Apple en Google pikken je baan en maken je tot slaaf

Als zogenaamde klanten geven we gratis onze data en diensten aan de nieuwe rijken in Silicon Valley, aldus Rinie van Est en Maurits Kreijveld.

Wat is de robotrevolutie eigenlijk? Robotica dringt langzaam maar zeker door tot in de haarvaten van onze samenleving. Niet alleen doordat machines steeds slimmer en handiger worden, maar met name doordat infrastructuur, zoals gps-satellieten, sensornetwerken, cloud computing en mobiel internet, onze leefomgeving geschikt heeft gemaakt voor robots. Terwijl het internet de toepassing van robots mogelijk maakt, verandert robotica op haar beurt het internet: het krijgt ‘zintuigen en handen en voeten’. Meer en meer verbindt internet op die manier machines, diensten en industriële processen. Men spreekt van het internet van mensen, dingen, diensten en industrie. Het is deze robotrevolutie – een combinatie van digitalisering, automatisering en robotisering – die ons denken over innovatie momenteel op zijn kop zet, zowel binnen de fabriek als daarbuiten.

De afgelopen decennia is het beleid steeds uitgegaan van een fysieke scheiding tussen innovatie en fabricage: hoogwaardige innovatie met veel toegevoegde waarde hier en fabricage in lage lonen landen. Maar inmiddels bouwt men fabrieken waarin de mens slechts zorgt voor het machinepark. Bij geavanceerde fabricage gaan product- en procesinnovatie steeds meer hand in hand. Zo is ineens de fabriek de plek geworden waar innovatie plaatsvindt. Omdat in deze arbeidsarme fabrieken arbeidsloon geen rol van betekenis speelt, kan die plek in principe overal ter wereld zijn, dus ook weer in Nederland.

Om innovatie in dit digitale tijdperk te begrijpen is ook het fenomeen platformen cruciaal. Doordat traditionele waardeketens steeds verder digitaliseren ontstaan er kansen voor nieuwe partijen om eerst een rol te gaan spelen in (delen van) die waardeketen en vervolgens vanuit die basis verschillende waardeketens met elkaar te verweven. Platformen spelen een centrale rol in het coördineren van de verhoudingen tussen spelers in die nieuwe waardeketens. De structuur van het platform bepaalt in sterke mate wie mag meedoen, wie profiteert en hoe innovatie vorm krijgt.

Apple, Google, Facebook, Airbnb en Uber zijn bedrijven die razendsnel nieuwe domeinen van onze economie veroveren met strategieën gebaseerd op platformen. De kracht van platformen, een studie van het Rathenau Instituut, laat zien dat bedrijven via hun platformen hun marktmacht in rap tempo kunnen uitbreiden naar andere delen van de economie: banken, landbouw, maakindustrie, logistiek, energie en zorg. Apple en Google vaagden in korte tijd gevestigde spelers in de telecomsector weg. Via Apple Pay en de iWatch wil Apple respectievelijk het betalingsverkeer en de gezondheidszorg betreden. Airbnb en Uber werden in zes jaar meer dan tien miljard dollar waard.

Die waarde wordt ontleent aan het netwerk van gebruikers, of beter gezegd goedkope producenten. Miljardenbedrijven als Groupon en Instagram bedienen met slechts tientallen betaalde medewerkers de hele wereld omdat ze de klant onbetaald het werk laten doen. Die arbeid varieert van het maken van filmpjes (YouTube), het bijhouden van je CV op LinkedIn tot het aanbieden van hoteldiensten (Airbnb) en taxiritjes (Uber, SnappCar). De bedrijven weten ons handig te binden met ideëel klinkende slogans als samen slimmer, sociaal kapitaal en de kunst van het delen. Marketeer Paul Postma stelt echter kritisch vast „het nieuwe delen is het oude stelen”. Onder het mom van zelfontplooiing geven we in grote getalen als gelukkige slaven gratis onze data en diensten aan de nieuwe rijken in Silicon Valley.

Platformeigenaren bepalen ook in sterke mate welke andere spelers meeprofiteren en hoe inkomsten wereldwijd (her)verdeeld worden. Enerzijds zijn er platformen met een open karakter zoals Wikipedia of het open source besturingssysteem Linux, die een diversiteit aan kleinere spelers in staat stelt geld te verdienen en burgers de ruimte geeft om innovatief te zijn. Maar bij de meer gesloten platformen zijn het vooral de platformeigenaren die profiteren. Dat soort bedrijven zijn de tolwachters van de mondiale digitale economie geworden. Uber heft twintig procent ‘belasting’ over taxiritten en van de iPad-versie van uw krant gaat dertig procent naar Apple. Die heffing gaat logischerwijze ten koste van de inkomsten van de krant en dus de journalist.

We hebben nog amper zicht op de betekenis van de robotrevolutie voor de verdeling van werk en inkomen. Daarom moeten de burger én de overheid terug naar de schoolbanken. Daar moeten we leren om nuchter, los van hypnotiserende hypes zoals de deeleconomie, naar de nieuwe wereld in wording te kijken. En hopelijk leidt dat gezamenlijke leerproces tot een samenhangende overheidsvisie op: dynamiek van innovatie, industriebeleid, mededinging, werkgelegenheid, sociale zekerheid, belastingen, infrastructuur, regelgeving, ethische kwesties en – natuurlijk – onderwijs.