Het kalifaat is de oplossing voor alles

Hij is 24, woont sinds zijn vijfde in Nederland, houdt van Feyenoord. Nu vertrekt hij liever naar het kalifaat. Waarom? Geen criminaliteit en discriminatie, onderdak voor allemaal: „Iedereen is er gelijk.”

Iedere morgen loopt Abu Muhammed met een karretje naar de koffieautomaat. Met een sleutel opent hij de automaat, maakt de binnenkant zorgvuldig schoon en vult de koffiebonen aan. Daarna loopt hij naar de volgende koffieautomaat, en de volgende, en de volgende, tot alle automaten van het bedrijfspand zijn gevuld. Het is een leuke baan, zegt hij.

Ook op vrijdagochtend 3 oktober loopt Abu Muhammed van koffieautomaat naar koffieautomaat, totdat zijn middagpauze begint. Hij pakt zijn mobieltje en leest dat er een gijzelaar is onthoofd door strijders van de Islamitische Staat (IS). Het gaat om de Britse hulpverlener Alan Henning. Abu Muhammed – die naam is een van zijn internetpseudoniemen – klikt zijn Facebook open en schrijft om 11.54 uur: ‘Moge Allah de Islamitische Staat belonen voor het onthoofden van Alan Henning.’ En even later: ‘Ik ben heel blij met wat er is gebeurd. Ik hoop dat er meer onthoofdingen zullen plaatsvinden.’

Terreurgroep IS stichtte vier maanden geleden een kalifaat in Syrië en Irak. Sindsdien trekken moslims uit de hele wereld, waaronder Nederland, naar de Islamitische Staat. Ook Abu Muhammed, een 24-jarige jongen, is van plan zich aan te sluiten bij IS. Hij is al aan het sparen voor de verhuizing naar het kalifaat.

Als je hem ziet zitten in dit Utrechtse café naast het station, is het moeilijk te geloven. Hij is een verlegen, magere jongen, met een rommelige zwarte baard van nog geen twee centimeter. Op zijn neus rust een bril met rechthoekige glazen. Hij woont nog bij zijn ouders. „Dat is handig”, zegt hij. „Hoef ik mijn kleren niet te wassen, enzo.” Een vriendin heeft hij nooit gehad. Het liefst zou hij een vrouw trouwen die zich van top tot teen bedekt – ook haar gezicht. Maar ja, zulke gesluierde vrouwen zijn in Nederland bijna niet te vinden. „Misschien”, zegt hij, „vind ik haar wel in het kalifaat.”

Weinig mensen in zijn omgeving weten dat hij overweegt zich aan te sluiten bij IS. Hij heeft het zijn ouders niet verteld. Ook op zijn werk praat hij er niet over. „Straks denken ze dat ik een terrorist ben.” En dat vindt hij zichzelf niet.

De enige mensen met wie hij over het kalifaat spreekt, zijn een paar jongens uit zijn moskee in Utrecht. En op Facebook. Daar communiceert Abu Muhammed met kalifaataanhangers van over de hele wereld die hij nog nooit heeft gezien. Ze delen Engelstalige video’s van IS-strijders met kalasjnikovs die ‘Allah Akbar’ jubelen nadat ze weer een stad hebben veroverd.

Het Westen heeft ons vernederd

De wereld van Abu Muhammed ziet er betrekkelijk eenvoudig uit. Volgens hem is er een strijd gaande tussen de gelovige moslims en het ongelovige Westen. De gelovige moslims zijn eeuwenlang vernederd door het ongelovige Westen. Bovendien heeft het ongelovige Westen allerlei dictators aan de macht geholpen in de gelovige moslimwereld, die de bevolking onderdrukten.

Het leger van IS zal volgens Abu Muhammed een einde maken aan die onderdrukking. Alle moslimlanden die ooit door het Westen zijn afgepakt, zal IS weer terugveroveren. Er komt een kalifaat van Spanje tot aan China, en uiteindelijk zal de hele wereld zich onderwerpen aan de islam. Het is IS tegen de rest.

Jongeren die denken zoals Abu Muhammed vormen een zeer kleine minderheid binnen de moslimgemeenschap. Volgens een schatting van inlichtingendienst AIVD telt de jihadistische beweging in Nederland honderden aanhangers en enkele duizenden sympathisanten. Een deel van hen is daadwerkelijk bereid af te reizen naar Syrië of Irak om te vechten voor een eigen staat. Vaak hebben zij een utopisch beeld van het kalifaat: het zou een land zijn met een rechtvaardige leider die alle regels toepast zoals Allah ze heeft bedoeld en waar alle moslims in harmonie met elkaar samenleven. Een aards paradijs.

