De mensen die moesten handelen waren onbekwaam

Peter Piot

Ontdekker van het ebola-virus Peter Piot geloofde aanvankelijk niet dat deze uitbraak zo groot zou worden. „Het onderzoek naar medicijnen is maar gedeeltelijk gedaan. Toen is het wegbezuinigd.”

Tekst Wim Köhler Foto’s Merlijn Doomernik

Peter Piot, ebola-onderzoeker: „Een rampscenario kan zijn dat een Chinees, er zijn heel wat Chinezen in Afrika, met ebola in China in een ziekenhuis wordt opgenomen. Infectiecontrole is daar beneden de maat.”

‘Alleen met quasi-militaire middelen is de ebola-uitbraak nog te bestrijden”, zei Peter Piot in de eerste dagen van juli, in een interview met nieuwszender CNN. De Belg Piot, als jong microbioloog in 1976 mede-ontdekker van het ebolavirus, is een van de belangrijkste infectieziektebestrijders ter wereld. Hij was jarenlang directeur van UNAIDS en assistent-secretaris-generaal bij de Verenigde Naties. Voor het eerst sprak een ‘bobo’ zich uit. Toch riep de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) de ebola-uitbraak pas een maand na dat interview, op 8 augustus, uit tot een internationale gezondheidscrisis. Toen pas kwam die quasi-militaire operatie op gang.

Waarom was de WHO zo laat? De eerste ebolapatiënt was er – achteraf gezien – al in december vorig jaar. Het duurde drie maanden voordat in Guinee de diagnose ebola werd gesteld. Het duurde acht maanden voor de WHO deed wat ze moest doen: een internationale medische noodtoestand uitroepen.

„Die trage diagnose, daar kan ik nog inkomen. Niemand verwachtte ebola in die West-Afrikaanse landen. Ebola was altijd een Centraal-Afrikaans virus. Wat ik echter moeilijk kan aanvaarden is dat het zo lang duurde, na duizend doden, voordat de WHO serieus alarm sloeg. De twee Amerikanen die begin augustus ziek door ebola naar huis werden gevlogen en herstelden hebben waarschijnlijk meer gewicht in de schaal gelegd dan de honderden doden in Afrika. Een paar dagen daarna reageerde de WHO eindelijk.”

Hoe komt het dat de WHO de ebola-uitbraak niet serieus nam?

„Dat is een combinatie van ontkenning in de landen zelf – waarom weet ik niet precies – en van de WHO die zijn werk niet heeft gedaan. De mensen op het regionaal kantoor in Afrika die als eersten iets hadden moeten doen waren onbekwaam. Ze waren om politieke redenen benoemd, niet vanwege hun deskundigheid.

„Dat gebeurt misschien ook op het hoofdkantoor in Genève, maar toch minder. Daar is het een kwestie van slecht management en bezuinigingen. Vooral op de afdeling voor zeldzame infectieziekten als ebola is bezuinigd. Besef wel: die bezuinigingen zijn ook door Nederland goedgekeurd, en door België en de Verenigde Staten. Dat kun je niet alleen de WHO verwijten.”

U wist in maart dat er ebola heerste in Guinee. En dat het al een flinke uitbraak was. Waarom bleef u zelf zo lang stil?

„Vóór juni dacht ik een klassieke ebola-uitbraak te zien. Misschien een grote, met uiteindelijk een paar honderd doden, maar ik dacht dat het wel over zou gaan met isolatie van patiënten en quarantaine van mensen die contact hebben gehad met patiënten. Dat is de traditionele bestrijding van zo’n infectieziekte. Maar dat was fout van mij. Het aantal nieuwe patiënten was in Guinee even gedaald, maar schoot plots weer omhoog. En er kwamen patiënten in Sierra Leone. Toen werd ik echt ongerust.”

En kwam CNN langs?

„Ja, en meteen na dat interview waarin ik vroeg om de medische noodtoestand en quasi-militair ingrijpen kwam mijn Vlaamse nuchterheid weer boven en dacht ik ‘Oi, ik heb weer overdreven’. Begin juli waren er 600 of 700 doden. Toch had de WHO toen al een ‘internationale noodtoestand voor de volksgezondheid’ kunnen uitroepen. Dan kan een land, op grond van een VN-conventie, noodhulp opgedrongen krijgen. Vergelijk het met een humanitaire crisis zoals een aardbeving, of 100.000 vluchtelingen uit Syrië. Dan kan de VN in een week een tentenkamp voor 50.000 vluchtelingen bouwen. Het Hoge commissariaat voor de vluchtelingen kan dat, en de Wereldvoedselorganisatie FAO en tot op zekere hoogte ook Unicef. De WHO heeft die operationele kracht niet. Dat hoeft ook niet. Die heeft de kennis en weet wat er moet gebeuren, maar ze waren te laat.”

