Brave wietkwekers mogen blijven telen, want dat past binnen het Nederlandse softdrugsbeleid

Een hippiestel uit het Groningse Bierum is schuldig bevonden aan het telen van wiet, maar krijgt daarvoor geen straf. Volgens de rechtbank in Groningen past de teelt van de zelfbenoemde modelkwekers in het Nederlandse softdrugsbeleid. Het OM gaat in beroep tegen de uitspraak.

Het echtpaar teelt sinds 2009 naar eigen zeggen „veilig en verantwoord wiet” , en ze vinden dat hennepteelt moet worden gedoogd: wiet roken mag. Wiet verkopen mag. Hoezo is het telen van wiet dan verboden?

De rechtbank in Groningen oordeelde dat de twee hebben „gehandeld binnen de belangrijkste doelstellingen van het door de overheid ontwikkelde softdrugsbeleid, te weten het belang van de volksgezondheid en het handhaven van de openbare orde”. De teelt gebeurde op een afgelegen plek zonder overlast. De planten werden biologisch geteeld en er werd geen elektriciteit afgetapt. Het duo betaalde de hoge energierekeningen en droeg daarnaast belasting af, op advies van de fiscus zelf. En ze deden uitsluitend zaken met twee coffeeshops met een gedoogvergunning.

Minister Ivo Opstelten (Veiligheid en Justitie, VVD) spreekt over „een verrassende uitspraak” die in zijn ogen „geen consequenties heeft voor het Nederlandse softdrugsbeleid”. Hij wijst erop dat een soortgelijke zaak onlangs in Leeuwarden wel leidde tot een veroordeling en een straf. D66 noemt de uitspraak daarentegen „baanbrekend”. D66 dringt al geruime tijd aan op regulering van de teelt, omdat de partij denkt dat dit overlast, gezondheidsrisico’s en brandgevaarlijke situaties tegengaat.