Medicijn vaak voor andere ziekte gebruikt dan bedoeld

Een huisarts schrijft een recept uit. Foto ANP/ Koen Suyk

Artsen schrijven op grote schaal medicijnen voor die zijn gemaakt voor een heel ander ziektebeeld dan hun patiënt heeft, zonder dat ze daarbij kunnen terugvallen op afspraken binnen de beroepsgroep.

Dit blijkt uit onderzoek van NRC Handelsblad in samenwerking met Reporter Radio (KRO-NCRV). Zeker de helft van alle medicijnen wordt voorgeschreven voor een andere aandoening dan waarvoor ze ontwikkeld zijn, bevestigen de Inspectie voor de Gezondheidszorg en de beroepsvereniging voor apothekers.

Medicijnen worden alleen getest voor de aandoening waarvoor ze zijn ontwikkeld. De risico’s voor ander gebruik zijn niet onderzocht en de bijsluiter klopt dan niet. Het komt voor in alle takken van de geneeskunde: lepramedicijnen voor hevige jeuk bij mensen met een glutenallergie, leukemiemedicijnen voor darmproblemen, een tongspatel als beenspalk bij baby’s.

Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) concludeerde al in 2007 dat bij dit zogenoemde off label voorschrijven van medicijnen strikte richtlijnen gewenst zijn, omdat anders “het niveau van patiëntveiligheid onzeker is”. Ook de Geneesmiddelenwet stelt als eis aan deze vorm van medicatieverstrekking dat er richtlijnen in de beroepsgroep zijn afgesproken. Die wet wordt vaak niet nageleefd, blijkt uit een rondgang langs 20 medische beroepsverenigingen waarvan de leden regelmatig medicijnen voorschrijven. Elf van deze verenigingen hebben geen enkele richtlijn voor de artsen om op terug te vallen als ze off label voorschrijven.

Ingeburgerd

Artsen ontdekken zelf dat ze bepaalde middelen ook voor andere kwalen kunnen gebruiken en verspreiden hun kennis via vakliteratuur of onderling overleg. Het is een praktijk die al jarenlang bestaat. In sommige gevallen is deze zo ingeburgerd dat artsen niet eens in de gaten hebben dat ze een medicijn off label voorschrijven.

In het verleden ging het een aantal keer fout met off label-medicatie. Het bekendste voorbeeld is de pijnstiller Vioxx, die vaak voor andere aandoeningen werd voorgeschreven, wat in sommige gevallen leidde tot hartaanvallen en beroertes met dodelijke afloop. Het middel werd in 2004 van de markt gehaald.

Voor- en tegenstanders

Off label voorschrijven leidt tot discussie onder artsen. Critici vrezen voor de patiëntveiligheid. In een reactie stelt het College Beoordeling Geneesmiddelen het “zorgelijk” te vinden dat nu zeker de helft van alle verstrekte medicijnen een andere indicatie heeft. Medisch specialisten hechten juist aan hun ‘voorschrijfvrijheid’, omdat het soms een laatste redmiddel is om patiënten te helpen. Bovendien zeggen zij altijd goed de grondstoffen van de medicijnen te onderzoeken, en alleen medicatie voor te schrijven die in de praktijk werkt.

Chris Mulder, leider van de maag-lever-darmafdeling in het VUmc, gebruikt zelf leukemiemedicatie voor patiënten met de ziekte van Crohn. Hij is voorstander van off label-medicatie. Mulder: “Als je off label-medicatie verbiedt, vernietig je de kraamkamer van de innovatie in de zorg.”