Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Vluchtelingen

Het kanaaldorp Oranje krijgt ineens tien keer zoveel inwoners

In een zieltogend vakantiepark in het Drentse Oranje komen 1.400 vluchtelingen. Ondernemer Hennie van der Most is blij. De bewoners vinden dit veel te veel. Was hier sprake van een een-twee-drietje van VVD’ers?

Gerard Wiechers stuurt zijn metallic Renault Scénic langs het Oranjekanaal. Het kanaal ligt verzonken in het Drentse land. Vogels fluiten. Boeren rooien aardappels. Maar daar heeft de vijftiger geen oog voor. Hij is op handtekeningenjacht. Kanaaldorp Oranje met 140 inwoners verzet zich tegen de komst van 1.400 vluchtelingen.

Het dorp rijd je in luttele seconden door. Een brug, een bushalte, een snackhoek en aan de overkant een aardappelmeelfabriek die is omgetoverd tot speelparadijs en vakantiepark. Sinds begin deze maand wonen daar vluchtelingen. In 257 omgebouwde koelwagons met nepwielen – Pipowagens heten ze.

Eigenaar is self made ondernemer/ijzerhandelaar Hennie van der Most. Hij tikte de afgekeurde wagons voor een prikkie bij de spoorwegen op de kop. Zes jaar deden ze dienst als vakantiewoningen naast zijn overdekte pretpark. Speelstad Oranje, geopend in 1992, trok in hoogtijjaren 335.000 bezoekers. Maar de crisis sloeg toe en Van der Most stond op het punt 60 van de 120 personeelsleden te ontslaan. „Ik breek me de kop over een nieuwe formule.”

Totdat het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) eind september belde. Van der Most: „Ze vroegen of ik een hal had om twee maanden vluchtelingen in onder te brengen. Ik zei: nee, die is net verkocht. Maar ik heb wel vakantiebungalows, met alles d’r op en d’r aan: twee slaapkamers, een badkamer, een keuken. Die kunnen jullie veel langer hebben.”

De partijen schoven om tafel en na een fiat van burgemeester en wethouders was de deal beklonken. Zieltogend vakantiepark wordt vluchtelingendorp. Drie jaar lang vangt Van der Most in het Pipodorp maximaal 1.400 asielzoekers op, met een mogelijkheid tot verlenging van twee jaar. In meerderheid Syrische gezinnen, beloofde het COA, die komen uit oorlogsgebied.

Hoeveel dat de eigenaar oplevert wil COA noch Van der Most kwijt. De ondernemer zegt alleen: „Van de 15 miljoen die ik heb geïnvesteerd, beur ik de rente per dag.” En de koks, de dames van de huishoudelijke dienst, de mannen die de technische installaties repareren en de tuin snoeien „kunnen waarschijnlijk blijven – eind deze week weet ik dat zeker”. Zijn personeel verzorgt maaltijden, schoonmaak en (groen)onderhoud, het COA neemt de bewakers en de begeleiding onder haar/zijn hoede.

De asielzoekers hebben het naar hun zin, bezweert Van der Most. Dat wil zeggen: „Ik kan geen Engels, maar ze groeten vriendelijk terug.” Opgelucht: „D’r is weer rust in de tent. De werknemers blijven aan de slag. Ik neem liever mensen aan dan dat ik ze wegdoe.” Daarmee, wil hij maar zeggen, heeft hij het Drentse dorp gered. „Als je ons wegdenkt uit Oranje, is hier niks meer.”

Vuilnisbakje

Hennie van der Most als redder van kanaaldorp Oranje. De dorpelingen vertellen Gerard Wiechers een ander verhaal. Hij pleit met vier dorpsbewoners voor het bevriezen van het aantal asielzoekers op 400 vluchtelingen. De een na de ander, ‘import’ voorop, zet een handtekening – meer dan driehonderd had hij er vanochtend. „Drenten zijn dom, zeggen ze, maar zo dom nou ook weer niet. Als het lelijk wordt, dan doen we de mond los.”

De inwoners van Oranje voelden zich overvallen. Buurman Rieks Hendriks kon amper meer bellen omdat het overbelaste KPN-netwerk onvoldoende signaal afgeeft. De andere buurvrouw moest van collega’s op de GGZ horen dat ze 1.400 vluchtelingen als buren kreeg. Vijfhonderd oké, maar véértienhónderd? Drie dagen later dromden „wel vijftig zwarte mannen” samen bij het kanaal. Wijzend op haar vuilnisbakje: „Ik durf Loyd nu alleen nog voor mijn tuinheg uit te laten.”

