‘De middenklasse verdwijnt’

Dat schreef columnist Christiaan Weijts in nrc.next

illustratie martien ter veen
illustratie martien ter veen

De aanleiding

De middenklasse verdwijnt. Je hoort het steeds vaker. Aan de onderkant van de arbeidsmarkt valt veel handmatig werk moeilijk verder te automatiseren. Denk bijvoorbeeld aan schoonmaakwerk. Aan de bovenkant zitten de knappe koppen en topmanagers wiens werk ook niet direct door computers en robots kan worden vervangen. De medewerker in een callcenter daarentegen kan zijn baan zo maar verliezen aan een sprekende computer. In zijn column in deze krant vorige week beschreef Christiaan Weijts het faillissement van winkelketen Halfords als symbool van de verdwijnende middenklasse. Want in de middenklasseloze samenleving ben je „of arm of rijk”, schreef Weijts, en ga je of naar de Zeeman, óf naar de Bijenkorf. En niet naar een winkel voor de middenklasse als Halfords. Nu is de vraag natuurlijk: is de middenklasse daadwerkelijk aan het verdwijnen?

En, klopt het?

Wat is dat eigenlijk, ‘de middenklasse’? Is dat een inkomensgroep, of zijn dat mensen met middelbare opleidingen? Er blijkt geen eenduidige definitie te bestaan. Soms wordt de middenklasse aangeduid als gezinnen met een bruto inkomen tussen de 35.000 en 60.000 euro per jaar. Soms worden er mensen op de arbeidsmarkt mee bedoeld die een mbo-opleiding hebben afgerond.

Gelukkig heeft het instituut waarop de regering haar beleid nog weleens afstemt hier ook onderzoek naar gedaan. We besluiten een definitie van het Centraal Planbureau (CPB) te hanteren. Dat rekent mensen tot de middenklasse als ze een mbo-opleiding hebben afgerond. Volgens deze definitie behoren vier miljoen Nederlanders tot deze groep. Zij vormen bijna de helft van de beroepsbevolking. Hun positie blijkt inderdaad te verzwakken. Van 1979 tot en met 2011 was de stijging van de werkloosheid het sterkst onder gemiddeld opgeleiden. Vooral tijdens de laatste recessie na 2008 waren het met name mensen met een gemiddelde opleiding die hun baan verloren. Zo was in 2011 3,8 procent van de hoogopgeleiden werkloos, 5,2 procent van de gemiddeld opgeleiden en 7,8 procent van de lager opgeleiden. In absolute cijfers was het aantal werklozen onder gemiddeld opgeleiden het hoogst (171.000). Het verlies aan banen voor lager opgeleiden deed zich al eerder voor, vooral in jaren zestig, zeventig en tachtig.

Aan de onderkant van de arbeidsmarkt neemt de werkgelegenheid de laatste jaren juist iets toe, net als aan de bovenkant. De baankansen in het midden worden kleiner. Bovendien verdienen hoogopgeleiden een steeds groter deel van het nationaal inkomen, terwijl de lonen aan de onderkant onder druk staan.

Procentueel gezien gaat het in Nederland nog om kleine verschillen. In veel andere westerse landen gaat dit proces sneller. Volgens het Centraal Planbureau neemt de vraag naar hoger opgeleiden vooral toe door technologische veranderingen. Precies de reden waarom gemiddeld opgeleiden in de verdrukking zitten. Hun werk wordt vaker geautomatiseerd.

De arbeidsmarkt past zich aan deze situatie aan. Het aandeel gemiddeld opgeleiden is iets gedaald (nu zo’n 42 procent), terwijl het percentage hoogopgeleiden fors is gestegen (van 28 procent in 1996 naar 34 procent in 2011).

Ook als gekeken wordt naar salarissen dan blijkt de groep in het midden onder druk te staan. In de periode 1998 - 2010 groeide de werkgelegenheid aan de bovenkant en onderkant van de loonverdeling met ruim 2 procent. De werkgelegenheid in het midden daalde juist met 4,5 procent. Hoe dit zich in de toekomst ontwikkelt durft het CPB niet te zeggen.

Conclusie

De middenklasse staat inderdaad onder druk. Aan de onder- en bovenkant van de arbeidsmarkt groeit de werkgelegenheid, terwijl die in het midden afneemt. De arbeidsmarkt past zich hierop aan. Het percentage gemiddeld opgeleiden neemt licht af, terwijl het percentage hoger opgeleiden fors groeit. Nu is het kleiner worden van de middenklasse natuurlijk nog iets anders dan het geheel verdwijnen ervan. Het is niet erg aannemelijk dat dat gebeurt, maar een ontwikkeling in die richting is zeker gaande. Daarom beoordelen we de bewering dat de middenklasse verdwijnt als grotendeels waar.