November. De maand des oordeels voor Zwarte Piet

Mogen ouders scholen vragen hun kinderen geen stereotiepe Zwarte Piet voor te schotelen? Moet een burgemeester zich met de intocht bemoeien? Volgende maand weten we het.

Zwarte Piet zal met spanning uitkijken naar volgende maand. Op 4 november oordeelt het College voor de Rechten van de Mens of hij mag meedoen aan de Sinterklaasviering in de Kohnstammschool in Utrecht. En op 12 november oordeelt de Raad van State of de overheid voortaan eisen mag en misschien wel móét stellen aan de toelaatbaarheid van de zwartgekleurde figuur in het gevolg van Sinterklaas.

Bij de hoorzitting voor het College van de Rechten van de Mens, woensdag, betoogde een moeder dat de basisschool met Zwarte Piet een figuur uit de koloniale tijd aan de leerlingen voorschotelt. Terwijl zij haar kinderen zorgvuldig probeert te vrijwaren van zulke stereotypen. Haar kinderen kijken thuis niet naar het Sinterklaasjournaal, in de klas gaat de tv wel aan en werken de leerkrachten met een lespakket van omroep NTR. De moeder toonde een oud exemplaar van het weekblad Sjors en Sjimmie (‘als journalisten’) en zei dat de Pieten die de leerlingen op school kleuren er precies zo uitzien. Het college zal de klacht toetsen aan de Wet gelijke behandeling.

Gisteren diende voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State het beroep dat burgemeester Van der Laan van Amsterdam had ingesteld over de intocht van Sinterklaas. Aanleiding is een vonnis van de rechtbank deze zomer. Die oordeelde dat de burgemeester zich bij het verlenen van een vergunning voor de intocht van 2013 had moeten vergewissen van de gevoelens van inwoners met een donkere huid. De rechter noemde Zwarte Piet een „negatief stereotype”.

Voor de Raad van State werd niet zozeer ingegaan op het al dan niet racistische karakter van Zwarte Piet. Het ging vooral over de vraag of de burgemeester daarover bij het verlenen van een vergunning wel een inhoudelijk oordeel moet geven. Burgemeester Van der Laan stelt zich op het standpunt dat zo’n oordeel hem niet past. Zijn raadsman wees er in de zitting op dat het zou kunnen betekenen dat de burgemeester zich dan moet bemoeien met de inhoud van alle evenementen die een vergunning nodig hebben en waar iemand aanstoot aan kan nemen: Gay Pride, wereldkampioenschap beachvolleybal, grachtenfestival „in aanwezigheid van het koninklijk paar”.

Hij voerde ook aan dat Van der Laan als burgemeester weliswaar, met de algemene plaatselijke verordening in de hand, een formele houding inneemt – en daarom ook de vergunning voor de intocht van dit jaar heeft afgegeven – maar dat hij „als burgervader” gesprekken voert met voor- en tegenstanders van de traditionele Piet. „Er is enige beweging waarneembaar”, zei de advocaat van de tegenpartij. „Stapjes in de goede richting. Maar: racisme bouw je niet af, racisme schaf je af.”

De advocaat onderstreepte dat de activisten niet het Sinterklaasfeest willen afschaffen, maar alleen aanpassing vragen van de figuur van Zwarte Piet. Centraal in zijn betoog stond dat de burgemeester het begrip ‘openbare orde’ zo breed kan opvatten, dat hij zich wel degelijk met de inhoud van evenementen mag bemoeien.

Toen hij constateerde dat de maatschappelijke discussie wordt gevoerd met „onverholen racisme en doodsbedreigingen” en ook met geweld, keek een toehoorder in de zaal even op. Het was de man die tot twee keer toe bij demonstraties een vrouw had geslagen uit liefde voor Zwarte Piet.