Het kan: veel geld maken van weinig

Vermogen opbouwen is lastig met een modaal inkomen. Maar het kán wel. Volg het vijfstappenplan en sprokkel zo een klein kapitaal bij elkaar.

Illustratie XF&M

Van alle kanten krijgen we het te horen: we moeten sparen! Want straks wacht een schamel pensioen en hoge ziektekosten, die we deels zelf moeten ophoesten. Dat is een behapbare taak als je een ton op de bank hebt of jaarlijks dat bedrag bij elkaar verdient. Dan bel je een vermogensbeheerder en laat je die een beleggingsplan uitdenken. Voor Jan Modaal is vermogen opbouwen lastiger, maar het kán.

Cruciaal is eerst te bepalen hoeveel geld je maandelijks opzij gaat leggen. Gouden regel is dat iedereen eentiende van zijn salaris kan missen zonder er echt last van te hebben – tenzij je een minimuminkomen hebt. Neem Jan Modaal: die verdient 33.500 euro per jaar, ruim 2.000 euro netto per maand. Makkelijk is sparen dan niet, zegt het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting. Maar in de voorbeeldbegroting van een modaal inkomen reserveert Nibud al ruim 600 euro per maand voor mogelijke uitgaven, zoals vakanties, kleding en ziektekosten. Ook gaat het uit van 350 euro autokosten per maand. In die begroting zit, kortom, nog best lucht. Als 200 euro per maand sparen niet lukt, dan toch wel 100 euro – toch 1.200 à 2.400 euro per jaar.

Veel mensen met een modaal inkomen wonen samen en hebben anderhalf inkomen (ruim 3.600 euro per maand) of zelfs twee (ruim 4.000 euro per maand). Dan is sparen natuurlijk makkelijker.

Als je de bezuinigingsbegroting van Nibud volgt, kun je in principe elke maand 250 à 500 euro overhouden. Het precieze bedrag is uiteraard mede afhankelijk van iemands persoonlijke omstandigheden. Zo moet in jouw woonplaats wel de goedkope woonruimte voorhanden zijn waar Nibud van uitgaat.

1 Maak automatisch geld over naar je spaarrekening

Aanrader volgens financieel planner Andrea Middel van Lyncs Strategie & Finance is om een automatische maandelijkse overschrijving te regelen van betaalrekening naar spaarpot. Zo hoef je niet elke maand de discipline op te brengen om geld over te maken. Bovendien geef je geld dat op je betaalrekening staat sneller uit.

2 Zoek de voordeligste spaarrekening(en)

De volgende stap is het zoeken van de meest geschikte spaarrekening. Steeds meer banken hebben een gelaagd rentetarief: een basisrente, plus een bonuspercentage als een bedrag een kwartaal of een jaar lang onaangeroerd op je rekening staat. Vergelijk de tarieven op spaarinformatie.nl en open twee spaarrekeningen – dat is bijna altijd gratis. Op de een parkeer je geld waar je in nood bij kunt zonder dat de vergoede rente omlaag kukelt; op de andere zet je geld dat je voorlopig niet nodig hebt, voor een hogere rente. Check eens per jaar de spaartarieven en switch als het loont. Dat lijkt gedoe voor een procentpunt rente meer of minder, maar het kost weinig tijd en levert toch geld op.

En dat heb je nodig: jaarlijks moet je minstens 1,5 procent aan je spaarpot toevoegen om je geld niet minder waard te laten worden. Dit vanwege de inflatie (gemiddeld zo’n 1,5 procent). Heb je meer dan 20.661 euro spaargeld, dan komt er nog 1,2 procent vermogensrendementsheffing bovenop, die de fiscus oplegt. Maar 2,7 procent sprokkel je nu zeker niet met sparen bij elkaar: dit jaar is de hoogste rente 1,6 procent (bij MoneYou, eigendom van ABN Amro), en ook op de lange termijn ligt hij gemiddeld niet hoger dan 3,5 procent. Wie vermogen wil opbouwen, moet dus ten minste een deel van zijn geld beleggen.

3 Bouw een buffer op van twee keer je maandsalaris

Maar eerst heb je een buffer nodig: geld waar je in geval van nood gelijk bij kunt. Heb je zo’n reserve niet, dan kun je beter eerst een paar jaar alleen sparen en pas daarna gaan beleggen. Dat is de derde stap. Volgens Nibud moet je buffer minimaal 3.500 euro bedragen (alleenwoners) à 5.000 euro (stellen). Je kunt ook uitgaan van twee à drie maandsalarissen, zoals financieel planner Robert van Beek van About Life & Finance doet.

