Opinie

Jeroen Dijsselbloem, Juncker en de fles

Minister Jeroen Dijsselbloem maakte deze week twee kritische opmerkingen over de ondermaatse ontwerpbegroting van Frankrijk. En kreeg meteen onderuit de zak. Hij „vertegenwoordigt Europa niet”, bitste Michel Sapin, de Franse minister van Financiën. Premier Manuel Valls eiste „respect”. Deze onderbuikreactie uit Parijs was onterecht. En toch is dit precies waarom Jean-Claude Juncker, aantredend Commissievoorzitter, Dijsselbloem niet als eurocommissaris voor Economische en Monetaire Zaken wilde.

Deze zomer schreef de Nederlandse pers dat Juncker Dijsselbloem voor de nieuwe Commissie passeerde, omdat Dijsselbloem hem in januari op tv „een verstokte drinker” had genoemd. Dit is onzin. Dat Juncker rancuneus zou zijn over die opmerking, is verzonnen door Haagse spindokters. Downing Street heeft Britse journalisten royaal met alcoholische anekdotes over Juncker gevoerd, en toch gaf Juncker de Britse eurocommissaris een fijne post.

Gelukkig zijn er genoeg mensen in Brussel die het echte Dijsselbloemverhaal kennen: Juncker vond hem ongeschikt voor die rol, omdat hij te veel als noorderling wordt gezien. Hij wilde op de Commissiepost iemand hebben die wél vertrouwen in het zuiden geniet. Iemand die, als hij kritisch doet over de Franse of Italiaanse begroting, niet meteen pissige reacties uit Parijs en Rome oproept.

Juncker is een overtuigd Europeaan. De diepe kloof die de laatste jaren tussen Noord- en Zuid-Europa is ontstaan, baart hem zorgen. Hij wil die dichten, omdat ze Europa fataal kan worden. Daarom moest de nieuwe eurocommissaris Economische en Monetaire Zaken niet een erkende waakhond voor begrotingsdiscipline zijn, maar meer iemand die zou luisteren naar de zuiderlingen.

Zo iemand, redeneerde Juncker, krijgt uiteindelijk meer van ze gedaan dan een calvinist die hen toch als zondaars ziet – hoe aardig hij er ook bij glimlacht. Dus koos Juncker Pierre Moscovici. Niet omdat hij een Fransman is. Maar omdat hij zelf als minister hopeloos klem heeft gezeten tussen Brussel en de kiezer, en vaak vernederd is omdat hij te weinig sneed en teveel clementie vroeg. Als híj Parijs vermaant, schrikt men misschien. Als Dijsselbloem het doet, denkt Parijs geïrriteerd: „Daar heb je hem weer.” Het risico is dan dat de Fransen op een dag helemáál niet meer willen meewerken.

Dijsselbloem heeft Juncker na de gewraakte tv-uitzending telefonisch zijn excuus aangeboden. In mei dacht hij dat de lucht nog niet geklaard was. Hij lobbyde hard voor de machtige ‘supercommissaris’-post, maar er zat geen schot in. Dus reed hij naar Juncker om nogmaals sorry te zeggen. Juncker zei dat hij niet rancuneus was en hem goede commissarisposten in de nieuwe Commissie kon bieden – behalve Economische en Monetaire Zaken.

Hij legde uit dat hij een ouderwetse socialist wilde die compassie kon tonen, geen neoliberale socialist. Niet een steile Hollander die, als Grieken of Italianen klaagden dat ze zoveel burgers hadden ontslagen en pensioentjes hadden gekort, meteen zegt: „Ja maar, het moet.” Of: „In Oost-Europa hebben ze destijds nog veel harder de broekriem aangetrokken.”

Maar Dijsselbloem bleef inzetten op die ene post. Eind juli ging premier Rutte met een adviseur naar Luxemburg om te zien of er nog iets te regelen viel. In een tête-à-tête legde Juncker het hele verhaal nog eens uit. Die avond begreep Rutte dat het waarschijnlijk niet Dijsselbloem was die naar Brussel zou gaan, maar Frans Timmermans.