Ook Abu Muhammed denkt dat. In het kalifaat is „bijna geen criminaliteit” en „geen discriminatie”, zo weet hij te vertellen. Alle burgers hebben „een dak boven hun hoofd” en delen mee in de welvaart. „In het kalifaat heb je geen rijken of armen. Iedereen is gelijk.”

Argumenten die dit beeld tegenspreken, lijken niet aan te komen. Als je Abu Muhammed bijvoorbeeld vraagt naar de oorlogsmisdaden waaraan IS zich schuldig maakt, zegt hij dat bloedvergieten „nu eenmaal bij een oorlog hoort” en dat het Westen het er zelf naar heeft gemaakt. Of als je vraagt naar shi’itische moslims die in het kalifaat worden geëxecuteerd, zegt hij met een glimlach dat hij dit wel „begrijpelijk” vindt omdat shi’ieten immers „afvalligen” zijn.

Moord op Van Gogh was het keerpunt

Ooit was Abu Muhammed zelf een shi’iet. Hij werd geboren in Iran, waar negen op de tien inwoners shi’iet zijn. Op zijn vijfde vertrekt hij met zijn ouders en jongere broertje om economische redenen naar Nederland. Het gezin woont een aantal jaar in asielzoekerscentra en krijgt daarna een huis in het Utrechtse Maarssen. Abu Muhammed gaat naar de havo in Breukelen, een dorp verder. „Er zaten maar twee moslims op school. Daar ging ik veel mee om. Die waren hetzelfde, begrijp je.” Hij spreekt ook wel met Nederlandse klasgenoten. Over voetbal bijvoorbeeld. Omdat de hele klas voor Ajax en PSV is, kiest Abu Muhammed tegendraads voor Feyenoord als zijn club. Spits Julio Cruz wordt zijn lievelingsspeler. „Hij maakte in 1999 het winnende doelpunt op mijn verjaardag, waardoor we kampioen werden.”

Tot zijn vijftiende doet Abu Muhammed weinig met zijn geloof. Zijn ouders bidden niet, vasten niet, zijn moeder draagt geen hoofddoek. De moord op Theo van Gogh in 2004 is een keerpunt. Abu Muhammed merkt dat hij „blij” was met die moord. „Omdat Van Gogh beledigende dingen zei over de islam.” Vanaf dat moment gaat hij zich in het geloof verdiepen. Hij leest de Koran en een biografie van de profeet Mohammed. Hij komt erachter dat shi’ieten dingen doen die „in strijd zijn met de islam” en wordt sunniet. De oorlogen in Afghanistan en Irak volgt hij op de voet. Hij is dan al boos op Amerika omdat het ten onrechte moslimlanden is binnengevallen.

Op school doet hij weinig, toch haalt hij de havo. Daarna begint hij aan een hbo-opleiding marketing. Hij stopt er al na een jaar mee. „Ik ben wel slim, maar was te lui om huiswerk te doen.” Voor de islam maakt hij wel tijd. Op zijn negentiende start hij een islamitische weblog en plaatst tientallen video’s van preken op YouTube. De eerste video’s gaan vooral over het belang van het gebed en het vasten. Het jaar erna verschijnen ook video’s van jihadistische geleerden op zijn YouTube-kanaal. Het zijn predikers die de ideologie van terreurnetwerk Al-Qaeda verspreiden. „Vanaf mijn achttiende heb ik veel boeken van hen gelezen”, zegt Abu Muhammed. „Mooie boeken. Ik ken geen Arabisch, maar gelukkig zijn ze allemaal beschikbaar in het Engels.”

Het lukt hem niet om naast het bestuderen van de islam een dagbesteding te vinden. Hij begint nog aan twee andere hbo-opleidingen, maar haakt binnen een jaar weer af. Hij krijgt even een vaste baan bij Kentucky Fried Chicken, maar wordt ontslagen. Waarom is niet duidelijk. In zijn eentje bezoekt hij wedstrijden van Feyenoord. Abu Muhammed is een fanatieke supporter. Hij roept weleens ‘iets’ naar de scheidsrechter. „Iets over z’n moeder.”

De filmpjes geven een warrior-gevoel

Tegelijk blijft hij video’s van radicale predikers bekijken. En hij probeert zijn ouders ervan te overtuigen dat ze meer met hun geloof moeten bezig zijn. „Dat is niet gelukt. Ze bleven ongeïnteresseerd.” Ach, hij snapt ook wel waarom. „Het is moeilijk aan te nemen als je zoon je komt vertellen dat je fout bezig bent.”