4 Bepaal hoeveel risico je wilt lopen met beleggen

Buffer opgebouwd en geld over om te beleggen? Dan kun je gaan bepalen hoeveel risico je wilt en kunt lopen met beleggen. Van toezichthouder Autoriteit Financiële Markten (AFM) moeten alle partijen via wie je kunt beleggen, zoals banken en financieel adviseurs, eerst je ‘risicoprofiel’ vaststellen. Maar ze hebben allemaal hun eigen vragenlijst en de kwaliteit ervan is soms ondermaats, waarschuwt Van Beek. Vul daarom ook altijd een onafhankelijke vragenlijst in, zoals op klantprofiel.nl. In principe onderscheidt AFM vijf risicoprofielen, variërend van zeer defensief (amper risico) tot zeer offensief (zeer risicovol).

Is je inleg beperkt tot 1.000 à 5.000 euro per jaar en wil je een zekere en substantiële toename van je kapitaal, kies dan een beleggingstermijn van minstens tien, en liever twintig jaar. „Met een horizon van vijf jaar krijg je al snel een defensief risicoprofiel”, zegt Frank den Blijker van vermogensbeheerder iBeleggen. „Dan kom je vooral uit op beleggingen in obligaties. Dat levert weinig rendement op.”

5 Kies het beleggings- of indexfonds dat bij je past

De verstandigste keus voor iemand met een modaal inkomen is een beleggingsfonds of een zogeheten indexfonds. Welke te kiezen? Dian van Kattendijke van Sequoia Vermogensbeheer raadt beleggen in een indexfonds aan, gezien de lage kosten. „Bij een beleggingsfonds is altijd sprake van actief beheer, door een fondsmanager en zijn team – en dat kost geld.” Deze zogeheten indirecte kosten gaan van je koerswinst af en daardoor houd je minder rendement over.

Om een particulier evenveel aan zijn inleg te laten verdienen als in een indexfonds, moet een beleggingsfonds daarom een hoger rendement halen. Maar dat lukt de meeste fondsen niet, althans niet jaar in jaar uit, zo wijst menig onderzoek uit. Bij een indexfonds, dat gewoon de koers volgt van de gekozen beursgenoteerde aandelen of obligaties en niet actief ingrijpt, betaal je maar 0,5 à 1 procent aan totale kosten. Bij een beleggingsfonds minimaal 2 procent, en meestal meer.

Toch kiezen de meeste particulieren in Nederland voor een beleggingsfonds. Dat is makkelijker en veiliger: je hoeft dan niet zelf een selectie te maken van verschillende soorten aandelen en obligaties, die aansluiten bij je risicoprofiel. Er zijn veel fondsen die een mix aanbieden van beleggingen in aandelen, obligaties, vastgoed en spaargeld – vaak ‘profielfonds’ of ‘mixfonds’ genoemd. Die vind je op de sites van banken als ABN Amro, Robeco en Rabobank, en op sites als morningstar.nl.

Als je wilt indexbeleggen, moet je zelf een mix maken van aandelen en obligaties. Dat is veel uitzoekwerk en ingewikkeld voor niet-ingewijden: hoe kom je tot een goede risicospreiding? Ook is vaak een hoge eerste inleg vereist. Frank den Blijker van iBeleggen wijst er echter op dat enkele partijen sinds kort een nieuw soort prefab-indexbelegging aanbieden, waarbij al een mandje van aandelen en obligaties gekozen is en je 100 euro per maand kunt inleggen. Net als bij traditionele mixfondsen hoef je alleen nog het type te kiezen dat het beste aansluit bij je risicoprofiel. Meesman.nl, een degelijke vermogensbeheerder, biedt bijvoorbeeld onder het kopje ‘voorbeeldportefeuilles’ vijf huisfondsen aan, die passief de index volgen.

Dit nieuwe type fonds combineert de voordelen van index- en beleggingsfonds: het gemak van de tweede, de lage kosten van de eerste (bij Meesman 0,3 à 0,6 procent). En het rendement? Portefeuille C van Meesman, geschikt voor beleggers met een neutraal risicoprofiel, meldt een rendement van ruim 6 procent. Directeur Hendrik Meesman rekent voor dat je bij een inleg van 100 euro per maand na tien jaar 16.000 euro hebt opgebouwd (groei kapitaal: 4.000 euro). Na twintig jaar is dat 44.000 euro. Dat voldoet prima voor de opbouw van een bescheiden kapitaaltje.