Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Wielrennen

Dag Andy

Andy Schleck beet op zijn lip om opkomende tranen te bedwingen. Zo kwetsbaar als bij het afscheid als profwielrenner in zijn woonplaats Mondorf-les-Bains hadden we hem niet eerder gezien. Alles aan hem was neergeslagen, de blik, de knieën, de woorden. Van de ranke pédaleur de charme in het gebergte bleef alleen een hoopje mens over.

Veteraan van 29.

Tien jaar lang, bij succes of tegenslag, bleef het schrale gezicht zonder één rimpel emotie. Andy ademde de stralenkrans van een engel. In de strakke orde van verdeling. Altijd solo, zoals kunstenaars horen te zijn. Niet voor niets is hij verzot op de surplace van jacht en visvangst.

Gevoel voor eenzaamheid.

De benen van Andy waren van een meedogenloze helderheid. Eigenlijk zag je niet dat hij benen had. Na Charly Gaul en Federico Bahamontes was de jongste Schleck wellicht de meest begenadigde naoorlogse klimmer. Stilist pur sang. Hoe hij toch als een cherubijn over de Galibier danste… Bij aankomst geen zweetdruppel in het aangezicht, alsof hij net uit bad kwam .

Fränk en Andy Schleck nodigden zelden uit tot animositeit. Ze stonden op het podium met een grijns van onverschilligheid. Verlegenheid kan ook. Niets was flamboyant aan de broertjes, gestreken en gesteven op zijn Luxemburgs. Toen hij op zijn 21ste tweede werd in de Giro was Andy al wassen beeld geworden. De renner met de meeste klasse van zijn generatie bleef gestold in onherbergzaamheid. De wijze waarop hij in 2009 Luik-Bastenaken-Luik won, was een onuitgegeven exploot na de eeuwwisseling. La Doyenne finaal gerestaureerd in zijn antieke schoonheid.

Nog zag Andy er niet gelukkig uit.

Een karakteriële weeffout liet niet toe te genieten van zichzelf. Drie keer tweede in de Tour, maar de slungel bleek niet in staat met enige zwier egards in ontvangst te nemen. Altijd die marmeren protocollaire ingekeerdheid. Onaangedaan ook voor het eigen kleine epos.

Existentiële pleinvrees? Adoratie zat, maar de ingesleten schijn van onbewogenheid en kilte heeft hem veel liefde gekost.

De laatste jaren ging het mis. Een zware val in de Dauphiné van 2012 versplinterde droom en daad. In de derde rit van de Tour, smakte hij ook dit jaar in Londen tegen het asfalt. Abandon!

Met de knie is het niet meer goed gekomen – kraakbeen onherstelbaar beschadigd. Einde van een jongensdroom.

In de kranten wordt Andy Schleck nu een schromelijk gebrek aan motivatie verweten. Hij zou nooit echt van wielrennen hebben gehouden. Eerder waren er verhalen over alcoholmisbruik. Na zijn opgave in Tirreno-Adriatico werd hij stomdronken in de lift van een hotel in München aangetroffen. Tja, Ik ken nog wel een paar grote renners die met coke en drank door het lint zijn gegaan.

Het probleem van Andy Schleck was dat hij ook bij succes onbereikbaar solitair bleef. Kampioen zelfverduistering. Misschien hield hij meer van wielrennen dan van zichzelf. Een vlotte babbel zat er sowieso niet in. Mompelende bonenstaak. Geheimzinnigheid is klimmers eigen, maar toch, een kampioen kan er niet overal bij staan als een vleeshaak. Zeker niet een renner die drie keer het podium in de Tour haalt.

Andy deed geen moeite, vandaar nu de indecente karaktermoord.

Ik zie hem nog staan op de Port de Balès. Een afgesprongen ketting na een schakelfout kost hem de gele trui. Andy ondergaat het droeve lot in de roerloze gelatenheid van een Romeinse verworpene. In dromerige wanhoop, bijna.

Welopgevoed als steeds bewaakt hij de intimiteit van tegenslag en verdriet, en zwijgt. Alsof malheur hem niet meer kan raken.

De Galibier weet beter.