Als de oorlog in Syrië begint, verschijnen op sociale media video’s van IS-strijders die in de woestijn rondrennen met machinegeweren. Abu Muhammed kijkt vaak naar die filmpjes. Het geeft hem een „warrior-gevoel”, zegt hij. „Dat je vecht voor je geloof, vind ik.. eh..” Hij aarzelt. „Dat zou ik ook wel willen.” Hij voelt zich verwant met de jihadstrijders. Het zijn mensen die net zoals hij denken. In Nederland denkt bijna niemand zoals hij.

Abu Muhammed sluit zich aan bij Hizb ut-Tahrir, een wereldwijde organisatie die streeft naar een kalifaat en ook in Nederland leden heeft. Dat is nu een jaar geleden. Iedere vrijdag bezoekt hij lezingen in Utrecht waarin wordt verteld hoe slecht het westerse kapitalisme is. Hij leert dat er door het kapitalisme woekerrentes kwamen en dat daaruit de economische crisis is ontstaan. Hij leert dat het in het kalifaat verboden is rente te heffen, dus dat daar nooit een dergelijke crisis kan ontstaan.

En hij leert nog veel meer: hoe de regering in een kalifaat belasting moet besteden, wat ze moeten doen als iemand niet kan werken en dat ze alcohol en drugs verbieden omdat dat nu eenmaal slecht is voor een mens. „Ik begon in te zien”, zegt Abu Muhammed, „dat het kalifaat de oplossing is voor alle problemen.”

Het liefste zou ik hier vertrekken

In juni dit jaar kómt er een kalifaat. IS roept alle moslims op naar Syrië en Irak te komen. „Als ergens een kalifaat wordt gesticht, ben je als moslim verplicht daarheen te gaan”, zegt Abu Muhammed. Maar hij merkt dat de jongeren van Hizb ut-Tahrir er anders over denken: die erkennen het kalifaat van IS niet, omdat zij vinden dat het kalifaat zonder geweld tot stand moet komen. Daarom bezoekt Abu Muhammed hun lezingen niet meer.

Hij zou graag verhuizen. Maar omdat hij de kans loopt te worden opgepakt als hij vertrekt, moet hij voorzichtig zijn. Hij denkt na over een manier om veilig het land uit te komen. „Ik vind dat de Nederlandse overheid moslims als mij niet moet vasthouden”, zegt hij. „Het liefste zou ik mijn paspoort inleveren en weggaan. Het moet geweldig zijn om te wonen in een puur islamitische staat.”

Een hekel aan Nederland heeft hij niet. „Ik ben hier wel gelukkig”, zegt Abu Muhammed. „Alleen ben ik daar gelukkiger.”

Zijn blik dwaalt af naar een groep militairen die langs het café loopt in groene legerkleding. „Wat raar”, merkt hij op, „ze mochten hun uniform toch niet meer in het openbaar dragen?” Abu Muhammed grijnst. Hij weet dat die richtlijnen er zijn omdat de overheid mensen zoals hij vreest. IS heeft opgeroepen om aanslagen te plegen in westerse landen. „Eerlijk gezegd vind ik dat geen goed idee”, zegt hij. „Als er een aanslag komt, krijgt de overheid nog meer mogelijkheden om potentiële terroristen op te pakken. En bovendien is het verboden in de islam om onschuldige burgers te doden.”

De onthoofde hulpverlener Alan Henning, was dat geen onschuldige burger? „Nee”, zegt Abu Muhammed, „dat was een gevangene.”

Hoewel hij op Facebook de onthoofdingen fanatiek verdedigt, is hij minder stellig als hij erover praat. Het is „moeilijk om erover te oordelen” omdat het nu eenmaal oorlog is, en hij zou er niet aan moeten denken om zelf iemand te onthoofden. „Ik denk niet dat ik iemand de keel zou kunnen doorsnijden.” Maar helemaal uitsluiten wil hij het ook niet. „Ze zeggen dat moorden verslavend is. Als je er één doet, doe je er meerdere. Misschien werkt het zo ook wel bij mij.”

Abu Muhammed kijkt op zijn horloge. Hij moet zo naar huis, om eten te koken voor zijn ouders. Eerst steekt hij buiten nog een sigaret op. Ja, hij weet het, in het kalifaat is het verboden te roken omdat je in de islam geen zelfmoord mag plegen. Maar ja, hoe slecht is roken nou? Abu Muhammed kent mensen die altijd hebben gerookt en 70 jaar zijn worden. Dus hij steekt er maar een op. Nu het nog kan.