We spreken elkaar afgelopen dinsdag, achterin het museum Vrolik in het AMC in Amsterdam. We lopen langs vitrines vol negentiende-eeuwse schedels, deels misgroeide skeletten en lichaamsdelen op sterk water. Lijkbleke gezichten staren ons vanuit de potten aan. „Interessant. Ik wist niet dat dit hier was”, mompelt Piot. Tijd om er lang bij stil te staan is er niet. „Ik moet hier eens terugkomen.”

Piot is één drukbezette dag in Amsterdam voor de herdenkingsbijeenkomst voor hoogleraar infectieziekte Joep Lange en zijn partner Jacqueline van Tongeren. Beide aidsbestrijders stierven in juli boven Oekraïne aan boord van de neergeschoten vlucht MH17. Piot was vriend en collega, en prominent spreker op de bijeenkomst.

Een bekende uitspraak van Joep Lange was: „Voor de allerarmsten op deze wereld is niets zo dodelijk als een slechte overheid.” Geldt dat ook voor deze ebola-uitbraak?

„Wat in de eerste maanden van dit jaar vooral speelde was dat het gezondheidssysteem in Guinee, Liberia en Sierra Leone niet functioneert. En de overheid in Sierra Leone en Liberia is in opbouw, na 15 jaar burgeroorlog. Burgeroorlog is altijd erger dan oorlog, omdat een land dan verdeeld is. Die scheidslijn blijft nog lang bestaan. Het vertrouwen is weg.

„Tijdens die burgeroorlogen hebben de meeste artsen het land verlaten. In 2010, die cijfers heb ik gezien, waren er nog 51 artsen in Liberia. Daarvan werkten er vier of vijf op het ministerie van volksgezondheid. Dat maakt dat je met minder dan één arts per 100.000 inwoners zit.” In Nederland zijn er 3 op iedere 1.000 inwoners.

U zat in 1994, precies 20 jaar geleden, als aidsbestrijder bij de WHO en bent daar weggegaan om UNAIDS op te zetten. Dat was uit frustratie?

„Zeker. De WHO deed toen zijn werk ook niet. Kijk, je moet soms standpunten innemen waar de lidstaten problemen mee hebben. Daar is de WHO slecht in. Guinee en Sierra Leone zeiden dit voorjaar dat ze geen ebolaprobleem hadden. De WHO moet dan zeggen: wíj weten dat jullie wél een probleem hebben. Twintig jaar geleden deden ze dat met aids ook niet. Er waren toen landen die niet meewerkten en er was een enorm debat over de prijs van de medicijnen. Die waren onbetaalbaar voor patiënten buiten de ontwikkelde landen. Daar moest je ook ingaan tegen de heersende machten.”

Heeft de VN de ebolabestrijding nu in feite weer overgenomen van de WHO? In Ghana zit een VN-commandocentrum. In de drie getroffen landen zijn coördinerende teams van VN.

„Ja, vooral voor de coördinatie. Het is organiseren, en beslissen waar hulpgoederen die uit allerlei landen binnenkomen heen moeten. In theorie moeten overheden dat doen, maar als die zwak zijn moet je dat samen doen. Je moet zorgen dat de actie daar is waar de patiënten zijn. Het is gewoon veel praktisch werk. Het gaat om logistiek. Daarom denk ik dat militaire hulp nuttig is.

„Militairen zijn niet geschikt om patiënten uit hun huis te halen en te vervoeren naar ziekenhuizen. Ook moet je ze niet dagelijks de gezondheid laten controleren van mensen die in contact zijn geweest met patiënten. Ik denk dat dat de trauma’s en de weerstand eerder zou verergeren.”

Wie gaat dat dan doen?

„Het Rode Kruis heeft een heel leger van vrijwilligers. Uit Groot-Brittannië zijn mensen vertrokken van Save the Children. Die gaan werken in de care units. En je moet mensen ter plaatse rekruteren. Ik zou overlevenden van ebola – die krijgen de ziekte niet opnieuw – een baan geven. In de behandelcentra, om de contacten op te sporen en bij de mensen langs te gaan. Misschien willen ze ook bloed geven. In het serum zitten antistoffen die waarschijnlijk het afweersysteem van patiënten een extra zetje kunnen geven.

„Ik weet, er zijn nog niet genoeg bedden en het is moeilijk te voorspellen hoeveel bedden er over twee maanden nodig zijn. Maar als iedereen waarmaakt wat hij beloofd heeft, zou het toch merkbaar moeten zijn in het verloop van de epidemie.”

