Het kernverhaal zonder galmend bekken en trompetgeschal

De bijbelse retoriek heeft het loodje gelegd in de vorige week verschenen Bijbel in de Gewone Taal (BGT). De rauwe bijbelse barok is zorgvuldig afgeveild. In deze bijbel ‘op vmbo-niveau’ begint het Johannes-evangelie recht voor zijn raap met ‘In het begin was Gods Zoon er al. Hij was bij God en hij was zelf God’. Lekker duidelijk, want in ‘gewone’ vertalingen staat het geheimzinnige: ‘In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God.’ Bijbelfanaten zal die verarming een ergernis zijn – en poëzieliefhebbers een dwaasheid – maar eerlijk gezegd, mij bevalt het wel. Want een haastige of niet zo taalvaardige bijbellezer kan het Woord best even missen. Dat Woord speelt in de rest van Johannes geen enkele rol meer.

Als uit een bijbelboek metaforenbrij en dichterlijke extase geschrapt worden, lees je het kernverhaal een stuk makkelijker. Wie meer wil, pakt maar de Nieuwe Bijbelvertaling (2004) of de Statenvertaling (1637). Maar met de BGT hebben we er een prima bijbel bij.

En dus is hier Noachs ark een boot. En de apostel Paulus kijkt niet langer ‘in een wazige spiegel’ maar meldt simpel: ‘Nu zien we God nog niet’. Het beroemde Predikerwoord is nu: ‘Alles gaat voorbij. Er is niets dat blijft. Het is allemaal zinloos’, in plaats van ‘Lucht en leegte, lucht en leegte, alles is leegte’ of het oudere: ‘IJdelheid der ijdelheden, ijdelheid der ijdelheden, het is al ijdelheid’. Wel zo helder. De BGT bevat maar zo’n 4.000 verschillende woorden, slechts een derde van de Nieuwe Bijbelvertaling, die nu de beste Nederlandse bijbelvertaling is: dicht op het origineel maar toch leesbaar.

De BGT is een echte evangelisatie- en kennismakingsbijbel. Bijbellezen moet hier niet te veel moeite te kosten. Hij komt in de plaats van de oude Groot Nieuws Bijbel (GNB), de bijbel in de ‘omgangstaal’ uit 1983 (met herziening in 1995). Maar wat een verschil! De BGT is veel radicaler. De BGT kiest voor de soepele parafrase, en vergeleken daarmee is de GNB toch te veel een brave vertaling gebleven, bang om ver af te wijken van de oertekst. In de beroemde liefdepassage van Paulus blijft bijvoorbeeld een mens zonder liefde in de GNB nog altijd ‘niet meer dan een schetterende trompet, een galmend bekken’, hoeveel talen hij ook spreekt. Maar de nieuwe BGT zegt simpel tegen die liefdeloze: ‘je woorden zijn zinloos’.

Zo’n aanpak kan rampzalig zijn. Theologische subtiliteiten gaan verloren, taal wordt vernield en voor je het weet wordt een woeste profetentekst van 2.600 jaar oud gereduceerd tot welzijnsproza. Maar zo is het dus niet. De boeken Jeremia en Job, die ik als test doorlas, houden hun emotionele scherpte. Ik schrok toen ik ze daarna in de Nieuwe Bijbelvertaling opnieuw las. Heb ik dat allemaal gemist, al die subtiliteiten en prachtige metaforen? Ja, maar ik had wel de lijn van de verhalen en ook de angstaanjagende drive van beide Bijbelboeken meegekregen. De Bijbel in de Gewone Taal is gewoon erg knap gemaakt. Maar één ding begrijp ik niet. Het oude monster Leviathan – uit Job – wordt tegenwoordig altijd als ‘krokodil’ vertaald. Waarom is-ie in de BGT ineens weer ‘de draak Leviathan’? Is een draak gewoner dan een krokodil? Ineens hadden hier de vertalers heimwee naar bijbelse gekkigheid.