Speeches van Amerikaanse presidenten zijn ‘dommer’ geworden. En dat is goed

De IS-speech van Obama? Die kunnen kinderen in de hogere klassen van de middelbare school begrijpen. De meeste speeches van George Washington begrijpen daarentegen alleen promovendi. De toespraken van Amerikaanse presidenten zijn steeds ‘dommer’ geworden. Maar dat is juist positief.

De IS-speech van Obama? Die kunnen kinderen in de hogere klassen van de middelbare school begrijpen. Zijn State of the Union in 2011? Achtstegroepers. De meeste speeches van George Washington begrijpen daarentegen alleen universitaire promovendi. De toespraken van Amerikaanse presidenten zijn steeds dommer geworden. Nou ja, begrijpelijker eigenlijk. Het is een van de conclusies in een onderzoek van Vocativ naar de leesbaarheid van presidentiële speeches.

Screenshot van Vocativ.com

Vocativ heeft met behulp van de veelgebruikte Flesh-Kincaid-leesbaarheidstest 600 speeches geanalyseerd, van George Washington tot Barack Obama. In elke speech werden lettergrepen ‘gemeten’ en woorden en zinnen geteld. Dat leidde vervolgens tot een cijfer. Zo betekent een 4 (kwam trouwens niet voor) dat het begrijpelijk is voor een kind in ‘grade four’ van het Amerikaanse schoolsysteem, groep zes hier. Dus een 12 betekent dat het begrijpelijk is voor iemand die net geslaagd is voor de middelbare school, 15 voor iemand die zijn ‘college’ heeft afgerond en 21 of hoger voor iemand die is gepromoveerd aan de universiteit.

De allermakkelijkst te volgen speech werd gegeven door George Bush Sr., de speech die hij in 1989 gaf tijdens zijn inauguratie.

Een deel van die speech:

Dommer is goed

De allermoeilijkste werden vrijwel allemaal gehouden eind 18de en begin 19de eeuw. George Washington, John Adams, Thomas Jefferson, James Madison. Dat was hogere wiskunde. Maar sindsdien is het allemaal makkelijk geworden. ‘Dommer’ mag je het volgens Jeff Schesol, geschiedkundige en voormalig speechschrijver voor president Clinton, niet noemen. Hij analyseerde de conclusies voor Vocativ. Het is heel logisch dat ze beter te begrijpen zijn geworden, en dat is ook nog eens positief voor de staat van de Verenigde Staten.

“Het is aanlokkelijk om de cijfers zo te interpreteren dat het lijkt alsof de presidenten dommer zijn gaan praten. Maar het is eigenlijk een teken van democratisering. Tijdens de Republiek konden presidenten erop rekenen dat hun publiek voornamelijk bestond uit mensen die net zoals zij waren: erudiete, maatschappij-georiënteerde landbezitters. Alleen deze mensen hadden toen stemrecht. Maar dat werden er steeds meer en dus moesten presidentiële toespraken ook een breder publiek gaan aanspreken.”

Op de site van Vocativ vind je interactieve grafieken.

Obama’s speeches zijn niet ‘slimmer’

De speeches zijn begrijpelijker geworden, maar tegelijkertijd ook langer. Opmerkelijk, volgens Schesol, want je zou aannemen dat presidenten inspelen op het feit dat de aandacht van mensen steeds sneller verslapt tegenwoordig.

Nog twee opvallende conclusies. Abraham Lincoln’s speeches varieerden in ‘moeilijkheidsgraad’ van een 7 tot 21, van klas 1/2 op de middelbare tot doctor. Wellicht de beroemdste presidentiële toespraak ooit is zijn Gettysburg Address. Het is ook meteen een van zijn kortste. Die speech krijgt een 11. Volgens Schesol laat dat in ieder geval zien dat het cijfer in het onderzoek dus niet iets hoeft te zeggen over hoe intelligent de toespraak is, en al helemaal niet over de impact ervan.

Het Gettysburg Address, alleen dan niet voorgelezen door Lincoln zelf:

En George W. Bush had dan wel de reputatie een minder begaafde spreker te zijn, Obama’s speeches zijn maar heel ietsjes verfijnder, zo blijkt. Schesol zegt ook dat de speeches van Bush “onderschat” werden. Obama heeft in ieder geval in zijn termijn nog niet zo’n moeilijk begrijpbare speech gehouden als de State of the Union van Bush in februari 2005.