Rechter volgt wietparadox

Twee ‘keurige’ hennepkwekers kregen geen straf. Wat betekent dit voor het gedoogbeleid?

De druk op het Nederlandse cannabisbeleid neemt toe. Voor het eerst heeft een rechter twee henneptelers schuldig verklaard zonder straf op te leggen. Volgens de rechtbank in Groningen sluit de hennepteelt van de ‘modelkwekers’ aan bij het Nederlandse gedoogbeleid. Het Openbaar Ministerie heeft beroep aangetekend tegen de uitspraak.

De rechtbank in Groningen oordeelde gisteren dat twee wietkwekers uit Bierum de Opiumwet hebben overtreden. Tegelijkertijd hebben ze, aldus het vonnis, „gehandeld binnen de belangrijkste doelstellingen van het door de overheid ontwikkelde softdrugsbeleid, te weten het belang van de volksgezondheid en het handhaven van de openbare orde”. Daarom verdienen ze geen straf.

John (49) en Ines (39) verbouwden hun planten ‘veilig en verantwoord’ op een steenworp afstand van de Waddenzee. Ze veroorzaakten geen overlast. Er werd biologisch geteeld, zonder gif en bestrijdingsmiddelen, en geen elektriciteit illegaal afgetapt. Het duo betaalde de hoge energierekeningen en droeg over de opbrengst belasting af, op advies van de fiscus zelf. Ze deden uitsluitend zaken met twee coffeeshops in bezit van een ‘gedoogvergunning’.

Het is nog niet eerder voorgekomen dat henneptelers op deze gronden bij de rechter vrijuit gingen. Wel kregen verschillende coffeeshopeigenaren met een te grote handelsvoorraad wiet geen straf. „De achterdeur is ten dele opengezet”, constateerde strafrechtadvocaat Tim Vis namens de verdachten op de zitting.

De uitspraak onderstreept de paradox van het Nederlandse gedoogbeleid. Dat schrijft voor dat je wiet mag kopen en mag verkopen in een coffeeshop als die over een gedoogverklaring van de burgemeester beschikt. Tegelijkertijd blijft het verboden hennep te telen in hoeveelheden zoals de twee in Bierum deden.

„Moedig en heel consequent”, typeert Jan Brouwer de „baanbrekende uitspraak”. Hij is hoogleraar algemene rechtswetenschappen in Groningen en kenner van de jurisprudentie. „Als je veertig jaar lang toestaat om wiet en hasj te verkopen met als argument het bevorderen van de volksgezondheid, dan kan ik geen reden bedenken waarom dit niet voor het telen opgaat.” Met een verwijzing naar het gedoogbeleid van minister Opstelten (Veiligheid en Justitie, VVD): „Het is een signaal dat de rechters weinig vertrouwen meer hebben in het halfslachtige cannabisbeleid. Ze willen niet langer de rotzooi van politiek Den Haag opruimen.”

Dat beaamt Cyrille Fijnaut, emeritus hoogleraar strafrecht en criminologie. „Dit is een prikkel vanuit de rechterlijke macht aan de wetgever om te proberen de dilemma’s op te lossen waarin het Nederlandse drugsbeleid vastzit.” Maar anders dan Brouwer vindt Fijnaut deze aansporing „misplaatst”. De rechter gaat „op de stoel van de wetgever zitten” met het vonnis dat je geen straf verdient als je netjes teelt. Die uitspraak, zegt de hoogleraar, is in strijd met internationale verdragen. Fijnaut: „Dit was de casus belli van twee idealisten. De rechtbank is in de val getrapt.”

Vraag blijft in hoeverre de rechtbank Noord-Nederland de deur op een kier zet naar legale hennepteelt. Preciezer: ligt er nu een bom onder het huidige coffeeshopbeleid met een gedoogde voordeur en een verboden achterdeur? De fractie van D66 in de Tweede Kamer zinspeelt daarop net als de burgemeesters die pleiten voor experimenten met gecontroleerde hennepteelt, maar beide hoogleraren willen daarvan nog niks weten. Eerst moet het gerechtshof in Leeuwarden zich nog over de zaak uitspreken. En de rechtbank zelf schrijft dat uitspraak is gedaan in een specifieke zaak en dat elke zaak op haar merites moet worden beoordeeld. Fijnaut: „Het zijn alleen de true believers die op dit moment van bommen onder het cannabisbeleid spreken.”

Intussen spreekt minister Opstelten (Justitie, VVD) over „een verrassende uitspraak” van de rechtbank. Maar het vonnis heeft in zijn ogen „geen consequenties voor het Nederlandse softdrugsbeleid”. Hij wees er in de Tweede Kamer op dat een vergelijkbare zaak in Leeuwarden onlangs wel leidde tot strafoplegging. „Maar gelukkig leven we in een rechtstaat dus is er alle ruimte voor rechters om hiernaar te kijken.” Zijn standpunt blijft onverzettelijk: reguleren of experimenteren kan niet, mag niet en wil hij niet.

    • Wubby Luyendijk