Gaan de nieuwe vaccins en medicijnen die nu getest worden nog effect hebben op deze uitbraak?

„We zullen zien. Zoals het nu gaat zijn ze pas in het voorjaar van 2015 beschikbaar. Als de epidemie lang blijft duren zullen ze van pas komen. Maar dat is een beetje ironisch.”

Die medicijnen hebben we niet te danken aan mededogen met Afrika maar aan schurkenstaten die mogelijk bioterroristische aanslagen voorbereidden. Het onderzoek is allemaal gefinancierd met militair onderzoeksgeld. Is dat niet wrang?

„Ja en nee. Kijk, in de 38 jaar dat we het ebolavirus nu kennen zijn er ongeveer 1.500 mensen aan gestorven. Dat zijn er gemiddeld ongeveer 40 per jaar. Dat kun je geen groot volksgezondheidsprobleem noemen. En zeker geen commercieel interessant probleem. Ikzelf had niet gedacht dat ebola ooit een volksgezondheidsprobleem zou worden. Dat een uitbraak zo uit de hand zou kunnen lopen. Maar ja, nu zien we dat het anders kan.

„Wrang is wel dat de medicijnen maar tot een bepaald niveau zijn ontwikkeld. Toen de onderzoekers er aan toe waren om ze op mensen te testen is het geoormerkte onderzoeksbudget wegbezuinigd door het Amerikaanse Congres.

„Het goede nieuws is dan toch dat ik in juli in een opiniestuk in de Wall Street Journal heb opgeroepen om snel met onderzoek naar vaccins en medicijnen te beginnen. Dat heeft de Wellcome Trust [een particulier fonds dat wereldwijd onderzoek en zorgverbetering subsidieert] midden in de vakantie opgepakt. En het is gelukt. De vaccin-trials zijn begonnen.”

Zijn er andere landen op de wereld waar ook zo’n grote ebola-uitbraak kan ontstaan?

„Laten we het eerst positief bekijken. We hadden los van de West-Afrikaanse uitbraak een uitbraak in Congo. En die is – in principe – uitgedoofd. Dat hebben de Congolezen zelf gedaan, zonder hulp van buitenaf. Nigeria en Senegal hebben patiënten gehad die uit de getroffen landen kwamen. Maar die twee landen zijn ook weer vrij van de ziekte. Een grote uitbraak is dus niet onvermijdelijk.

„Om in te schatten waar het kan moet je kijken naar landen die disfunctioneel zijn. Nou, Congo is geen voorbeeld van een goed georganiseerde staat en daar is het goed gegaan. Dus ik weet niet hoe je dat moet voorspellen.

„Een rampscenario kan zijn dat een Chinees, en er zijn heel wat Chinezen in Afrika, met ebola in China in een ziekenhuis wordt opgenomen. Infectiecontrole is daar beneden de maat. Ik kan me voorstellen dat daar kleine uitbraken ontstaan. Maar of het in andere landen kan? Ik weet het niet. Ik dacht ook dat dit niet kon gebeuren. Dus ik was fout. Toch?”

Hoe verloopt deze epidemie als hij doorzet? Als alle mensen in een getroffen samenleving besmet zijn geweest, sterft het virus dan vanzelf uit?

„Misschien. Misschien niet. In theorie wel als iedereen die vatbaar is, het heeft gehad. Dan lijkt het op het verloop van pestepidemieën in Middeleeuwse steden.

„Maar ik ben geen doemdenker. Er is nu toch heel wat aan het gebeuren. Er is hulp. Maar ook in de maatschappij daar verandert heel wat. In de getroffen gemeenschap was eerst veel ontkenning. Ebola bestond niet. Het was een samenzwering. Daarna was er agressie, boosheid. Er zijn zelfs hulpverleners en journalisten gedood.

„Wat ik nu hoor van vrienden die er werken is dat er geloof komt in de maatregelen, gericht op overleving. Lees het maar na in De Pest van Camus. Daar staat het allemaal in beschreven. Op een gegeven moment raakt een samenleving toch gericht op zijn eigen overleving.

„Dat heb ik gezien bij de aidsbestrijding. In de loop van jaren tachtig is de verspreiding van hiv in de homo-gemeenschap toch vrijwel tot stilstand gekomen. Dat hebben de mensen zelf gedaan. In de meeste landen deed de overheid niet veel. Er ontstaat een soort overlevingsreflex. Gaat die hier ook komen? Ik weet het niet. De antropologie en de sociale wetenschap zijn niet mijn vakgebied. Maar het gaat wel net zo belangrijk zijn als de interventies en de eventuele medicijnen.”

    • Wim Köhler