljard euro per jaar — een marge waar je op de basisschool de rekentoets niet mee haalt — en komt vervolgens met een reeks aanbevelingen die één op één gekopieerd zouden kunnen zijn uit een willekeurig ander onderzoeksrapport.

Zo moet de overheid pas ICT-systemen aanschaffen als het echt nodig is en moet er meer worden geleerd van fouten uit het verleden. Ook moet er een gedragscode komen voor ICT-bedrijven en adviseert de commissie het oprichten van een commissie die de ICT-projecten van de overheid moet controleren.

Het rapport bevat zoveel open deuren dat het niet zal baten. Het verleden leert dat een regeltje hier en een commissietje daar hoogstens leidt tot creatiever boekhouden bij betrokkenen. ICT-bedrijven, die graag veel geld willen (blijven) verdienen met overheidsprojecten, maar ook de ambtenaren die ‘gewoon’ hun ICT-project willen managen en in het verleden ook geen reden zagen tot ander handelen. Geef ze eens ongelijk.

Als we het aantal falende ICT-projecten bij de overheid willen beperken, zijn rigoureuzere maatregelen nodig. Allereerst moeten politici zich vaker beperken tot het ‘wat’, en niet het ‘hoe’. Niet zelden zijn gefaalde ICT-projecten te herleiden tot Kamerleden die Mark Zuckerbergje zijn gaan spelen. Daarnaast moet bij de inhuur van externe bedrijven een strikte scheiding komen tussen advies over en bouw van ICT-systemen: vaak hebben bedrijven nu beide petten op. We zagen binnen de accountancy eerder hoe rampzalig die combinatie is. Óf je adviseert over ICT, óf je voert uit: wij-van-wc-eend-adviezen moeten verboden worden.

Ook moet iedere overheidsorganisatie een lijst bij gaan houden van ICT-systemen die zijn gebouwd en aangeschaft, publiek inzichtelijk en dus ook door andere overheden te bekijken: zodat kennis, ervaring en goedkoper inkopen plaats kan vinden over de schuttingen heen.

Maar misschien nog wel het allerbelangrijkste: in plaats van alles waar een elektriciteitskabel aan vast zit uit te besteden, moeten we het Rijks Computer Centrum (RCC) opnieuw in het leven roepen. Het RCC was tussen 1981 en 1992 betrokken bij alle ICT-projecten van de overheid en realiseerde zo veel mogelijk ICT-projecten zelf, terwijl de techneuten ook de aangewezen personen waren om externen in te huren: ze spreken dezelfde taal.

Waarom zouden we voor miljoenen euro’s aan externen inhuren voor zoiets belangrijks en fundamenteels als ICT? Als je 1 tot 5 miljard euro per jaar verspilt, hoeveel geld lekt dan tegen commerciële tarieven weg uit de staatskas — en hoeveel programmeurs en ethische hackers kun je daarvoor in dienst nemen?

Het wordt tijd dat de politiek, de overheid en ambtenaren ICT niet langer zien als een ‘dossier’ dat ‘opgelost’ moet worden, maar als een vak dat beoefend moet worden door vakmensen. Gewoon in dienst van de overheid. Want het zijn geen politici die ICT-problemen kunnen oplossen: dat kunnen alleen ICT’ers.