Fontys maakt van zijn hogeschool een lafbekkenfabriek

Eindelijk, een boek! Ik vreesde al dat ik de voltooiing van het Verzameld Werk van Louis Paul Boon niet meer mee zou maken. Of het nu de bezorgers zijn (druk met andere zaken) of de uitgever (druk met Paulo Coelho), nu ligt er toch ineens Pieter Daens of hoe in de negentiende eeuw de arbeiders van Aalst vochten tegen armoede en onrecht. 700 prachtpagina’s waarin Boon een monument opricht voor de priester Adolf Daens, die de moed had om het op te nemen voor de straatarme bevolking van de Vlaamse fabrieksstad, waarbij Boon het verhaal geraffineerd vertelde vanuit het perspectief van diens broer Pieter. (De titel ‘Adolf Daens’ had de verkoop ook vast geen goed had gedaan.)

Het is dat het woord in 1973 nog niet bestond, maar eigenlijk markeert Pieter Daens de geboorte van de literaire non-fictie. Boon werd er zelfs om geprezen door het katholieke establishment dat hem de voorgaande dertig jaar onophoudelijk had verketterd. (Om zijn ongenode fans weer weg te jagen, ging Boon snel porno schrijven – dat werkte).

Misschien moet ik mijn exemplaar van Pieter Daens aan Anton Dautzenberg sturen, om hem te laten zien dat het soms wél loont om het voor de underdog op te nemen. Of anders Mijn kleine oorlog, de roman die Boon eerst liet eindigen met ‘Schop de mensen, tot zij een geweten krijgen’, wat hij vele desillusies later verving door: ‘Wat heeft het allemaal voor zin?!’

Dautzenberg heeft tijd om te lezen, want de schrijver en econoom (bekend om zijn activisme vóór nierdonatie en tegen de heksenjacht op pedofielen) is ontslagen door de Fontys Hogeschool in Tilburg, waar hij studenten begeleidde. Toen het College van Bestuur ontdekte dat Dautzenberg in dienst was heeft men ‘direct ingegrepen’. Hij was ‘te controversieel’. Wat bedoelt u daarmee, vroeg een verslaggever aan de voorlichter. „Dat kunt u zelf wel invullen”, antwoordde deze.

Nee, dat kunnen wij niet zelf invullen. Waarom moet er ‘direct ingegrepen’ worden wanneer er een schrijver op de loonlijst staat die geen enkele wet heeft overtreden? Misschien kunnen Nienke, Jan en Hanneke – de CvB-leden van Fontys worden in hun cv’s gezellig bij de voornaam aangeduid – zelf uitleggen waartegen de studenten van de Academy for Creative Industries moeten worden beschermd.

De opleiding afficheert zich aldus: ‘Onze studenten zijn nieuwsgierig, staan midden in de wereld, leven altijd online, durven te zoeken naar hun eigen creativiteit, hebben realiteitszin, zijn bedenkers en makers.’ Ja, zo komen ze binnen. Maar dan gaan Nienke, Jan en Hanneke ‘direct ingrijpen’. En zij zorgen ervoor dat de studenten razendsnel veranderen in een gezellig clubje lafbekken. Of, in een laatste variatie op de grote Boon: ‘Zet ze in een college van bestuur, tot ze geen geweten meer hebben.’