Feeërieke foto’s van een archetypische kluizenaar

Maar waar is Doug? De grote afwezige in de tentoonstelling Doug’s Cabin, is Doug himself. De expositie is een project van fotograaf Karianne Bueno die deze kluizenaar leerde kennen in de Canadese bossen, waar hij ver van de bewoonde wereld een primitieve camping runt. Hordes gasten trekt hij niet, maar in de tentoonstelling vraag je je af of dat zo erg is. Bueno’s foto’s van zijn blokhut en zijn schamele bezittingen tonen de leefwereld van iemand die het isolement zoekt. Ze toont deze naast vitrines met bladeren, veren, tekeningen van vogels, drijfhout. Dat nodigt de bezoeker uit om met dezelfde intense blik naar de natuur te kijken als Doug. Maar een sprookje is het niet. Soms zijn het feeërieke plaatjes, andere keren monotone rijen naaldbos, nat, koud, dreigend, waar beren en poema’s huizen.

Bueno is een jonge fotograaf die vaker reisfoto’s maakte van verre plekken, om te kijken of het gras elders groener is. In dit project brengt ze die vraag overtuigend over – alle voors en tegens komen in beeld. Daarmee typeert ze Doug als een archetypische kluizenaar in de Amerikaanse Walden-traditie: het ware leven zoeken in de wildernis. Is dat de manier? Of is het onverantwoord vluchtgedrag, zoals vergelijkbare keuzes zijn getypeerd in films als Grizzly Man of The Beach.

Het mooie is dat Bueno dat in het midden laat. Bovendien plaatst ze Doug in de 21ste eeuw. Toen hij een halve eeuw geleden in het bos ging wonen, was dat de hippietijd, nu is hij als complotdenker iemand die de gedachten van velen in deze tijd weerspiegelt. In de expositie staat het geagiteerd klinkende Conspiracy theory radio aan, Dougs favoriete zender.

Haar foto’s an sich zijn minder spannend dan het verhaal, al vertelt dat over de grote vraag hoe te leven. Voor Doug lijkt dat al een uitgemaakte zaak. Eén kiekje, toch, brengt hem in beeld: in het bos, op de rug gezien, kijkend naar een beverdam. Kijken we met hem mee, vol ontzag naar die wereld als plek voor bezinning? Of is het vooral praktisch, armen in de zij: die dam, dat gaan we even oplossen?