Stad komt bij Raad van State beetje terug van Wallenbeleid

Het terugdringen van ‘laagwaardige’ activiteiten in de oude binnenstad kan wel een tandje minder, vindt de gemeente nu zelf.

Amsterdam versoepelt de bepalingen van het beleid voor het Wallengebied. Dat bleek tijdens een zitting voor de Raad van State deze week. Het stadsbestuur vindt bij nader inzien dat er toch niet al te veel gokhallen, belwinkels, smartshops en geldwisselkantoren in de binnenstad zijn.

Ondernemer Marcel Kaatee had bezwaar gemaakt tegen de zogenoemde leegstandsbepaling die hoort bij het bestemmingsplan 1012 – genoemd naar de postcode van de binnenstad. Volgens die bepaling mag het stadsbestuur de bestemming van een pand schrappen, en er een andere voor in de plaats zetten, zodra daar een jaar niet daadwerkelijk de betreffende functie is uitgevoerd. Op die manier heeft de stad een instrument in handen om onwelgevallige bedrijvigheid – in de stukken vaak aangeduid als „laagwaardige economische activiteiten” – tegen te gaan en terug te dringen.

Toenmalig locoburgemeester Lodewijk Asscher (intussen vicepremier geworden) zei in 2011 nog in het radioprogramma Villa VPRO: „We hebben geleerd in dit gebied dat de criminaliteit er zo massaal is. Er zaten daar 450 raambordelen, 75 coffeeshops, 19 gokhallen op een piepklein stukje van een oude middeleeuwse stad.”

Jaarlijks rapporteert het college van Burgemeester en Wethouders over de ontwikkeling in deze sectoren, en de aantallen gaan steevast omlaag. Voor de Raad van State gaf de raadsman van Amsterdam toe dat de genoemde soorten winkels niet langer hoeven te worden teruggedrongen.

In het geval van Kaatee gaat het om twee panden waarin een gokhal gevestigd was. Omdat Kaatee zelf geen vergunning krijgt wegens een lening van de wegens witwasserij veroordeelde Jan-Dirk Paarlberg – en daarmee volgens de gemeente „crimineel geld faciliteerde” – probeert hij zijn ruimte te verhuren. Een geïnteresseerde exploitant moet ook door de gemeente worden gescreend.

Die screening liet echter zo lang op zich wachten dat de gokhal langer dan een jaar ‘leeg’ zou komen te staan. En dat was weer reden voor de stad om met de leegstandsbepaling in de hand de bestemming van deze panden te halen.

Tijdens de zitting voor de Raad van State kwam de raadsman van de gemeente uit zichzelf met het voornemen om de leegstandsbepaling voor deze panden – „er zijn niet te veel gokhallen in dit gebied” – niet van toepassing te verklaren.