Topman Boskalis: zeg je Egypte, dan gaan hier de alarmbellen af

Nieuwe klus Egypte risicovol, maar dit keer wél goed afgedekt.

Nieuw Suezkanaal
Nieuw Suezkanaal

Peter Berdowski wil het geen ‘durf’ noemen dat Boskalis een grote baggeropdracht is aangegaan in Egypte. De vorige keer dat het bedrijf zich daaraan waagde – veertien jaar geleden bij de aanleg van een haven in Port Said – bleek het vooral een grote klus om Egypte te laten uitbetalen. „Maar aandurven”, zegt de bestuursvoorzitter van Boskalis, „dat klinkt zo van: ‘Jongens, we proberen het nog maar een keer’.”

Terwijl het bedrijf dat echt niet nog eens laat gebeuren, volgens Berdowski. En dat geldt zeker ook voor de andere drie baggeraars in het consortium dat het Suezkanaal in Egypte deels gaat verbreden en verdiepen, en parallel daaraan een tweede kanaal gaat aanleggen van zo’n 50 kilometer lang. Zo heeft het Belgische Jan de Nul zelfs al „twee keer met de vingers tussen de deur gezeten in Egypte”, zegt Berdowski. „Die hebben ons echt scherp gehouden bij het opstellen van dit contract.”

Het contract dat de Nederlandse bedrijven Boskalis en Van Oord, Jan de Nul en NMDC uit Abu Dhabi met Egypte sloten, heeft een waarde van bijna 1,2 miljard euro. Iedere partner ontvangt zo’n 300 miljoen euro. Er zullen ongeveer duizend mensen permanent aan het project werken.

Het Suezkanaal verbindt de Rode Zee met de Middellandse Zee, zodat schepen niet om Afrika heen hoeven varen. Doel van de baggerklus is dat schepen elkaar vanaf volgend jaar augustus vrij kunnen passeren – en dat de tolinkomsten van Egypte in de komende jaren ruim verdubbelen.

Hoe weet u zo zeker dat Egypte zich dit keer wél aan de afspraken houdt?

„We hebben hier heel nadrukkelijk bij stilgestaan. Zeg je ‘Egypte’, dan gaan de alarmbellen wel af bij de baggeraars. Egypte moet 15 procent van de omzet van tevoren cash aanbetalen – eerder beginnen wij gewoon niet. En daarnaast komt er een betalingsgarantie, die uit de la wordt gehaald als zij niet netjes betalen. Een internationale bank staat garant voor maximaal 360 miljoen dollar.”

Welke afspraken zijn er gemaakt over het opvangen van eventuele kostenoverschrijdingen?

„Er is een lumpsumcontract afgesloten: een vast bedrag voor de klus die we gaan doen. Alle condities leggen we contractueel vast. Als er bijvoorbeeld afwijkingen aan de grondconditie zijn – dus als we meer kubieke meters moeten baggeren dan de afgesproken 180 – moet de opdrachtgever daar extra voor betalen.”

Het project moet binnen een jaar klaar zijn. Is dat wel realistisch?

„Ja, wel als beide partijen hun verplichtingen nakomen. Wij hebben de onze goed in de hand, maar de Egyptenaren moeten bijvoorbeeld nog grond afgraven voor wij beginnen. President Al-Sisi kondigde dit project in augustus aan, en zei dat het binnen een jaar gerealiseerd zou zijn. Daarmee is de lat behoorlijk hoog gelegd. Dat is ook de reden dat we dit in een consortium wilden doen. Je kunt in je eentje in zo’n korte tijd niet alle benodigde baggerschepen ophoesten.”

Voelt het wel comfortabel dat u zo snel zo’n grote klus moet klaren?

„Ik heb een snelheid als deze nog nooit meegemaakt; het is absoluut extreem. We zijn pas begin september serieus in gesprek geraakt met de Egyptenaren. Onze grootste zorg lag bij de contractuele invulling. Maar ook voor hen was de druk hoog. Dus de beperkte tijd is tegelijk een voordeel voor ons – wij konden ook onze eisen stellen.”

Hoe gevaarlijk is het voor uw werknemers om in Egypte te werken?

„Wij hebben daar goed naar gekeken. We willen onze mensen niet naar gevaarlijke gebieden sturen. Maar dit deel van Egypte, aan de oostkust van het bestaande Suezkanaal, is rustig en behoorlijk beschermd door het Egyptische leger. Het is daar volgens onze taxatie veilig genoeg om te werken. Bovendien maken we nog een risicoanalyse ter plekke als we beginnen, ook om te zien of er aanvullende maatregelen nodig zijn. Zo huisvesten we mensen in Nigeria bijvoorbeeld geregeld in beveiligde compounds.”

Is er een evacuatieplan voor als het tóch misgaat?

„Ja. Voordat wij gaan mobiliseren naar dit soort gebieden, moet er ook een plan liggen over het eventueel demobiliseren als er bijvoorbeeld een staatsgreep plaatsvindt. We hebben ervaring met werken in mogelijk risicovolle gebieden. We hebben recent nog baggerwerk in Irak gedaan, in Soedan, en zijn actief in Nigeria.”

In hoeverre heeft de aanwezigheid in het consortium van NMDC uit Abu Dhabi geholpen bij het verkrijgen van de opdracht?

„Dat heeft zeker een rol gespeeld, ook bij onze keuze om hen uit te nodigen voor het consortium. Zij zijn Arabieren, spreken de taal, komen uit de Verenigde Arabische Emiraten – een belangrijke financier van Egypte. En hun bestuursvoorzitter is een Egyptenaar, die bovendien bij de Suez Canal Authority gewerkt heeft. Hij spreekt letterlijk en figuurlijk dezelfde taal. Ze hebben niet dezelfde inbreng op het gebied van baggermaterieel, ervaring en kennis als wij, maar ze hebben wel meer kennis van de lokale markt.”