Burgervader schiet burgemeester te hulp

In rechtszaken over Zwarte Piet kiest burgemeester Van der Laan voor formele afstand. Als burgervader zit hij er middenin.

Burgemeester Van der Laan overhandigt Sinterklaas de sleutel van de stad bij de intocht van vorig jaar.
Burgemeester Van der Laan overhandigt Sinterklaas de sleutel van de stad bij de intocht van vorig jaar. Foto ANP

Op 12 november doet de Raad van State uitspraak over de intocht van Sinterklaas in Amsterdam. Die van 2013 om precies te zijn, want daar richt de procedure zich op. Maar degene die zich wil vastklampen aan dat gegeven om de consequenties voor dit jaar en alle volgende jaren te ontlopen, die kan het wel vergeten. Het hele land kijkt mee naar deze uitspraak. En als de Raad van State het vonnis van de Amsterdamse rechtbank bevestigt – dat de burgemeester zich bij het verlenen van de vergunning rekenschap moet geven van het mogelijk kwetsend discriminatoire karakter van Zwarte Piet – dan zullen de consequenties groot zijn.

Wie Eberhard van der Laan wel eens chagrijnig heeft zien zijn, kan zich een voorstelling van zijn gesteldheid maken toen de rechtbank in juni tot dit vonnis kwam. Zeker omdat de rechter daarin al een voorschot nam op het inhoudelijke oordeel door te stellen dat Zwarte Piet een „negatief stereotype” is. Met haar uitspraak doorkruiste de rechter bruut de geduldige inspanningen van Van der Laan, die sinds 2012 aan tafel zit met onder meer het intochtcomité en mensen die zich storen aan het slaafse voorkomen en gedrag van Zwarte Piet. Dat heeft er sindsdien toe geleid dat de Pieten die in de Amsterdamse intocht meelopen elk jaar ietsje verder veranderen in de richting van minder slaaf en meer fantasiefiguur. Het verloopt voor de activisten van ‘Zwarte Piet is racisme’ lang niet snel genoeg, maar daar gaat het hier even niet om. Het gaat hier om de lenigheid van Van der Laan.

Van der Laan voert de Pietgesprekken, onderstreept hij zelf steeds, niet in zijn formele rol als burgemeester maar in de symbolische rol van burgervader. Een subtiel verschil, waarmee hij zichzelf ruimte verschaft om te manoeuvreren zonder daarover telkens verantwoording te moeten afleggen. De deelnemers aan die gesprekken doen dat op voorwaarde van geheimhouding, zodat niemand te weten komt wie daar wat voorstelt of beslist. Ongetwijfeld verstandig in het licht van het brisante gespreksonderwerp.

Van der Laan hield tegenover rechtbank en Raad van State staande dat hij als burgemeester geen ruimte heeft om bij het verlenen van een evenementenvergunning verder te kijken dan de Algemene Plaatselijke Verordening hem toestaat; daarmee toetst hij met name of de intocht de openbare orde niet verstoort. Met die formele houding houdt hij zorgvuldig afstand van de inhoud van het evenement. Hij wil de rol van zedenmeester niet opgedrongen krijgen.

Maar bekijk de brief nog eens waarmee Van der Laan vorige week aan het intochtcomité de vergunning voor 16 november 2014 verleende. Dan zie je hoe de burgervader hand- en spandiensten verleent aan de burgemeester. Want nadat burgemeester Van der Laan nog eens heeft betoogd dat er „geen wettelijke grondslag was om de vergunning te weigeren”, schrijft burgervader Van der Laan dat aan de gesprekstafel afspraken zijn gemaakt over de veranderingen waarmee het intochtcomité tegemoet wil komen aan de bezwaren van de activisten. Dat is de tafel waar een en dezelfde Van der Laan naar eigen zeggen zijn rol zit te beperken „tot het (mede)faciliteren van een complex veranderingsproces”. Ruud Lubbers die als premier graag even met een minister „mee-dacht”. De burgervader zit daar midden in de inhoud die hij als burgemeester wil mijden.

„Als burgervader laat ik u weten dat ik uw veranderingsgezindheid ondersteun en van harte toejuich”, schreef de burgemeester aan het eind van zijn brief. Ik denk dat hij er zelf even bij heeft geglimlacht.