Jazz heeft een slaapkamer op straat

In New York bouwen ze van grofvuil woonkamers op straat, fotografen gebruiken ze als studioruimte

Een jongetje staat verdrietig naast zijn bed. Het kruis van zijn pyjamabroek is nat. Op de lakens is een gele vlek zichtbaar. Vlak voor zijn blote voeten, op de zachte, groene vloerbedekking, ligt een teddybeer. „Heel goed Jazz”, klinkt het vanaf de overkant van de straat waar een kluitje mensen in warme jassen met fotocamera’s staat. „Ik weet dat het koud is, maar kun je je schouders iets meer ontspannen? En je mag best nog verdrietiger kijken.” Het jongetje, dat rilt van de kou, vermant zich en laat als een volleerd model z’n schouders hangen voor de fotograaf. „Zo ja. Heel goed. We zijn bijna klaar”, roept deze bemoedigend terug.

In New York, een stad waar dagelijks wel een paar straten worden afgezet voor de opnames van een televisieserie of film zijn de inwoners niet snel onder de indruk van een fotoshoot. Maar op deze frisse, vroege zondagochtend in oktober kijkt iedereen een tweede keer naar de jongensslaapkamer die die nacht in Manhattans Lower East Side is verrezen. De gedetailleerde set – het onopgemaakte kinderbed, een plankje met plastic speelgoeddinosaurussen tegen groen-wit gestreept behang en een ingelijst schilderijtje op het nachtkastje – steekt scherp af tegen het ijzeren hek vol graffiti dat het braakliggend stukje grond op Rivington Street omheint.

Taxichauffeurs remmen even af als ze voorbijrijden. Zwervers kijken schichtig. En het uitgaanspubliek van de voorbije stapavond reageert – nog dronken – met onverhuld plezier en ongeloof. „Ik dacht even dat een zwerver dit had gebouwd”, roept een buurtbewoner op weg naar zijn werk lachend. „Dat doen ze bij mij om de hoek in het park ook altijd. Al is dit wel erg mooi. Mag ik een foto nemen?” Fotograaf Justin Bettman (23) knikt. Natuurlijk mag dat.

Er was te weinig studioruimte

De jongenskamer, opgebouwd uit meubelstukken die de afgelopen weken bij het New Yorkse vuil waren gezet, hoort bij Bettmans foto- en guerrillaproject #setinthestreet. Het is de vierde installatie die hij samen met styliste Gozde Eker de afgelopen maanden op straat in elkaar zette. Een project dat simpel gezegd ontstond uit gebrek aan studioruimte. Bettman en Eker wilden deze zomer samen een fotoserie maken, maar geen van beiden had genoeg ruimte om het thuis te doen of de middelen om een studio te huren. De stoep bleek een prima alternatief.

Om geen New Yorkse wetten te overtreden, gebruikten ze spullen die toch al op straat stonden. „En zolang je geen kunstlicht gebruikt en niet meer dan de drie poten van een camerastatief op straat zet, is een vergunning om foto’s te maken ook niet nodig.”

Honderden mensen namen een foto

Op de eerste set, een woonkamer met bloemetjesbank in de Brooklynse wijk Bushwick die Bettman meteen na de fotoshoot afbrak, werd door voorbijgangers zo enthousiast gereageerd dat hij besloot de tweede set langer te laten staan. Hij hing er een bordje met vermelding van de hashtag bij en zag in een week tijd zo’n honderd foto’s die vreemden op zijn set hadden gemaakt op Instagram verschijnen. Bettman: „Zelfs de politie vond het wel grappig. Ik liep een keer voorbij toen ze foto’s aan het maken waren. Een agent vroeg me lachend of ik nog woonruimte nodig had, anders mocht ik het huren voor 100 dollar.”

Wie de woonkamer uiteindelijk afbrak, weet hij niet. Het stond er zeker negen dagen.

In Manhattan wordt vrijwel meteen nadat de laatste foto is genomen duidelijk dat de jongenskamer waarschijnlijk een minder lang leven is beschoren. Kindmodel Jazz heeft nog maar net de in jus d’orange gedrenkte pyjamabroek verruild voor zijn eigen trainingsbroek, of er komt een boze man met sigaar aangestampt. Hij is eigenaar van een fietsenhandel in de straat. Is er een vergunning voor deze ongein? Op een andere straathoek parkeert stilletjes een politieauto.

De set blijft uiteindelijk een kleine vijf uur intact. Een handjevol mensen neemt foto’s op het bed en met de beer. Om twee uur ’s middags verschijnt er een nieuw beeld op Instagram met de hashtag #setinthestreet. Het bijschrift luidt ‘Commercie wint het van de kunst’. Op de foto staat een rijtje fietsen geparkeerd tegen het streepjesbehang. Alleen het plankje hangt nog.