Trucjes voor taalvaardigheid

ILLUSTRATIE OLIVIA ETTEMA

Wat is het fijn om geen eindexamen Nederlands meer te hoeven doen, in ieder geval als je over gezond verstand beschikt. De kandidaten worden steeds meer gedrild met lesstof die weinig met de werkelijkheid te maken heeft, en juist steeds meer met een van de minst doordringbare bolwerken van ons land: het College voor Toetsen en Examens (CvTE).

Die instelling, die voor alle centraal schriftelijke eindexamens verantwoordelijk is, zetelt ver van de werkelijkheid waarop leerlingen zouden moeten worden voorbereid. Opmerkingen van leraren, neerlandici en anderen worden terzijde geschoven. In antwoord op Kamervragen over de maatschappelijke onrust van de afgelopen jaren meldde het CvTE deze maand slechts dat er een commissie was ingesteld die de in het examen gebruikte terminologie gaat bestuderen, „het zwaarst mogelijke middel” dat kon worden ingezet. Het is kenmerkend: of het CvTE goed werkt, bepaalt een commissie van het CvTE.

Ondertussen stapelen de klachten zich op, en niet alleen over de gebruikte termen. Vaak blijken ze te gaan over slordig werk van de examenmakers. Een van de vwo-teksten van 2014 was bijvoorbeeld een essay van Henri Beunders uit De Groene Amsterdammer over het verschil tussen hoge en lage kunsten. In die tekst staat de volgende passage:

Dat de culturele elites weinig tot geen weerwoord hebben tegen hun 175 aanklagers heeft met nog twee structurele ontwikkelingen te maken. De eerste betreft de kunsten, de andere is economisch van aard.

Hierover vroeg het eindexamen:

Welke twee ontwikkelingen binnen de wereld van de kunsten worden in de tekst genoemd als oorzaken van het verdwijnen van een culturele elite?

Ja, de schrijver zei expliciet dat er één ontwikkeling is binnen de kunsten, maar de examenmakers weten wel beter: hij bedoelde er natuurlijk twee! Zo’n Beunders kan misschien artikelen schrijven in De Groene Amsterdammer, maar dat betekent niet dat hij zijn eigen argumentatie begrijpt.

Leraren die bij het CvTE over dit soort zaken klagen worden afgepoeierd. Een docente die er in een uitgebreid epistel op wijst dat Beunders’ tekst door de examenmakers zo is ingekort dat hij op een bepaald punt onduidelijk wordt, krijgt een antwoord van een paar regels: „Geachte mevrouw, wat er in de oorspronkelijke tekst heeft gestaan, is niet relevant!” Andere leraren wordt medegedeeld dat uit hun kritiek blijkt dat ze hun vak niet bijhouden.

Het centrale examen eet bovendien langzaam de rest van het vak Nederlands op. Scholen worden afgerekend op hun gemiddelde punt voor dat examen, hetgeen betekent dat ze er verstandig aan doen stevig in te zetten op ‘examentraining’. Dat gaat ten koste van aandacht voor schrijfvaardigheid, literatuurgeschiedenis of zelfs échte leesvaardigheid. De leerlingen leren steeds minder over taal en letteren, en steeds meer over examen doen.

Vrijwel iedere leraar en iedere ouder blijkt te weten wat de beste tip is die je aan een aanstaande eindexamenkandidaat kunt geven: kruis niet het antwoord aan waarvan je denkt dat het juist is, maar het antwoord waarvan je denkt dat ‘ze’ het willen horen. Schakel je verstand uit en pas trucjes toe die een commissie van het CvTE voor taalvaardigheid verslijt; ziedaar het examen dat iedere Nederlandse scholier moet doen.