Het waren Eritrese en Somalische mannen, in bezit van een verblijfstatus. Ze kwamen uit Uithuizen, vertelt woordvoerder Jan-Willem Anholts van het COA. Daar waren ze niet langer welkom. En toen zetten ze – „dat kwam door een fout van ons” – Oranje op stelten. Er was geen vervoer, dus stapten met z’n twintigen de buurtbus in. En op zoek naar een pinautomaat liepen ze „met 50, 60, 70 man” de supermarkt in Hoogersmilde binnen, schuin tegenover de televisietoren, het baken van Drenthe.

Dat was „heel beangstigend”, vertelt de bedrijfsleider van de Coop. Klanten vluchtten alle kanten uit. Personeelsleden voelden „zich compleet overvallen” en wisten niet waar ze het COA konden bereiken. Ze zetten alles op alles om de mannen van dienst te zijn. Maar die wilden niks kopen, die wilden geld pinnen. En ze wilden weg uit het suffe kanaaldorp, en bezetten, bepakt en bezakt met tassen, het viaduct bij de rijksweg Emmen-Drachten.

Pantoffels

Eén zo’n fout, en alle vooroordelen worden bevestigd, zegt de supermarkteigenaar. En inderdaad: voor een handjevol dorpelingen hebben de vluchtelingen het verbruid, ook al zijn de Eritreeërs overgeplaatst naar een stadse plek en regelt het COA nu zelf bussen en wifi. „Wie zegt mij dat er geen een met ebola tussen zit”, vraagt een vrouw die op pantoffels de oprit komt opstormen. „We zijn in ons eigen dorp niet veilig meer.”

Maar de meeste ondertekenaars willen wel vluchtelingen opvangen, zeggen ze. Alleen niet zo veel. En waarom is zo’n ingrijpend besluit genomen buiten het dorp om – in Rekken was de burgemeester wel zo kloek te weigeren. De opvang is in strijd met het bestemmingsplan. Speelde hier een partijpolitiek een-twee-drietje tussen de staatssecretaris Fred Teeven, ondernemer Hennie van der Most en burgemeester Jan Broertjes, alle drie lid van de VVD?

Ze hebben het Hennie van der Most niet kunnen vragen. Want op de inderhaast ingelaste informatieavond liet die zijn gezicht niet zien, „op advies van COA” zegt hij zelf. Hij durfde niet, fulmineert technisch schoolassistent Evita Pagie. „Het COA zag bedden, Van der Most dollartekens en toen heeft Hennie met de gemeente zo ons dorp verkocht.” De noodgreep van een zakenman, zegt een stamgast van eetcafé/snackhoek Oranjestein achter twee frikadellen xxl, van elk 35 centimeter lang. „Anders gaat-ie failliet. En Hennie wil niet van miljonair weer krullenjongen worden.”

Net als Hennie van der Most werpt VVD-burgemeester Jan Broertjes de suggestie verre van zich dat er sprake was van een deal. Er is hier niks bedisseld, zegt hij, het was een kwestie van „goed bestuur”. Goed bestuur zonder de dorpelingen erbij te betrekken? Boertjes: „We hebben een probleem met elkaar. Er kloppen hier in Nederland elke dag vluchtelingen uit oorlogsgebied aan.” Maar had hij niet ‘nee’ kunnen zeggen om zo meer tijd te kopen. „Om nou te zeggen: ga mijn deur maar voorbij, dan heb je wel wat uit te leggen”

De burgemeester zucht. Jullie van de media, zegt hij, blazen de zaak zo op. Het COA was de belofte niet nagekomen om vooral Syrische gezinnen te sturen, maar heeft dat rechtgezet. Nu is het weer rustig in Oranje, bezweert hij. Handtekeningen? Nee, die heeft hij niet gezien. „En steggelen over het aantal van 1.400, dat vindt het college niet het meest belangrijk”. Geërgerd: „Daar moeten de mensen zich niet zo druk over maken. In Dronten hebben ze er ook 1.400.” Maar Dronten telt 27.000 bewoners, en Oranje 140? Broertjes: „ Het gaat niet om het aantal inwoners, het gaat om de plek en de buurt. In Dronten blijft de opvang ook zonder problemen.”