T-celtherapie redt patiënten met leukemie

Met een nieuwe vorm van immuuntherapie hebben artsen in Philadelphia de kankercellen weten uit te roeien bij 27 van 30 doodzieke leukemiepatiënten, waarbij andere behandelingen geen effect meer hadden. Zes maanden later waren 19 patiënten nog kankervrij. Zonder die nieuwe therapie had niemand dit gehaald. De studie is een van de eerste die laat zien wat deze nieuwe behandeling, in 2013 volgens Science de ‘doorbraak van het jaar’, kan doen (New England Journal of Medicine, 16 oktober).

Alle bij dit onderzoek betrokken patiënten hadden acute lymfoblastische leukemie, een wildgroei van bepaalde cellen (B-cellen) van het afweersysteem. De ziekte komt het meest bij kinderen voor. Als de kanker niet reageert op chemotherapie of een stamceltransplantatie, zijn de vooruitzichten voor de patiënt erg slecht.

De essentie van immuuntherapie is dat het afweersysteem van de patiënt wordt opgepept om de kankercellen te vernietigen. Om dat te bereiken werden uit het bloed van de patiënten zogeheten T-cellen geïsoleerd. Dat zijn cellen met een centrale rol in de afweer tegen ziekteverwekkers. Die cellen kregen een extra eiwit ingebouwd (een chimere antigeenreceptor) dat ervoor zorgt dat de T-cellen zich specifiek binden aan een karakteristiek eiwit (in dit geval het eiwit CD19) van de kankercellen. Na binding wordt de T-cel geactiveerd om de CD19-dragende cel te vernietigen.

Bij de patiënten waarbij dat mislukte verdwenen de gemanipuleerde T-cellen te snel uit het bloed. Of de ziekte dook weer op in een vorm waar de behandeling geen vat op had.

Bij een geslaagde behandeling sneuvelen toch ook veel gezonde B-cellen. De overlevenden moeten de rest van hun leven medicijnen slikken om dit verlies te compenseren.