Dit is een artikel uit het NRC-archief De artikelen in het archief zijn met behulp van geautomatiseerde technieken voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

De leraar weet het vaak toch écht het beste

, onderwijsinspecteur. Komend jaar wordt het advies van de basisschool nog belangrijker bij de keuze voor de middelbare school. Een leraar kan goed advies geven, blijkt uit onderzoek.

Basisscholen blijken het niveau van de leerlingen in groep acht beter in te schatten dan toetsinstituut Cito. Driekwart van de kinderen zit drie jaar later in het voortgezet onderwijs op een niveau dat gelijk is aan het advies van de leerkracht.

Dat is belangrijk nieuws, afkomstig uit onderzoek van de Onderwijsinspectie naar de kwaliteit van het basisschooladvies. Want dit schooljaar wordt het advies van de leerkrachten over het niveau van de leerlingen uit groep acht leidend voor de doorstroming naar de middelbare school. Eerder bleek dat de score van de eindtoets, zoals die van Cito, de schoolcarrière van een kind te veel bepaalde – veel middelbare scholen eisten een minimale score voor toelating. Dat moest anders, vond de politiek. Daarom moeten scholen nu eerst advies uitbrengen, waarmee ouders hun kind kunnen inschrijven op een middelbare school. Pas daarna wordt de eindtoets afgenomen.

Maar de vraag was: kúnnen leraren wel een goede inschatting maken?

„Het antwoord is dus ja”, zegt Arnold Jonk. Hij is hoofdinspecteur primair onderwijs bij de Onderwijsinspectie. De leerkracht doet het zelfs beter dan het Cito. „Hij kent een kind vaak al jaren, kijkt niet alleen naar de cognitieve ontwikkeling, maar ook naar motivatie en doorzettingsvermogen. En dat werkt. De eindtoets is maar een momentopname.”

Uit het onderzoek blijkt dat basisscholen regelmatig een hoger advies geven dan uit de scores van de eindtoets blijkt.

„Dat klopt. In een kwart van de gevallen is het advies hoger dan wat de score van de Citotoets aangeeft. Dat is niet erg. We zien dat een hoger advies vaak ook leidt tot een hoger opleidingsniveau. Blijkbaar geeft het kinderen zelfvertrouwen en stimuleert het ze aan de verwachtingen te voldoen.

„In deze context kun je dus ook concluderen dat het perfecte advies voor een kind niet bestaat. Want het kind is geen machine, maar een mens in ontwikkeling. Er zijn zoveel factoren die een rol spelen. Denk aan ambitie, steun uit de omgeving, de puberteit. Een kind dat vmbo-t is geadviseerd en dat het goed doet op dat niveau, had wellicht ook havo kunnen doen.”

Waar komen die hoge schooladviezen vandaan?

„De afgelopen jaren zagen we dat basisscholen gemiddeld steeds hogere onderwijsniveaus adviseerden. Steeds meer kinderen kwamen op havo en vwo terecht – en deden het daar goed. Inmiddels is deze toename afgevlakt. Het aantal kinderen dat dit niveau aankan, is wellicht bereikt.

„De toestroom van de afgelopen jaren naar havo en vwo heeft misschien te maken met de prestatiemaatschappij. De druk komt vanuit de overheid en de ouders van de leerlingen.”

Volgens het onderzoek voelt 44 procent van de basisscholen zich onder druk gezet door ouders om hoger te adviseren.

„Ik begrijp dat wel. Ouders kennen hun kind als geen ander. Ze mogen best kritisch zijn over de keuzes van de school. Het advies is immers zo bepalend voor de rest van de schoolcarrière. Hoger opgeleid zijn betekent toch vaak een betere baan, meer inkomen en een gezonder leven – even los van de vraag of je gelukkig bent.

„Maar het moet natuurlijk niet zo zijn dat scholen onverantwoorde adviezen gaan geven. Daar ben ik overigens niet bang voor. Iedere school heeft honderden kinderen naar het voortgezet onderwijs zien gaan, ze zijn professioneel genoeg om de juiste inschatting te maken.”

Om de druk weg te nemen, pleit u voor brede brugklassen met verschillende niveaus.

„We zien dat brede brugklassen steeds meer verdwijnen. Dat is niet handig. Zoals ik eerder zei: een kind is geen machine. Hij of zij is nog in ontwikkeling. En omdat wij in Nederland kinderen al vroeg selecteren voor een bepaald niveau is het handig om ze naar een brugklas te doen waar ze nog alle kanten op kunnen.

„Uit ons onderzoek blijkt ook dat scholengemeenschappen met verschillende niveaus goed zijn voor de doorstroom van leerlingen. Van een kind met een vmbo-t-advies is de kans aanzienlijk groter dat het de overstap naar de havo maakt als het op een scholengemeenschap zit. Gaat de leerling naar een school waar ook lagere niveaus dan vmbo-t worden aangeboden, dan stijgt de kans dat hij afstroomt. Je kan het zo zien: een school die geen lagere niveaus aanbiedt, zal beter zijn best doen de leerling binnenboord te houden. En de leerling zal zelf ook harder werken om te kunnen blijven.”

Een ander belangrijke conclusie uit de studie is dat allochtone kinderen geen lager advies krijgen dan uit de Citotoets blijkt. Maar kinderen uit een lager sociaal-economisch milieu wel.

„Ja, dat is een belangrijk onderwerp. Leerkrachten schatten deze leerlingen blijkbaar anders in. Dat is deels terecht. Een kind van hoger opgeleide ouders krijgt eerder bijles, gaat vaker naar het museum en voert eerder discussies aan de keukentafel. Dat helpt allemaal in je schoolloopbaan.

„Maar als leerlingen uit een lagere sociaal-economische klasse meer begeleiding en ondersteuning zouden krijgen, kunnen deze kinderen vaak nog een enorme groei maken. Misschien wel een grotere groei dan de leerling van de hoger opgeleide ouders, die door alle bagage vanuit huis al maximale leerprestaties heeft bereikt.

„Ook leerlingen in Friesland, Groningen en Limburg blijken een lager advies te krijgen. Hoe dat precies komt, weten we nog niet. Je zou kunnen denken dat er in die regio’s misschien meer lageropgeleiden wonen, dat de cultuur ‘steek je hoofd niet boven het maaiveld uit’ is, en dat middelbare scholen op een grote afstand liggen. En dat kinderen daarom eerder naar een school om de hoek gaan, waar wellicht geen havo of vwo is.”