Opinie

Kamer steunt oorlog – maar wat zeiden ze er precies over?

De ombudsman

Doet het er toe wat Tweede Kamerleden in een debat letterlijk zeggen, althans buiten de tv-momenten om? Soms denk je van niet. Gnuiven over ‘Haagse spelletjes’ is al lang een nationale sport geworden, waarvan de gesoigneerde variant door Pieter van Os eens is getypeerd als „salonpopulisme’’. Ze kletsen maar wat, die lui in Den Haag.

Kranten zijn zich bovendien ook steeds meer gaan toeleggen op duiding en analyse, verdieping en commentaar. Het genre van het klassieke Kamerverslag waarin een debat en détail wordt weergegeven, is morsdood. Net als trouwens het idee van een paper of record, die dagelijks alle kleine stapjes meldt die er gisteren zijn gezet. Dat heeft weinig zin meer in een 24/7 mediacultuur.

Maar toch. Op sommige dagen wil je gewoon, heel ouderwets, lezen wat die lui in Den Haag, pardon: onze volksvertegenwoordigers – nu precies, in hun eigen woorden, hebben gezegd.

Bijvoorbeeld als Nederland ten oorlog trekt in het Midden-Oosten.

De Tweede Kamer stemde vorige week donderdag in met deelname aan militaire acties tegen de terreurgroep IS in Irak, (nog) niet in Syrië.

De krant noteerde die woensdag, daags voor het debat: „Een overgrote meerderheid van de Tweede Kamer stemt morgen vóór militair optreden in Irak.” En inderdaad, op vrijdag lazen we, in een verslag van de Haagse redactie: „Het kabinet kreeg gisteren steun van de overgrote meerderheid van de Kamer voor acties tegen IS in Irak.”

Maar wat was er op donderdag nu precies gebeurd?

Het verslag (Kabinet bekijkt hoe Nederland toch in Syrië kan meedoen, 3 oktober), overigens op pagina 5 gebracht als ‘achtergrond’, vatte het debat bekwaam samen, meldde dat alleen de SP en de Partij voor de Dieren tegen waren, en citeerde premier Rutte, minister Timmermans en twee parlementariërs, Buma (CDA) en Zijlstra (VVD).

Maar niet veel meer. Of er moties waren ingediend, bijvoorbeeld, hoe lang het debat duurde. Maar vooral: welke argumenten er nu precies werden gewisseld, wat de tegenstanders te zeggen hadden (of niet), en hoe daarop door de voorstanders werd gereageerd.

Jammer, want aan de vooravond van het debat had de krant nu net een sterk stuk van Haags redacteur Mark Kranenburg, die prangende vragen formuleerde over de missie, en zich afvroeg of de Kamerleden zich daar rekenschap van hadden gegeven (Zelfs de Amerikanen hebben meer bedenkingen, 1 oktober). Hij stelde vast dat nog maar een luttele twee maanden geleden enkel de driekoppige SGP-fractie pleitte voor inzet van Nederlandse F-16’s tegen de ‘Islamitische Staat’.

De Haagse redactie zegt dat het de bedoeling was op vrijdag meer te schrijven over het debat, maar dat dit om allerlei redenen niet lukte. Naast het bericht over het debat stond een lang stuk over jihadsympathisanten (De radicale ideologie achter de humanitaire hulp voor Syrië). Een overzicht van standpunten per partij sneuvelde.

Argument van de centrale redactie in Amsterdam: de standpunten lagen ook wel zo’n beetje vast. Dat klopt, het was geen zinderend debat (geloof ik). Maar het markeerde wel een kentering: de aanhef van het bericht luidde, terecht, dat het kabinet onderzoekt of ook zonder volkenrechtelijk mandaat kan worden geopereerd. „Het recht loopt achter bij de realiteit”, aldus Timmermans. Dat is juist relevant voor deze krant, die in de commentaren steevast op dat recht hamert. Ook dat vraagt om het uitpluizen van de deken van consensus die over het debat hing, deels gewoven uit schokkende beelden van onthoofdingen.

Ook de Volkskrant bracht voor het Kamerdebat meer dan erna, inclusief een analyse vooraf – zeg maar een prognostische duiding (maar ja, als patiënt van de nieuwsindustrie wil je achteraf toch ook graag weten of de diagnose de prognose een beetje heeft gedekt).

Maar die krant had op de dag van het debat wel twee pagina’s met de standpunten van elf partijen (om de lezer vooral niet te vervelen waren die dan wel weer gegroepeerd in de ludieke categorieën ‘achterhoede, peloton, voorhoede’ van een „Haagse oorlogskaravaan”).

Ter vergelijking: toen de Tweede Kamer in februari 2006 debatteerde over de missie naar Uruzgan, bracht NRC Handelsblad een uitgebreid verslag en een letterlijke weergave van een venijnige uitwisseling tussen Dittrich (D66) en Marijnissen (SP). Inclusief, voor de bittereinders, procedurele mededelingen.

De kop erboven luidde toen: 127 Kamerleden voor gevaarlijke missie Uruzgan (2 februari 2006). Subiet de volgende dag gecorrigeerd: „Van de 150 Kamerleden stemden er 126 voor en 23 tegen. Het Kamerlid Lazrak was afwezig.”

Nu was dat een andere kwestie, in een sterk verdeelde Kamer. Maar toch.

Een jaar later, toen beslist werd over verlenging van de Uruzganmissie, plaatste de krant bij een analyse een ruim blok met de argumenten van voor- en tegenstanders, tien partijen in totaal.

Een Kamerdebat is nu eenmaal geen debat in Felix Meritis – het is niet vrijblijvend en dan zijn letterlijke uitspraken en argumentaties van belang. Zeker als het gaat om beslissen over deelname aan een oorlog – en dus over leven en dood . Hetzelfde geldt voor verkiezingen, overigens. Het zijn ultieme momenten van een parlementaire democratie, waarbij de krant de tijd, ook in het postmoderne medialandschap, stil kan zetten om lezers de feiten en argumenten van alle kanten te laten bekijken en wegen.

Opmerkelijk genoeg pakte de NRC-website wél uit, met een gedetailleerd overzicht van de standpunten van tien partijen door Pim van den Dool (Kamerdebat Irak. Dit is wat partijen vinden en waar je op moet letten, 2 oktober). Inclusief citaten en, uiteraard, tweets van betrokkenen.

In plaats van paper of record dus een site of record, die de lezer moet bezoeken. Ja, de site is de plek bij uitstek om overzichten te geven, dossiers op te bouwen en bij te houden. Het is 2014, tenslotte.

Maar zeker op zulke dagen wil je de record ook gewoon in de paper.

Reacties:ombudsman@nrc.nl