‘Leraar weet beter wat goed is voor kind dan Citotoets’

Sinds dit jaar is het advies van de leerkrachten over het niveau van de leerlingen uit groep acht, en niet de Citotoets, bepalend voor de doorstroom naar de middelbare school.
Sinds dit jaar is het advies van de leerkrachten over het niveau van de leerlingen uit groep acht, en niet de Citotoets, bepalend voor de doorstroom naar de middelbare school. Foto ANP / Remko de Waal

De leerkracht weet beter dan de Citotoets wat goed is voor een kind. Leerlingen uit groep acht die van hun leraar een hoger advies krijgen dan volgens de toetsresultaten op zijn plaats is, gaan in 73 procent van de gevallen na drie jaar nog steeds op dit hogere niveau naar school.

Dat blijkt uit onderzoek van de Onderwijsinspectie dat vandaag wordt gepresenteerd. De uitkomsten van het rapport zijn belangrijk; sinds dit jaar is het advies van de leerkrachten over het niveau van de leerlingen uit groep acht bepalend voor de doorstroom naar de middelbare school. Dat was voorgaande jaren anders, toen werd vaak eerst een eindtoets, zoals de Citotoets, afgenomen en daarna volgde een persoonlijk advies. In de praktijk bleek dat de score van de toets erg zwaar woog: bij veel middelbare scholen was dit een onderdeel van de toelatingseisen.

De politiek wilde dit niet meer. Daarom moeten basisscholen nu eerst een advies uitbrengen waarmee ouders hun kind op een middelbare school kunnen inschrijven. Daarna moeten scholen nog een eindtoets afnemen, die als een ondersteunend element gebruikt kan worden.

Twijfels binnen voortgezet onderwijs over kwaliteit advies

Binnen het voortgezet onderwijs bestaan twijfels over de kwaliteit van het advies van de basisschool. Het rapport van de Onderwijsinspectie verschaft daar nu duidelijkheid over: 75 procent van de leerlingen zit in het derde jaar van de middelbare school op het niveau zoals het advies voorspelde. Tien procent zit op een hoger niveau op de middelbare school en vijftien procent lager.

Uit de studie blijkt ook dat het advies van de leerkracht in 63 procent van de gevallen overeenkomt met de uitslag van de eindtoets. Van de overige kinderen krijgt 26 procent een hoger advies en 11 procent een lager advies van de school dan uit de eindtoets blijkt. Van de kinderen met een hoger advies komt 73 procent ook daadwerkelijk op de middelbare school op een hoger niveau uit. Van de leerlingen met een lager advies leert 74 procent uiteindelijk op dat lagere onderwijsniveau.

Basisscholen voelen zich onder druk gezet

Het onderzoek bevat meer interessante gegevens. Zo concluderen de onderzoekers dat 44 procent van de basisscholen zich onder druk gezet voelt door ouders om een hoger advies uit te brengen. De inspectie constateert verder dat allochtone kinderen niet systematisch een te laag of een te hoog advies krijgen. Maar kinderen van ouders uit een lagere sociale klasse krijgen wél vaker een lager advies dan op grond van de toets verwacht mag worden.

De samenstelling van een school is heel belangrijk voor de kansen van een kind, zo staat in het rapport. Een kind dat bijvoorbeeld met een vmbo-t-advies binnenkomt op een school waar ook havo en vwo worden gegeven, zal eerder doorstromen naar een hoger onderwijsniveau dan op een school waar deze mogelijkheden niet zijn. Sterker nog: een kind op een vmbo-school met lagere niveaus zal eerder afstromen naar bijvoorbeeld vmbo-kader of vmbo-basis.

Lees vanmiddag in NRC Handelsblad het interview met de Onderwijsinspectie De leraar weet het vaak toch echt het beste (€).

    • Juliette Vasterman