De verdedigers van Zwarte Piet zijn niet voor niets zo fel; ze staan op verlies

Nederland heeft het van oudsher moeilijk met de nationale identiteit. En daarmee met Zwarte Piet, schrijft NRC-redacteur Bas Blokker in een essay.

In elk gesprek over Zwarte Piet komt er wel een moment dat iemand zegt: „Wat een gezeur, zeg, laten we het over iets echt belangrijks hebben.” Maar de zaak-Zwarte Piet gaat niet meer weg, sinds dichter Quinsy Gario en rapper Cesare Kno’ledge in 2011 werden gearresteerd omdat zij de landelijke Sinterklaasintocht bijwoonden in een T-shirt met de tekst ‘Zwarte Piet Is Racisme’. En zoals de chocoladeletters elk jaar eerder in de winkel lijken te liggen, zo begint ook de pietendiscussie steeds vroeger.

Dit jaar horen we sinds juni dat de kwestie onbelangrijk is. Verslaggever en amateurpiet Frits Wester maandag in een column: „Ik snap werkelijk niet waar we ons zo druk over maken.”

Maar de feiten wijzen in een andere richting. De kwestie is belangrijk genoeg voor Leefbaar Rotterdam om honderden negerpopjes aan lantaarnpalen te hangen met de tekst ‘Wij willen blijven’. En belangrijk genoeg voor tegenstanders om ze er in het holst van de nacht weer af te halen.

Leefbaar Rotterdam heeft honderden zwarte pietjes aan lantaarnpalen gehangen met de tekst ‘Wij willen blijven’. Foto ANP / Marco de Swart

De kwestie is belangrijk genoeg om te toetsen aan de Algemene wet gelijke behandeling – gisteren bij het College voor de Rechten van de Mens. Of aan het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens – vandaag bij de Raad van State.

De kwestie is belangrijk genoeg voor enkele grootwinkelbedrijven hun „communicatie” aan te passen. Lees: om geen afbeeldingen van Zwarte Piet in hun winkel te hangen.

Dat maakt de traditieverdedigers pas echt razend. Niet dat een paar donkere mensen voor zichzelf opkomen, maar dat „een aantal hypercorrecte mensen” (aldus Leefbaar Rotterdam) en andere landverraders aan die bezwaren tegemoet komen. Meest gehoorde argument: waarom moet „15 miljoen Nederlanders die gewoon het Sint- en Pietfeest willen vieren” (opnieuw Leefbaar) dat plezier worden ontzegd ten gunste van, volgens hen, een paar duizend Surinamers en Afrikanen in Amsterdam?

Misschien omdat het wezen van democratie niet is: de meerderheid beslist, maar: de meerderheid respecteert de wensen van de minderheid.

Als de kwestie echt zo onbelangrijk is, waarom lopen dan de gemoederen zo hoog op? Waarom blijven er maar talkshows, standpunten.nl, opiniestukken en beschouwingen aan Zwarte Piet worden gewijd, terwijl het toch oorlog is in Syrië en ebola zo veel slachtoffers maakt?

Het heeft ongetwijfeld te maken met de ingewikkelde verhouding die Nederland tot zijn nationale identiteit heeft. Het zal komen doordat de natie geboren is uit een godsdienstoorlog en dat we sindsdien spastisch doen over alles wat naar zulke wezenlijke verschillen verwijst. Prinses Máxima constateerde simpelweg dat „dé Nederlander niet bestaat”, en bracht bijna een volksoproer teweeg.

De historicus E. H. Kossmann had wat dat betreft al een verstandig advies bij een eerder debat over de nationale identiteit: „Loop er liever met aandacht omheen. Bekijk het van alle kanten, maar stap er niet in, behandel het kortom als een enorme kwal op het strand.”

Toch verklaart identiteitsgevoeligheid de hitte van dit moment maar ten dele. De belangrijkste reden dat de traditieverdedigers zo opgewonden en boos zijn, is dat ze voelen dat ze de strijd verliezen. Als Albert Heijn zich er al iets van aantrekt!

En het leek zo simpel. Miljoenen kindervrienden tegen een paar boze zwarten. Maar de geschiedenis had hun kunnen leren dat juist in Nederland de revoluties zo gaan. Delen een paar provo’s krenten uit, dan worden ze eerst gearresteerd. Daarna heten ze „langharig werkschuw tuig”. Maar dan begint er toch ineens iets te schuiven. Het establishment wordt onzeker en als je twee keer met je ogen hebt geknipperd is de verbeelding al aan de macht. En wat is een stroopwafelpiet anders dan verbeelding?